Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: dagmerrieDiddy
re: Brievenb...Stanislaus
re: dagmerrieMarcel
re: Expo shockMarcel
re: Koorddan...Diddy
re: GazelleDiddy
re: Gazellewijnand
re: dagmerrieDiddy
re: dagmerrieHanny v...
re: DROODLEP...Hanny v...
re: dagmerrieDiddy
re: DROODLEP...Erik Le...
re: dagmerrieHanny v...
re: DROODLEP...Hanny v...
Allen> Boere...Hanny v...
re: DROODLEP...wijnand
re: Boerenve...wijnand
re: Boerenve...Heracli...
re: VRIJE GE...Erik Le...
re: Boerenve...Erik Le...
re: Veske visDiddy
re: Veske visMarcel
re: Boerenve...Diddy
re: GRATIE A...DiotheC...
re: Trager w...Marcel
re: OndraaglijkDiddy
re: wat nuDiddy
Allen> Ondra...Hanny v...
re: wat nuHanny v...
re: GRATIE A...Hanny v...
re: Trager w...Diddy
re: formele ...Diddy
re: formele ...Diddy
re: formele ...Marcel
re: GRATIE A...Marcel
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Angsten van ...Hanny v...
Zee van dromencoolbur...
In de morgencoolbur...
Brievenbeste...Stanislaus
TijdgeestMarcel
and so it goesDiddy
Koorddansere...Hanny v...
Expo shockDiddy
GazelleDiddy
dagmerrieDiddy
DROODLEPOWERErik Le...
VRIJE GELUID...Erik Le...
Diddy
Veske visdegon valk
BoerenverstandHanny v...
Trager was d...Marcel
GRATIE AAN I...Erik Le...
formele logicaErik Le...
retour Diddy
BritsgeheimenDiddy
SprekendDiddy
OndraaglijkHanny v...
ZelfkennisMarcel
nog steedsDiddy
koffietijd Diddy
 Meer gedichten
Nomanie - (slot)
 Henk Gruys - 14:09 19-06-2017 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 


                    Nomanie - (slot)


Maar ook dit had geen zin; want ik kon toch nergens duidelijk maken hoe ik verdrietig ik door haar naderende afscheid werd beziggehouden. –
    Ik ontwaakte uit mijn overpeinzingen. "Mijn moeder heb ik al in geen weken gezien," zei ik om mijn neerslachtigheid te doorbreken, en ik probeerde mijn stem zo gewoon mogelijk te laten klinken. "Maar jou zal ze nog wel kennen, denk ik."
    – Ik wist er ook niet meer over te zeggen. Nomanie zweeg als was ze over mijn laatste uitspraak verwonderd, maar tevens enigszins in twijfel gebracht.

Bij het kleine, lage huisje van mijn moeder kwamen we aan in de middag. Het ligt niet aan een straat, maar aan een zandpad dat geen naam heeft. Ik klopte aan de voordeur, want in een bel is nog steeds niet voorzien. – Er werd niet opengetrokken. Mijn moeder kan niet weg zijn; zij komt niet meer buiten, slecht ter been als zij is.
    Ik liep om het huis heen op het achtererf. De keukendeur was los; ik duwde hem een stukje open en loerde naar binnen, zo voorzichtig of ik indringers wilde betrappen. Het aanrecht stond vol vaatwerk en er hing een weeë vetstank. Zoals gewoonlijk zat alles dik onder het stof, maar zo erg als nu had ik het nog nooit had gezien.
    Waar was Nomanie? Geschrokken van dit vreselijke interieur en was zij hals over kop verdwenen? Gevlucht? Wilde zij niets meer te maken hebben met een eenzaam en somber iemand als ik, die zo'n vreemd mens als moeder had? De gebeurtenissen van de nacht kwamen telkens in mij boven.
    In de huiskamer zonk ik moedeloos in een stoel en legde mijn hoofd op de tafel. Het was doodstil overal; zelfs geen klok tikte. Ik ademde het stof bij vleugen in. Uiteindelijk stond ik op en ging naar de zijkamer. Daar stond Nomanie voorovergebogen bij de muurkast.
    "Wat overal een stof hier," zei zij, en ze veegde met een schoenpunt wat stof van de vloer bijeen. Mijn moeder keerde zich naar mij om. – "Ik zocht daarnet mijn bruine japon," zei zij. "Die moet ik aan als straks de visite komt. Maar ik kan hem niet vinden. Jullie hebben alles door elkaar gesmeten en ik had daar nog zo voor gewaarschuwd!" – "Zij is moe," zei Nomanie. Zij keek aarzelend en peinzend door de kamer, alsof ze nog naar een andere oplossing zocht.
    "We brengen haar beter naar bed."
    "Ik ga niet naar bed," zei mijn moeder beslist. "Slapen ga ik nog niet. Weten jullie wel hoe vroeg het nog is? Zijn jullie wel goed snik? Klaarlichte dag! Aanstonds komt de visite. – Wat denken jullie wel? Ik ben niet kinds of zo! – En jij gaat nu toch niet meer weg?" zei ze tegen mij. "Dat kan niet!"
    Wij brachten haar ondanks luide protesten voorzichtig naar bed, stopten haar in en trokken de overgordijntjes voor de ramen dicht. Hierna gingen Nomanie en ik aan de tafel zitten. De envelop met papieren van een hulporganisatie had ik uit de kast gehaald. Maar ik keek er alleen maar naar en deed ze terug in de envelop, zonder iets te hebben gelezen. Nomanie weet nu alles, bepeinsde ik, alles van mijn situatie, van mijn moeder en ik. Ik ben zo open als een boek.
    Een tijdje zaten Nomanie en ik tegenover elkaar. Toen keek ze mij kort aan, sloeg de ogen neer en zei: "Je zult mijn hulp niet meer nodig hebben, nu alles weer een beetje op orde is. En dus wordt het tijd dat ik eens vertrek."
    "Maar mag ik dan niet bij je blijven?" Ongetwijfeld zag zij hoe verslagen ik was op haar aankondigde afscheid, maar ze stond op, vlijde haar zachte armen geheel om mij heen kuste mij, en vervolgde zacht: "Mijn naam is immers Nomanie? De ontkenning zit in mijn naam: No." Zij lachte flauwtjes. "Voor jou had ik dus beter Sidonie kunnen heten; want in het Italiaans betekent dat ja."
    Maar ik was te treurig om om haar grapje te glimlachen. – Zelfs zij kon dat niet veranderen.

