Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
re: Een blij...coolbur...
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...DiotheC...
re: Poes Alm...Marcel
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Marcel
re: Poes Alm...Diddy
re: Een blij...Henk Gruys
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
 Meer gedichten
De Races - Afl. 1 van 2
 Henk Gruys - 20:42 24-12-2014 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

                De Races


Richard was geheel om de half ingestorte schuur heengelopen en zag nog steeds niets verdachts. Toch was het of hij wat gehoord had, vlugge voetstappen, gevolgd door haastig schuifelen in het gras... Er was hier tòch al zoveel onraad...
    Maar toen hij, nog steeds behoedzaam, het pad overstak naar het struikhout langs de kant, zag hij een kleine zwartwitte hond wegspurten. Heuveltje op en hij was verdwenen. – O, dat dus weer... Honden liepen hier wel meer... èn zwerfkatten, niet te kort; als het een beetje tegenzat, werden ze beschoten door Kamiel met zijn windbuks, zwaar kaliber. – Had hij wel eens gezien.
    Ook hij liep de zanderige verhoging op. Het pad was bijna een holle weg door de warrige struiken en een veelheid van beschadigde boomknoesten. Boven gekomen raapte hij een tak op en keek om zich heen. Maar de hond was nergens meer te bekennen.
    Met de tak als wandelstok klom hij naar boven. Een stukje verderop was alles opener en kon hij over een deel van het zandcircuit uitkijken. Het circuit! Heer en meester had hij zich vaak gevoeld over het terrein dat lag te blaken in de zon – zíjn terrein. "Ik zal je wat zeggen," mompelde hij, "ik wil van nu af geen rottigheid meer, geen illegale toestanden. Ík ben hier de baas. En als het hen niet aanstaat, lazeren ze maar op..."
Hij daalde het zand aan de andere kant af, wadend door een baaierd van braamstruiken en dode takken. Daarna kwam hij op een wat kaler stuk. – Opeens schoot hem te binnen dat hij vanmorgen helemaal vergeten was Steehouwer te bellen. Dat had hij afgesproken... Hij stond stil om het te overdenken. "Verdomme stom... 't Is te hopen dat Steehouwer straks nog op kantoor is... Als ik hem niet te spreken krijg, dan kan het nog problematisch worden met dat geld... Beslist even werk van maken."
    Hij liep weer verder. Zijn schoenen zakten tot aan de veters in het modderige zand weg. Het was een erg vervuild landje waar hij nu kwam, met afval, smerigheid in de bosjes en ondefinieerbare luchtjes. En toch kan dat publiek hier het beste staan, zei hij bij zichzelf. Om een nachtje te kamperen of alleen hun auto neer te zetten. Er is alles wat ze nodig hebben. Of beter gezegd: niks, haha. Geen wc's, patatkraam en geen kampwinkel. – Maar ze moeten niet te veel praatjes hebben, want verder is alles gratis. Kakken doen ze maar in de bosjes. Schijt aan het milieu. Zoals we overal schijt aan hebben.
    Hoe loyaal waren de "anderen" eigenlijk, vroeg hij zich een moment af. Maar deze vraag breidde zich niet uit. Dat zullen we gauw genoeg merken, concludeerde hij, en met zekere vaagheid, want zijn aandacht was alweer bij een nieuwe omgeving. Hij was aangekomen bij een andere zone, een land waaromheen een rij kromme bomen stond en een stapel grote roestige buizen aan de kant lag. Achter de buizen zag hij Fred voor zijn caravan als een verdwaasde heen en weer lopen. Richard ging naar hem toe.
    Fred hield tussen zijn vingers een nylonlijn vast, die zo dun was dat hij niet te zien zou zijn geweest, als de zon er niet op had geschenen. Met het nylon in de hand liep Fred naar een paal met een waslijn, waaraan hij het vissnoer had vastgemaakt.
    Ze groetten elkaar niet, ook niet toen Fred weer terugkwam met zijn blinkende draad, omdat het misschien onzin was te groeten als je elkaar op hetzelfde uiterst smerige en opgefokte land aan de buitenkant van een bijzonder onaantrekkelijke stad ontmoette. Als je van hetzelfde soort beetje outcast was, de een misschien wat meer dan de ander. De desolate omgeving verschraalde de omgangsvormen deerlijk.
    "Hoe lang zo'n vissnoer?" vroeg Richard als openingszet, "vijftien meter?" Het was zijn bekende terloopse wijze om een gesprek te beginnen, zonder eigenlijk veel aanknopingspunten voor de ander.
    Fred antwoordde er dan ook niet op. "Gisteren was het een groot succes," deelde hij mede, terwijl hij zijn voorhoofd vol optimistische rimpels trok. "Zó een gevangen!" Hij gaf tussen zijn handen een afstand van een halve meter aan.
