Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
re: Een blij...coolbur...
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...DiotheC...
re: Poes Alm...Marcel
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Marcel
re: Poes Alm...Diddy
re: Een blij...Henk Gruys
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
 Meer gedichten
In de Krater
 Henk Gruys - 21:09 29-05-2013 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

In de Krater

Een groepje reizigers trok al weken door een verlaten, afzichtelijke landstreek. Dertien mensen van onderscheidene leeftijd en afkomst, acht mannen, vier vrouwen en hun gids vorderden maar langzaam in het onherbergzame middenland.
    Een vreemde doortocht was het, in een nog vreemder gebied. En na zoveel dagen, zo ver van de bewoonde wereld gingen de reizigers zich steeds meer verloren voelen in de door stervend geboomte afgekaderde laagvlakte. Een omgeving die wel kaal gebrand leek, met vuile rookslierten aan de horizon en witte as van onzichtbare branden zelfs doorgedrongen in de vouwen van hun reiskostuums. En allen verlangden in stilte al dagen naar het einde der tocht.
    Het was omstreeks het middaguur van de laatste dag dat het weer omsloeg, en zij meer en meer werden omgeven door de damp aan de einder, met de zon nog flauw zichtbaar achter reusachtige vegen bruine rook.
    Men bemerkte dat, na talrijke inzinkingen, de bodem gestadig oprees uit het dal. Maar pas in de middag was er sinds lang weer een overblijfsel van een looppad in de richting waarin ze hadden te gaan. Het klom tussen dorre, vergeelde duinplanten en leek van scherpe schitterwitte splinters aangestampt. Een keramisch pad dat eindeloos omhoog kronkelde langs halfverzakte, vroegere boswallen, overhuifd met bomen waarvan de zware takken vreselijk met teer waren besmeurd.
    – Aan het eind van dit schervenlandschap klom het pad niet langer. Ze kwamen voorbij een effen, ooit door stromend water gladgestreken dalkom. Sommigen durfden niet te kijken in de glanzende leigrauwe laagte, waar ondiepe kraters waren opgeweld als geweldige gestolde luchtblazen, overdekt met stof. Wervelende luchtstromen trokken eroverheen als tot aanvreting van hun structuur, maar welbeschouwd toch tot weinig in staat.
    De gids met kaartentas naderde de steile steenwand als eerste. Maar hij tuurde niet naar boven langs de begroeide muur, blikte slechts achterwaarts en overzag zo de eindeloze zigzagweg die de groep de laatste dagen had afgelegd.
    De protesten tegen alle ongemak waren allang verstomd. Dat dit geen normale reis betrof, daarvan was iedereen doordrongen. Sommige reizigers waren dodelijk vermoeid, dat besefte de gids terdege. Er evenwel op aandringen bleef hij niet te versagen, hun gezamenlijke opgave en taken niet uit het oog te verliezen nu zij al zover waren gevorderd; de eindbestemming, de stad, was thans dichtbij, zei hij.
    Praktisch uitgeput begonnen de tochtgenoten de fragiele ijzeren trappen te bestijgen, al in vroeger eeuwen tegen de muur van bultig gestold gesteente aangebracht.
    Als vliegen op een gashouder voelden zij zich tijdens de klim, en zij die bang waren knepen hun ogen stijf dicht. Maar zonder ongeluk of neerstortingen bereikte iedereen het einde der wankele ladders.