Vlak voor een pannekoekenrestaurant was de bushalte. Een walgelijke lucht van verbrande boter hing als een onheilstijding tussen de gevels. De straat was aan de zijkanten opgebroken en stapels rioolbuizen versperden de doorgang; klanten zouden door stormdalen moeten waden en wallen van zand beklimmen. Geen wonder dat de halte buiten werking was. We liepen naar de volgende stopplaats.
    Rechts van de weg was een diepe zandkuil. Graafmachines stonden er roerloos aan de kant, als stomme getuigen. We daalden af en gingen zitten in het droge zand. Ik dacht aan ons samenzijn, vannacht in de donkere kist. Zo dicht als toen kon ik niet meer bij haar zijn. Maar ik moest mijn neerslachtigheid doorbreken en ik sloeg mijn arm om haar heen.
    Zo zaten we een tijd stil langs de opgebroken straatweg. – Ik zei: "Ik houd van je. Kan ik niet met je mee? Nomanie!.. ik weet niet hoe het verder moet..." Mijn woorden stolden in de onafwendbare treurigheid.
    "Ik zou wel bij je willen blijven, heus ik meen het, maar het is onmogelijk. Ik kan je dat niet uitleggen, maar het gaat niet; je moet mij geloven. We moeten het niet te moeilijk maken, niet voor jou, niet voor mij, en voor ons beiden..."
    Er moest in het verleden iets gebeurd zijn, iets dat geheim was. Ik had het gevoel dat de onthulling zo persoonlijk op haar betrekking had, dat haar tragedie zó groot was en zo triest, dat ik er niet naar kon, en niet mocht vragen.

Zij stond op toen het tijd was en sloeg het zand van haar kleren. "Maar we zien elkaar later toch wel eens weer?" zei zij. "We wonen in dezelfde provincie toch?.."
    – Een rode bus naderde in de verte. Ik had gehoopt dat hij niet zou komen, dat de vervoersmaatschappij failliet was, of dat de straat zo was opgebroken dat er helemaal geen verkeer mogelijk was.
    Alsjeblieft chauffeur, doet u of u ons niet heeft opgemerkt en rijd u door!
    Nomanie drukte zich nog even tegen mij aan, gaf twee kussen op beide wangen, en liep naar de halte. De bus naderde groot en voerde een kussen van warme lucht met zich mee. De geledingen van de smalle toegangsdeuren klapten open. Alleen zij was passagier en zij klom met kleine treedjes de bus in.
    Ze wuifde nog achter een raampje. Ik zag haar gezicht dat voor het eerst toch anders stond dan ik van haar kende; nu opeens heel verdrietig.
    De bus was al verdwenen, toen ik nog nadenkend bij de halte bleef wachten. Net alsof zij snel spijt zou krijgen en ieder ogenblik kon terugkeren uit andere richting. Maar ik wist heel goed dat ik haar nooit meer zou zien. – Onze ontmoeting was zo broos en onbestendig gebleken, dat die laatste minuut er eigenlijk weinig meer toe deed. Het leek of Nomanie een droom was geweest en niet echt had bestaan.
    – Ik kreeg de neiging om recalcitrant om te keren en weg te lopen, – het gaf niet waar naartoe; iedere willekeurige bestemming zou genoeg zijn. Weg van alles moest ik nu, weg van hier.
    Ik ging terug, dwars door de zandwoestenij en over de steenhopen, terug naar het kleine, stoffige huis, met een gevoel of ik daar nooit meer vandaan zou kunnen.

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
re: Nomanie - (slot)
Reactie gegeven door evamaria - 00:56 22-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
"Maar we zien elkaar later toch wel eens weer?" zei zij. "We wonen in dezelfde provincie toch?.." Helemaal hopeloos is het toch niet? Die verliefdheid.

re: Nomanie - (slot)
Reactie gegeven door evamaria - 22:21 21-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Het is inderdaad een treurige verliefdheid, dat komt zeker over. Dat lijkt mij goed beschreven.

re: Nomanie - (slot)
Reactie gegeven door Henk Gruys - 20:15 21-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet

Ik beschrijf een treurige verliefdheid, en daar is inderdaad niets grappigs aan.

re: Nomanie - (slot)
Reactie gegeven door evamaria - 12:43 21-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Hier en daar kan naar mijn idee wat geschrapt.
Het is wel goed geschreven. Je realistischer verhalen spreken mij meer aan. Dwz de verhalen die zich in een soort droom lijken af te spelen vaak wat minder. Bv. een vrouw die in een kist gaat slapen op haar achtererf? De ik erbij? Dat lijkt mij vnl. ver gezocht. Zo...bedacht..Niet zozeer symbolisch, betekenisvol. Ook niet echt grappig. Andere gedeeltes vind ik wel mooi.


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287