    "Gebakken... en meteen opgevreten." Fred grijnsde van de herinnering aan het genot, misschien zelfs met uitlopers naar een heel ander soort genot. De groeven in zijn grijnslachende gezicht leken nog zinnelijker dan anders.
    "Maar je kwam zeker vragen?.." Hij wikkelde de draad gestaag om zijn hand. "Alles aangeplakt, geen een meer over. In de stad, in tunnels, het station, op de borden... Honderd posters. En geen wouten te zien." Het vaalblauwe T-shirt, krachtig over de buik gespannen, zag er uit of hij ermee onder een lekkende auto had gelegen.
    "Alles dus als afgesproken?.." zei Richard onderzoekend. Hij was altijd argwanend als Fred zijn praatjes hield.
    "Ja, ga maar kijken... prima in orde." Fred krabde zich op de borst, waarbij zijn shirt mee bewoog of het van elastiek was, maar zag Richard niet aan. –Ik gá kijken, dacht deze, reken maar, èn vanmiddag nog. Hij kan wel van alles zeggen. Hij belazert de zaak, dat zie ik aan z'n smoel, hij heeft er natuurlijk geen pest aan gedaan. – Maar hij kon er niet over doorgaan, omdat hij het niet echt wíst. Hij gaf Fred een zinloos klopje op de schouder en zei: "Heb jíj toevallig geen kennissen met ouwe auto's die eraan mee willen doen zondag?"
    Fred kwam heel dichtbij hem, zodat Richard zijn zweet kon ruiken en zei, hem recht in de ogen kijkend: "Kenne we eerst effe afrekenen voor die biljetten?"
    Richard wendde zich geïrriteerd af. "Afgesproken was vrijdag," zei hij afgemeten, "ik heb nou niks bij me." Fred maakte een soort verontschuldigend gebaar of hij het maar voor een deel met zichzelf eens was toen hij tegenwierp: "Richard, ik heb ook me kosten... wat dacht je van de benzine tegenwoordig..." Hij draaide zich om en trok het nylon aan de paal strakker opdat er geen lussen in zouden komen. De kwestie leek nog niet uit de lucht.
    "Kan ik nou het weekend eigenlijk op je rekenen of niet?" vroeg Richard ongeduldig.
    "Tuurlijk." Fred trok zijn mes uit zijn riem, sneed de lijnen tussen zijn vingers door en liep, terwijl hij de snoeren begon op te rollen, weer bij Richard vandaan.
    – Richard ging zonder groet terug, richting zandweg. Hij was knap geërgerd. Het wordt tijd dat zulke gasten als Fred 'ns staangeld gaan betalen, dacht hij. Wat kopen we voor kletsverhalen en flauwekul? Fred is uitgekookt, dat weten we. Denkt altijd alleen aan z'n eigen. Maar àls ik iets bij hem merk met die posters, dan schop ik hem zo van het terrein.
    Hij kwam via een oplopend pad steeds dichter bij "het circuit". Het eigenlijke circuit lag in een laagte, was een brede, zeer bochtige zandbaan tussen uitgemergelde grasstroken, hobbelig en heuvelachtig. Maar zo was het hier overal, het soort terreinen dat geregeld nomaden, kleine scharrelaars en primitieve zakenmensen zoals Richard aantrekt.
    Hij had er vanaf een heuveltje goed zicht over. Over vier dagen is het zover, dacht hij, dan moet alles voor elkaar zijn. Daarom kan ik al die praatjes en gezeur niet hebben. Want wie had dit terrein gehuurd? Toch niet Fred of Rinus! En wie organiseerde de races? Alleen hij! Alleen híj liep het risico. Alleen hij!
    ...Hij had al verscheidene dingen in zijn leven geprobeerd, maar leek tot nu toe niet erg voor het geluk geboren... Toch was hij er weer vol goede moed aan begonnen, waagde hij het erop. Nu of nooit, had hij gedacht. Want wie had zoiets ooit gedaan? Toch niemand? Autoraces! Dat hadden ze hier nog nooit meegemaakt. Een wedstrijd met prijzen! En het publiek? Het moest in groten getale toestromen, tuk als het was op alles wat met auto's en wedstrijden te maken had! Nee publiek was niet zo'n onzekere factor. Maar het moest dan ook op ander gebied niet tegenzitten, bijvoorbeeld met het weer, want dan ging hij alsnog mooi het schip in...
    "Vergunning" van de gemeente had-ie ook al. Verplicht, want dit terrein was niettegenstaande alle wanbeheer, praatjes en verklaarde onzin: "stadsgrond". Ondanks alle verwaarlozing, minachting voor de bewoners en illegale vuilstort waar nooit tegen opgetreden werd. Maar het wàs gemeentelijk gebied – en hij wilde het netjes doen, en dat betekende dat je daarover officiële afspraken moest maken.