Toen zij hoog op het omhekte platform waren, keken zij in het effen schelle licht als verdoofd. Duizelig en apathisch wankelden ze aan de afgrond van een reusachtige metropool van rotsen en gekleurd glas, waar overal staketsels van monstrueuze gebouwen en veelvormige installaties uit oprezen en fabrieksuitlaten een uitgestrekt ontbladerd bos vormden tegen het hellend eindterrein. Geen reiziger die niet werd getroffen door het afstotende van dit gebied.
    Over een aflopende klinkerstraat hadden zij hun weg te vervolgen. Daarna werden zij spoedig aan alle kanten door torenhoge machinerieën van roest en helderblauw laslicht omgeven.
    Zij trokken een strak geometrische stad binnen, vol reusachtige fabrieken en brullende ovens.
    Alle tochtgenoten voelden zich langzamerhand ongemakkelijk en ontheemd. De afmatting der reis begon zwaar te wegen, zelfs nu die bijna was beëindigd. De uitgeputte reizigers zagen ook niet veel, bijna niets; willoos liepen zij achter de gids door nauwe zwarte fabrieksstraatjes met eindeloze rijen lemen woningen, waarlangs kunstmatige regen smolt. Met aan het eind een somber middenplein, waar een eeuwenoude kathedraal oprees, niet van natuursteen maar van pyriet, met boogramen van portaalkraanstaal. De reisgenoten voelden in de druipende regen de hitte der reactieprocessen afstralen op hun voorhoofden en koortsige wangen. In de verte fonkelend slechts één kleine ster... maar dat kon hun einddoel niet zijn.
    De gids voerde hen naar de buitenkant, naar zee, als op een bedevaart. De zon brak door en op opengevallen plaatsen zagen allen in een baai vol wier en zilvergeld hoe aan drijvende poliepen tientallen zeestomers werden leeg geheveld. Het nikkel der gestolde bliksems schitterde en de zeekastelen antwoordden met stemmen van vloeibaar koper.
    Via oude, vergeelde folders was de reizigers op deze plek een buitengewone ervaring in het vooruitzicht gesteld. Een belangrijk geheim zou worden onthuld, iets waartoe slechts in uitzonderlijke tijden werd overgegaan, zoals de gids mededeelde in strenge overtuiging.
    Sommigen, de meest gelovigen, meenden dat Het Goddelijk Licht hen zou worden geopenbaard. Zij haalden geschriften, overleveringen aan; weer anderen twijfelden aan enigerlei profetie, omdat daar geheel geen voortekenen van waren geweest. En de gids was hierover nog altijd niet expliciet.
    Zij, de gelovigen weer, meenden dat op deze oud-heilige stee ooit De Redder Der Mensheid was opgestaan en dat zijn Goddelijke Bazuin over water had geschald. Maar ze konden dit onderwerp nergens bevestigen of overtuigend uitdragen... en daardoor bleef hun veronderstelling te weinig concreet.
    De gids bracht een kort dispuut op gang. Hadden zij, zonder deze vraag te beantwoorden, er niet meer aandacht aan moeten besteden? Het blijvend gedenken misschien?.. Hun leven er naar inrichten?.. Een gedachtenwisseling volgde; maar of deels hun geheugen was verwaasd, zo memoreerden de meesten nog de kwestie; het was lang geleden, oude geschiedenis reeds, de wereld onherkenbaar geëvolueerd. En indien al, zo meenden zij, dan kon men toch nauwelijks meer op deze archaïsche, bovendien zeer omstreden leerstelling worden aangesproken...
    – 's Middags keerden ze terug naar het binnenland. Het weer verdonkerde zienderogen, de lucht kreeg een loodkleur, een bui kolkte aan. In dit onwerkelijke schijnsel klonk alle geluid dof, glom het vale steen nog meer sinister. De gids twijfelde deels aan zijn taak; konden zijn tochtgenoten, nog steeds onwetend over de kwintessens van zijn opdracht, het eindpunt nog bereiken?
    Hij liet de zwakken niet meer de lange wimpel dragen, die gespleten was als de tong van een slang en in felle tegenwind meegevoerd. Hij telde zijn zegeningen, de gids, en toen ze bij een stille hoek met erts bestofte struiken stilhielden om te rusten, bad hij op een verborgen plaats voor allen tot zijn verre, verre God.

