|
Ik ben een kreeft in ’t diepst van mijn gedachten
en ik schrijf naar wat mijn pen me leidt.
dan blijf ik steeds naar beelden smachten,
tot sommigen hun gramschap en hun spijt.
Die anderen blijven in nocturnen schrijven,
des nachts, vliegen zij saam op dreef.
afbekken, dreigen, schimpen als oude wijven,
niets blijft droog onder hun wave.
Ze wanen zich als goden in de nacht,
enkel zij kennen de knepen van het vak.
woorden worden door hen graag verkracht,
maar het leuke is, daaraan heb ik lak.
|