Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: me too (...Erik Le...
re: Witgepoe...evamaria
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...thomas ...
re: Schijn e...Marcel
re: me too (...evamaria
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Claudel...
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Schijn en zijnDiddy
Anti-Kerst R...milou
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
 Meer gedichten
Een Ongeluk - Afl. 1 van 2
 Henk Gruys - 09:55 13-06-2015 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

Een Ongeluk - Afl. 1 van 2


Druk met verkeer is het niet; maar het is hier om deze tijd meestal rustig. De Stroveldseweg. Die voert door een vaal weidegebiedje met een paar rechte sloten en heel weinig geboomte. Soms verspreid wat kleine bosjes van struikgewas, ook vlak langs de weg, en een paar onbestemde bouwsels in de verte. Nergens is dit deel van de provincie enerverend.
    Mijn wagen knort getrouwelijk voort; kalm gangetje van zeventig. Harder niet, want het is een provinciale weg, tweebaans.
    De rit is overbekend, saai; vrijwel steeds rechtuit, en ik suf er af en toe behoorlijk bij vandaan. Dan droom ik van onze plannen. We gaan trouwen, na drie jaar. Vanmiddag ben ik weer op weg om voorbereidingen te treffen. Een belangrijke verandering, die al het andere van de laatste tijd begint te overheersen, en daarom...
    Maar dan met een schok word ik gedwongen terug te keren naar de werkelijkheid! – de auto maakt een beweging naar rechts die ik niet heb verwacht! En ook niet wil! Ik geef een ruk aan het stuur, maar het is te laat.
    Nu gaat het allemaal heel vlug; ik zie als een wazige groene veeg de struiken van de berm razendsnel op mij toeschieten. Mijn lichaam spant zich als krijg ik een harnas om. Een moment ben ik een parachutist in vrije val, maar met onbepaald einde. Hotsend schiet de auto de berm in en kantelt direct naar rechts. Door de klap bots ik keihard tegen het stuurwiel.

Met een dreun is alles tot stilstand gekomen, en alle geluid valt weg. Doodse stilte of de wereld zijn adem inhoudt. Het lijkt of ik even buiten westen was, maar niet langer dan een paar seconden.
    Het eerste moment durf ik mij nauwelijks te verroeren. Uiterste voorzichtigheid is geboden, want misschien ben ik ernstig gekwetst! Allereerst probeer ik mijn armen te bewegen. Dat valt mee. En de rest? Mijn knie doet pijn, al kan ik mijn rechter been nog wel vooruit bewegen. Niks gebroken in ieder geval, – mijn linker voet moet ik min of meer tussen de pedalen vandaan trekken...
    Het begint erop te lijken dat ik ontzettend veel geluk heb gehad! En niet gewond ben, of niet noemenswaardig, doordat ik vrij klein ben en licht van gewicht misschien.
    Ik kijk om mij heen. Uit het linker portierraam kan ik de rand van de weg zien, een deel van de hemel en verder weinig. Er gebeurt niets, geen auto rijdt voorbij en er komen ook geen mensen toelopen. Waarschijnlijk is niemand getuige geweest van het ongeluk.
    Het linker portier blijkt nog open te kunnen. Trillend klim ik uit de wagen en ga om mijn rug te rechten, zoveel mogelijk gestrekt staan. – Ja het is echt een wonder dat ik er zo van af ben gekomen! Ik zou me eigenlijk heel gelukkig moeten voelen. – Maar dat wordt ernstig verhinderd door de situatie waarin ik zo onverwacht terecht ben gekomen!
    Mijn bezorgdheid groeit nog als ik me realiseer hoe penibel die is. Mijn wagen, de grijze vierdeurs die ik al jaren heb, en die nog perfect rijdt, is met de rechterwielen in een diepe greppel beland.
    Bekommerd bezie ik portieren, de wielen en de zijramen, die nu bijna horizontaal liggen, en ik doe een paar stappen om de motorkap heen. Hoge grasstengels en pluimen zijn opgeschoten langs de bumper aan de voorkant. Het linker knipperlicht is vanzelf aangegaan, – als een domme, oranje waarschuwing.
    Daar ligt mijn auto, na jarenlange trouwe dienst, rijp voor de sloop. Vijf minuten terug nog in volle beweging, nu dood en hulpeloos op zijn zij. Cilinders, versnelling en carburateur hebben feilloos gepresteerd, maar zichzelf op enig moment eigenzinnig en redeloos van de weg af gedwongen.
    Ik loop terug naar de weg en kijk om mij heen. Zonder hulp komt hij er niet uit. Een takelwagen is nodig; de politie erbij... (Verdomme!)... Gelukkig heb ik weinig pijn, hoogstens een beetje als ik op mijn borstbeen druk. Mijn knie voel ik nauwelijks; misschien later, indien er gewrichtsbanden verrekt mochten zijn...
    Ja, dat had wel eens anders kunnen aflopen! Dan was mijn misère vanavond op de televisie vertoond. "Eenzijdig ongeluk bij W-H... Autobestuurder van de weg geraakt en om het leven gekomen; oorzaak onbekend. Andere weggebruikers waren er niet bij betrokken volgens de politie..."
    Intussen vraag ik me af of ik de autogordel om had. Ik weet het niet. Ook niet meer belangrijk, net als de vraag of ik die na de klap heb losgehaakt.

