Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
re: Een blij...coolbur...
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...DiotheC...
re: Poes Alm...Marcel
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Marcel
re: Poes Alm...Diddy
re: Een blij...Henk Gruys
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
 Meer gedichten
De Bomtrechter - Afl. 2 van 3
 Henk Gruys - 15:52 22-05-2015 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

                    De Bomtrechter - Afl. 2 van 3


Ik sliep die nacht onrustig en droomde aanhoudend over rare omstandigheden die bij dat vertrek een rol speelden, en waarin om onduidelijke redenen ook het zogenaamde burgemeestershuis betrokken was. – De volgende ochtend ontwaakte ik onmogelijk vroeg. Terwijl ik een lange tijd wakker lag, in het gezicht van de ramen die zich als lichtere wakken in de wand aftekenden, bekroop me de angst dat ik hier snel zó ziek zou worden, dat ik niet eens meer weg zou kùnnen.
    Toen het op mijn horloge zes uur was, kleedde ik mij ondanks duizelingen en zweterig gevoel aan, en sloop naar beneden. De pensionhoudster bleek ondanks het vroege uur al op. Ze sneed rozen af in de achtertuin. Rozen die niet leken te geuren. Ik vroeg haar of ze tegen mijn ouders wilde zeggen dat ik een ochtendwandeling was gaan maken. Ze knikte stug en ging verder met haar werk. Ik wist vanaf het begin dat ik niet zeer bij haar in de smaak viel.
    Ik verliet het huis aan de achterkant. Altijd als ik het pension uit ging, verbaasde ik mij erover hoe snel het door het dichte gebladerte aan het oog werd onttrokken.
    Het weer leek niettemin wat beter. De temperatuur was lauw en de regen opgedroogd; alleen op de paden lagen nog modderplassen. De bomen ruisten in een zwakke wind en stonken niet meer zoals de vorige avond.
Doelloos zwierf ik rond in de omgeving. Soms hing nog ergens een houten pijl voor de richting aan een stam, maar dan waren de letters er al jaren geleden afgeregend. Zag ik een willekeurig ander pad, dan sloeg ik dat consequent in.