    Maar méédenken met zijn initiatieven, homaar! "Ochjee, meneer," had de ambtenaar op het gemeentehuis meewarig gezegd toen Richard daar zijn plannen ontvouwde. Want die stadhuispief scheen zijn naderend faillissement al aan de horizon te zien kieren. – En zo, stelde Richard vast, werd ieder lonend initiatief meteen al ontmoedigd, de beginnende zakenman al van start af aan, zo niet fabuleus tegengewerkt, dan toch ook niet echt geholpen. Maar daarover werd door al die van de belastingcenten onderhouden betweters niet getreurd hoor! Maar wèl gemeentelijke leges drieënveertig gulden in de knip – dat weer wèl natuurlijk.
    Al die snoevers en arrogante druktemakers die je overal voor de voeten liepen en handen vol geld kostten... En de kleine ondernemer maar moeite doen om een paar centen te verdienen, dacht hij.
    Hij keek in het warme zand en zag zeker tien zwarte rondjes voor zijn ogen. Zonnevlekjes omdat hij te veel in de zonnige hemel had gekeken. Hij knipperde met zijn ogen, en toen werden de vlekjes groen.
    Het waren verdomd net duinen hier... Het leek wel een beetje het circuit van Zandvoort. Nu ja een klein beetje. Geen asfalt natuurlijk. Eigenlijk had hij ook nog een soort tribune hebben moeten regelen, met ereplaatsen, dan was het helemaal professioneel geweest. Jammer bleef het uiteraard dat hij geen toegangsgelden kon vragen. Hij kon niks afsluiten. Nu moest het inschrijfgeld der deelnemers èn het staangeld van frietbakker en biertentjes, minus prijzenbedrag het financieel voor hem goedmaken.
    Hij was weer verder gelopen. Achter metershoge woekerplanten en een stapel rottende boomstronken had Harrie zijn Army Shop gevestigd, aangezien hier in de buurt een afgebrokkelde klinkerweg naar het dorp liep.
    Harrie kwam juist uit zijn keet. Hij droeg zijn arm in een doek, want hij was begin deze week van zijn motor gevallen. Richard kwam eigenlijk alleen maar voorbijlopen, zonder bedoeling, maar ging toch even naar hem toe. "Harrie wil je wat voor me doen?"
    "Voor jou altijd. Problemen?" – "Och nee," zei Richard, "alleen dat je voor me oplet als er weer raar volk hier rondhangt."
    Harrie krabde zich in zijn baard. "Eerlijk, Richard, ik heb niks gezien! Is er dan wat?" – "Op het ogenblik niet," zei Richard. Harrie bukte, tuurde clownesk over de zandweg met zijn hand boven de ogen en ging weer rechtop staan. "Niks te zien hoor Richard," lachte hij. Richard zag het bord boven de ingang van zijn keet. TEXAS HARRIE'S ARMY SHOP stond erop, met overduidelijk door Harrie eigenhandig geschilderde letters. Terzijde lag een deel van de voorraad van Harrie onder een bruin dekzeil. Harrie wandelde naar een houten hok langs een rand met bomen. Richard liep een stukje mee. "Maar op jou kan ik rekenen, Harrie?" – "Altijd, Richard."
    "Hoe is 't overigens?" vroeg Harrie, de kruk van de wc-deur in zijn hand. "Komt er nog publiek zondag?" – "Tuurlijk... ik heb de mazzel altijd aan mijn kant, dat weet je. Maar ik moet es verder. Als je nog klanten voor me weet voor het weekend... hou het voor me in de gaten!"
    Richard liep weer verder tot waar meer en hoger geboomte was uitgegroeid en hij bij zijn eigen loods kwam. Die had hij meteen "De Hangar" gedoopt. Omdat die ooit van nette verticale planken opgetrokken was geweest en het teerpapier op het dak nog niet zo erg was gescheurd als bij de andere bouwsels hier. Nu ja, het was in ieder geval de grootste keet van het hele terrein, door hem twee maanden geleden voor een zacht prijsje van een dubieuze aannemer overgenomen.
    Maar toen hij de sleutel uit zijn zak had gehaald en op de deur toe liep, voelde hij dat zijn mond wijd openviel. Het slot van de deur hing er ellendig bij, de schroefogen waren met geweld zó uit het kozijn gerukt. "Godverdomme!" schreeuwde hij en trok de deur open. De stank van pure benzine kwam hem tegemoet. Hij zette de deur ver open om licht te hebben en beende naar de Chevrolet. Plasjes benzine glommen op de grond, nog niet geheel in de bodem gezakt. Hij liep terug naar de deur, greep een ijzerdraad van de werkbank, draaide de tankdop los en stak de peildraad erin. Niet meer dan twee centimeter blonk nat toen hij naar de deur was gelopen om te kijken.
(Wordt vervolgd met nog 1 aflevering).

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren

De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287