Ik begin in arren moede de weg af te lopen, mijn aandacht voornamelijk op ander verkeer gericht. Ik moet zo gauw mogelijk een wagen aanhouden waarmee ik kan meerijden naar het dorp, of ergens kan bellen. En dan onmiddellijk naar mijn vriendin. Zij zal niet weten waar ik blijf. Zij is altijd bang in het verkeer. – Zie je wel! zal ze zeggen. Als ik er al geen voorgevoel van had... je rijdt ook altijd veel te hard...
    Ik kijk af en toe achterom en dan weer voor mij uit. Er is niemand; ik concludeer dat ik in de hele omgeving de enige mens lijk te zijn. De sfeer in de lucht is eigenaardig, als vlak voor onweer. Er doemen vreemde gedachten in mij op over auto's, wegen en gras, maar voordat ik die kan recapituleren, zijn ze weer verdwenen.

Hoe lang ben ik al onderweg? Een minuut of zeven, acht? Vlug schiet het niet op. De hele afstand naar het dorp zou ik met de auto in krap tien minuten hebben afgelegd. – Indien het niet lukt met iemand mee te rijden, dan zal ik veel later bij mijn vriendin aankomen. Ze zal ongerust worden en vrezen dat er iets gebeurd is, extreem voorzichtig als zij van nature is. Daarom zorg ik altijd dat ik op tijd ben. –
    Maar, nu even concreet –stel dat de afstand naar het dorp een kilometer of vijf is, dan betekent dat niet minder dan een uur lopen!
    Er zit echter niets anders op, zolang er geen auto langskomt.
    Het is niet warm en niet koud en er staat weinig wind. De zon schijnt al de hele tijd krachteloos achter een lichte vlokkige bewolking die gelijkmatig blijft omdat die niet van plaats verandert. –
    Wat mij telkens opvalt is dat het landschap er anders lijkt uit te zien dan gewoonlijk. Hoe precies kan ik niet zeggen. Valer en vormlozer misschien, of ouder. Waarschijnlijk is dat verbeelding; als je te voet bent let je meer op de omlanden dan vanuit een auto; dat is bekend. En bovendien is het nu eenmaal een vreemde middag na dit ongelukkig gebeuren, – een die alles een beetje verkleurt. Toch krijg ik het idee dat het daar niet door komt. Het wekt de indruk of er blijvend iets mankeert aan de normale gang van zaken.
    Enfin. Mijn autopapieren en andere spullen liggen nog in de wagen... waarom heb ik daar niet aan gedacht? Mijn hersens werken nog niet zoals het hoort. Ik twijfel even of ik terug zal gaan... Maar ik ben al minstens twintig minuten onderweg, – en weer dat hele stuk twee keer, daar heb ik geen zin in. – Het risico maar nemen? Hopelijk is alles er nog, als ik straks terugkom.
    – Ik loop weer door. Ik nader een bosje dat voornamelijk uit wilgen en woekerend struikgewas bestaat. Nog steeds geen andere auto's. Dat is opvallend. Normaal komt er wel eentje per vijf minuten voorbij.

De bomen blijken, als ik dichterbij kom, er slecht aan toe. Het is nog lang geen herfst, maar veel blaadjes zijn al verdord of afgevallen. Een opwekkende indruk maakt dat om een of andere reden niet.
    Dan valt me iets op. De weg maakt achter het bosje een bocht naar rechts... Dat brengt mij in verwarring. Ik ben hier toch genoegzaam bekend. De weg hoort hier gewoon rechtdoor te gaan, dat weet ik zeker. Een buitenissige vaststelling, deze; ik weet niet hoe ik die moet duiden.
    Door dit alles krijg ik het rare gevoel dat ik op een barre plaats ben terechtgekomen, in een uithoek van het land, ergens waar ik nog nooit ben geweest...
    Dat komt natuurlijk doordat ik nog altijd wat in de war ben... Tijd om hier lang over na te denken, krijg ik echter niet. Want ik hoor een motor. En als uit het niets komt een reusachtige groene landbouwtrekker vanaf de zijkant de weg op draaien; er boldert een platte aanhanger achter. Waar komt die opeens vandaan? Er zijn hier helemaal geen boerderijen. Wat een grote machine!
    Ik moet direct in actie komen! Ik steek mijn hand omhoog, maar hij stopt niet. De zware motor ronkt als een vliegtuig. Zo hoog is de donkere cabine en zo hermetisch afgesloten dat ik van de bestuurder niets kan zien.
    – Het gevaarte rijdt niet snel, zodat ik hem gemakkelijk inhaal en in de lege bak kan klimmen. Ik zet mij met mijn rug tegen het zijschot.
    In elk geval rijd ik weer. Brutaalweg, zonder het te vragen. Weliswaar niet erg comfortabel, maar nu ja. – Ik vraag mij nog even af of het verstandig was mij in het ongewisse mee te laten voeren onder omstandigheden die zo weinig bestendigheid vertonen... Maar dat lijkt toch weer een iets te bange fantasie.
(Wordt vervolgd met nog één aflevering).


Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
re: Een Ongeluk - Afl. 1 van 2
Reactie gegeven door Henk Gruys - 10:29 15-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Bedankt voor je lezen. Is gecorrigeerd.
Met groet, Henk

re: Een Ongeluk - Afl. 1 van 2
Reactie gegeven door evamaria - 22:18 14-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Hopelijk is alles er nog is, als ik - kleinigheidje


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287