Met de hoofden allang niet meer omhoog strompelden een groep van twaalf schuldigen en begeleider in de motregen over een met roestig blik beslagen terrein voort. Hun schuifelende voetstappen rammelden over het metaal, zo treffend gelijkend op het rinkelen van een rijtje geketende gevangenen.
    Maar monsterachtige vleermuizen van gietijzer schoten snerpend uit de webben die van de kopergroen uitgeslagen bomen dropen. De wezens vlaagden in slierten over en schampten hier en daar een schouder, verwarden zich in haren.
    Doch niemand der gevangenen zei iets, geen der slachtoffers durfde zelfs maar zijn mond nog open te doen.
De gestraften waren allen schuldig bevonden in de zin van het Goddelijk Beginsel. En onherroepelijk geoordeeld in een daaropvolgend Goddelijk Proces.
    De bewaker voelde zich lichtelijk bezwaard; tot hiertoe had hij de hem toevertrouwde gevangenen begeleid zoals steeds, correct, vol verantwoordelijkheid, met vrijgesteld en gereinigd geweten. Maar hij was jong, het was zijn eerste opdracht. En hij veronachtzaamde zijn plichten evenmin; zijn arrestanten de ketens af te nemen was ten strengste verboden.
    Hij leidde zelf zijn groep naar de eindovens. Toen de gevangenen arriveerden, werden juist de gigantische vuren geopend en werd iedereen beschaduwd door de ontzettende gloed. De gids met jeugdig gelaat en zwarte baard stond terzijde en sloeg de ogen op, ontroerd door de grote zandgrijze engelen die hoog boven de gloed verschenen in klassiek schilderachtig patroon, met golvende wimpels, ouderwetse muziekinstrumenten en jubelzang. De engelen bleven, hoe schijnbaar massief ook, zweven in de grauwe regenschijn en bliezen de wangen bol op middeleeuwse bazuinen.
    Het weelderig geluid wekte sommigen der gevangenen voor het laatst uit hun verdoving, en zij tilden op het hemelse vertoon aarzelend het hoofd op in het laaiend geflakker.
    Een executiepeloton van vreemde, ouderwetse soldaten trad aan.
De trouwe gevangenen, drie aan drie aaneengeketend, werden per slag minder anoniem, hun gelaatstrekken, en persoonlijke oogopslag. Zij werden individuen, zo dicht bij de laatste seconden van hun bestaan.
    De robotachtige krijgers schouderden de geweren. Hun gezichten waren volstrekt onherkenbaar doordat ze zo beangstigend op elkaar geleken. De bevelvoerder hief voor het laatst de armen als een profeet.
    – En in welhaast eeuwigdurend gedaver weergalmde het geweervuur op tegen de reusachtige, tijdelijk zwijgende fabrieksinstallaties.
    Om daarna definitief weg te sterven in een koude, onverschillige stilte, waarin de gids geknield lag, het hoofd gebogen hield en zijn handen gevouwen in gebed.

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
re: In de Krater
Reactie gegeven door Henk Gruys - 20:35 01-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Excuus dat ik wat laat antwoord, maar jullie reacties waren al uit de lijst verdwenen toen ik daar keek.

In de Krater.
Ik heb gedacht aan een Goddelijk Oordeel, 88, maar heb in het verhaal bewust veel open gelaten; iedereen mag erbij fantaseren wat hij/zij wil. Bijvoorbeeld waarvoor die twaalf bestraft worden. De erfzonde? Of waarom ze juist in dit archesch landschap lopen. De gids is een door God afgevaardigde begeleider/gevangenenbewaker, en maakt dus geen deel uit van de groep schuldigen.

Een goddelijk oordeel is, ook voor gelovigen, vaak ondoorzichtelijk.
De Krater lijkt me overigens typisch iets van een athest, (die ik ben).

Marcel,
Verdere verklaringen krijg je van mij niet, je zult het moeten doen met de door ondergetekende verstrekte gegevens in het verhaal, aangevuld met je eigen fantasie.
Spijtig dat je het een zowel als het ander blijkbaar als ontoereikend ervaart.

Ik dank jullie beiden voor het lezen en je commentaren.
Met groet, Henk

re: In de Krater
Reactie gegeven door 88 - 18:55 30-05-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik dacht eerst aan een bedevaartstocht, Santiago de compostalla ofzo, en verder in het verhaal denk ik toch meer aan een survivel/ strafkamp, en dat ze daar tot god oid zouden moeten worden, en dat gebeurt niet he? Ze worden in de droom afgeknald, en de gids is de enige gespaarde, want God doet aan genade, die gids gaat wel naar de hemel denk ik..


ik kom nog wel een keer lezen als je gereageerd hebt, voor nu


groetje ;)

re: In de Krater
Reactie gegeven door Marcel - 18:29 30-05-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Een veel te lange aanloop naar iets van een anticlimax, geen woord over wie, waarom, t blijft teveel op de vlakte. 8 mannen, 4 vrouen, geen 6 om 6? waarom? verhoudingen? wie hoort bij wie? Buiten het einde zijn we totaal niets te weten gekomen over hun of over de gids.


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287