Nu had ik vaker ondervonden: als je hier geen bepaalde route in gedachten had dan kwam je steevast bij die bomkrater uit. Waarom dit zo was – ik weet het niet. Het gaf het idee dat aan die vreemde bestemming – op het demonische af – op geen enkele wijze viel te ontkomen.
    Na enige tijd merkte ik dan ook weer dat ik onmiskenbaar bij dat gat zou eindigen.
    Maar anders dan de vorige keren zag ik tot mijn verrassing dat zich nu veel jonge mensen bij de krater ophielden; merendeels opgeschoten jongens, gekleed in sterk verbleekte overhemden. Misschien hier samengekomen op weg naar hun werk? Het was de oudere jeugd, die zich tot nu toe slechts gemanifesteerd had door de oude autobanden die ze in de bomen hadden gegooid. Jonge kinderen zag ik ook, en iedereen scheen nogal opgewonden en luidruchtig.
    Later heb ik verondersteld dat zij wellicht in afwachting van zoiets als een busreisje waren, maar nu werd ik door deze vreemd-vroege samenscholing nogal overvallen. Maar hoe dan ook, ik werd nieuwsgierig en daardoor vergat ik even mijn reserves en verlegenheid. Het was per slot mijn laatste dag hier, wat kon mij nog gebeuren?
    Toch bonsde mijn hart toen ik naderbij kwam. Want hoe zouden deze jonge dorpsbewoners, die ik nog nooit ontmoet had, mij bejegenen? Als in een droom liep ik op hen toe. Ik keek niemand aan, in plaats daarvan staarde ik werktuiglijk in de krater. De bomen zag ik roerloos om het gat staan; hun wortels groeiden af tot in de smerige diepte. Steeds knoestiger werden ze naar beneden toe, van een eigenaardige grijsgroene kleur tot aan het doodstille water.
    Zou ik als teken van verstandhouding of van gespeelde onverschilligheid maar eens achteloos in de trechter spuwen, net als die twee oude mannen vorige week? – Maar de tijd om iets te overwegen had ik niet, want die hele dorpse hoop der natie begon zich tegen mij te keren. Ze spraken mij niet rechtstreeks aan, maar overlegden met elkaar op luide toon: "Wie 's dat? – Wà doet-ie-ier? Zou íj er iets me t' mak'n hebb'n?" En alles in dat afschuwelijke dialect van de streek, met die haaltjes binnenin ieder woord. Het was een heel koor van kwaadaardige stemmen en ik voelde mij niet op mijn gemak, temeer daar er steeds meer grote jongens om mij heen kwamen staan. Straks zouden ze me nog in de krater duwen, en ik maakte mij op zo gauw mogelijk weer weg te wezen. Als een soort voorbereiding mompelde ik dat ik in het dorp logeerde (ik noemde naam en toenaam van het armzalige pension), dat ik verdwaald was, maar in de loop van de ochtend definitief zou vertrekken. Dit laatste was weliswaar een vreemde toevoeging aan het geheel, maar ik hoopte daarmee de belangrijkheid van mijn aanwezigheid wat te bagatelliseren.
    Maar dat bleek overbodig, want ze vonden me blijkbaar toch te onbeduidend. Ze duwden me hardhandig weg, bij het gat vandaan, alsof ik daar eenvoudig niets te maken had. In het bijzonder een nogal lange jongen met koortsuitslag op de lip en een sjaaltje om dat hem zeker enige flair moest verschaffen, leek er veel aan gelegen te zijn. Hij pakte me bij de schouder, bracht zijn gezicht vlakbij en beet me toe: "J' bent 'waarsch'wdman, and'rs gaan w' naar dburg'meestr!"
Ik wist absoluut niet wat het te betekenen had, maar het klonk uit zijn mond zó onheilspellend dat ik mij omdraaide en me direct weg haastte, bij de krater vandaan.
    Ik sloeg vlug een willekeurig bospad in. Mijn voeten zakten in de zachte mosbodem weg of kantelden pijnlijk over verraderlijke wortels, maar ik bleef doorlopen. Toen ik na een paar minuten omkeek, zag ik dat de jongens het niet nodig hadden gevonden me achterna te komen. –
    Aan stof tot nadenken weer geen gebrek. Natuurlijk over het knagende gevoel, de eigenaardigheid waarom men mij toch meestal zo vijandig benadert. Waarom ik mij niet vrijelijk tussen die jongelui had kunnen begeven, een gesprek aanknopen, vragen stellen, enzovoorts; waarom was men altijd zo onvriendelijk tegen mij? Ik had niemand toch iets misdaan? Of lag het weer uitsluitend aan mijzelf?
    Peinzend over deze schuld en nadelige levenshouding liep ik alsmaar over de paden voort, steeds bijna automatisch mijn weg kiezend, zonder veel acht te slaan op de omgeving.
    Het hoeft dus geen verbazing te wekken dat ik door de loop van de paadjes na enige tijd vanzelf weer in de buurt van de krater terechtkwam. Maar deze keer kwam ik aan de andere kant uit, zelfs helemaal aan de achterzijde van het burgemeestershuis. En daar, realiseerde ik mij, was ik o wonder nog nooit geweest. Ik wist niet eens dat dáár ook een pad liep.
    De achtertuin van het huis was evenzeer verwaarloosd. Zó zelfs dat het scheen of het huis al een hele tijd niet meer bewoond werd: het ijzeren spietsenhek scheef, de gazons al maanden aan hun lot overgelaten, de struiken warrig en het onkruid hoog opgeschoten.
    Nieuwsgierig, maar ook met het vreemde idee dat ik beslist alles van het dorp moest hebben gezien voor ik vertrok, permitteerde ik mij het tuinpoortje binnen te gaan. Ik zag om een flauwe bocht een brokkelig pad naar de achterdeur, vol modder en gebarsten stenen. Niet bepaald zoals je van een burgemeester zou verwachten... Maar er was er hier natuurlijk helemaal geen. Er was toch ook geen kerk of politiebureau? Wat zou een burgemeester hier ook moeten? De vrijpostige en te matineuze dorpsjeugd vermanen zeker, op ouderwets autoritaire toon...

Maar toen schrok ik. Want bij de achterdeur, vlakbij, stond een jong meisje. Het was het eerste meisje dat ik hier zag. Ik was verrast, zodat ik een moment aarzelde om terug te gaan; daardoor had zij de gelegenheid mij te wenken. Aan haar gezicht, haar houding was te zien, dat het buitengewoon belangrijk was dat ik naar haar zou luisteren.
    Ze was misschien vijftien, zag bleek, had holle ogen en ingevallen wangen. Haar blonde haren hingen in slierten over haar schouders. Kouwelijk leek ze, ineengedoken als een ziek vogeltje. Ik kwam aarzelend naderbij.
    "Heb je hen gezien?" vroeg ze, zó intens dat ik er niet aan hoefde te twijfelen wie zij bedoelde.
    Maar zij scheen nauwelijks antwoord te verwachten, ze zuchtte. In haar trillende handen hield zij haar zakdoek en een wit sigarettenpakje. Toen zei ze: "Weet je wat ze gedaan hebben bij de put?"
Wordt vervolgd met nog 1 aflevering).


Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren

De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287