Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: De kerk ...Claudel...
re: Burn-outHenk Gruys
re: Go Clody...coolbur...
re: En danwijnand
re: En dancoolbur...
re: Burn-outevamaria
re: Nieuwe z...evamaria
re: Nieuwe z...Henk Gruys
re: Nieuwe z...evamaria
re: Nieuwe z...evamaria
re: Nieuwe z...Henk Gruys
re: Nieuwe z...Erik Le...
re: Zo donke...Stanislaus
re: Hoogtepu...Heracli...
re: Hoogtepu...Claudel...
re: De konin...coolbur...
re: H9: Luci...coolbur...
re: Foutuscoolbur...
re: Foutuswijnand
re: Grenzeloos!coolbur...
re: Grenzeloos!coolbur...
re: Partij z...coolbur...
re: Bromvliegcoolbur...
re: Zwaanwijnand
re: Partij z...Erik Le...
re: Mijn zooncoolbur...
re: Ikcoolbur...
re: Partij z...Marcel
re: hogescho...Erik Le...
re: hogescho...wijnand
re: Ikevamaria
re: IkHeracli...
re: IkErik Le...
re: Ikwijnand
re: raadHenk Gruys
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Let's the sp...Claudel...
Go Clody go ...Claudel...
Tering bluescoolbur...
Gaan en niet...wijnand
En danMarcel
Is dat niet ...Claudel...
beetje tempe...DiotheC...
Van lotje ge...Claudel...
Nieuwe zakel...Henk Gruys
Morsecoolbur...
Zo donker nuStanislaus
Thanks for g...Claudel...
De koning sc...Claudel...
Bezoek aan h...coolbur...
Burn-outHenk Gruys
Foutuscoolbur...
Open hartcoolbur...
Le hasard es...Claudel...
Zwaancoolbur...
Partij zonde...Erik Le...
Partij Zonde...Erik Le...
hogeschool r...Erik Le...
Behagenwijnand
The African ...Claudel...
Ikcoolbur...
 Meer gedichten
Een nachtelijke verschijning
 Henk Gruys - 20:54 30-05-2017 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

                    Een nachtelijke verschijning


Julius probeerde zich de hele tijd te herinneren waar de droom over ging. Hij was wakker geworden van een geluid, een bijna uitroep, als van iemand die zich met de situatie niet goed raad weet.
    Hij had het zelf niet veroorzaakt, dat wist hij zeker. En het kwam uit zijn kamer, niet van buiten. Nu was het weer stil. Hij wachtte of het zich zou herhalen. Hij telde de seconden af, maar er gebeurde niets. De kamerwanden stonden in lichte en donkere, rechthoekige panelen om hem heen.
    Het was in de slaapkamer nooit volslagen duister, omdat op de erven van de buren 's nachts felle lampen brandden, de hele nacht; dat licht kwam zelfs door de overgordijnen heen. Hij kon de balken van zijn plafond onderscheiden, evenals de Ikea-lamp die boven het bed hing.
    Maar een eigenaardige sfeer was zich evenwel aan het ontwikkelen, Julius had een gevoel of de lucht in de kamer enigszins vibreerde en er iets onheilspellends te gebeuren stond. 's Nachts was men gevoelig voor bijzondere gewaarwordingen, dacht hij; – een atavisme uit de tijd dat de mensheid nog in de bossen leefde en men in het donker op zijn qui-vive moest zijn voor rovers, wilde dieren en slangen.
    Ja, hij had inderdaad zojuist gedroomd. Hij lag in deze kamer in bed. Het licht was schemerig. De deur opende zich langzaam en er verscheen een groot, bleek gezicht om de hoek, dat iets scheen te willen zeggen. Meer kon hij zich van de droom niet herinneren. Vaag stond hem bij dat het iets te maken had met een onbehagen dat hij nu voelde; het idee dat hij niet alleen in de kamer was.
    Hij wentelde zich op zijn rechter zijde. Nu zag hij in de buurt van het nachtkastje een donkere, voorovergebogen figuur staan, die met belangstelling keek naar de rode cijfertjes van de wekkerradio. Het moest een vrouw zijn, dacht hij, een donkere hoofddoek om, die aan de randen was omgeboord met een lichte bies. Op een of andere manier deed dat denken of zij in de rouw was.
    Dat het geen insluipster was, geen mens van vlees en bloed, maar een afgezant van de duisternis, leek hem onontkoombaar. Hij was nu geheel wakker.
    Hij bleef doodstil liggen, bijna geluidloos ademend met lange tussenpozen. De donkere figuur bewoog niet. Hij stak voorzichtig zijn hand uit, nieuwsgierig hoe het zou voelen als hij het fenomeen zou aanraken. Misschien dat hij langs kleding zou strijken of langs een arm.
    Maar hij voelde niets. Geen koude of warmte; niets meer dan de leegte van gewone lucht.
    De zwarte schim was door zijn actie niet op de vlucht geslagen. Nu nam Julius het besluit het leeslampje aan te knippen. – Licht! En meteen was er geen schim meer, geen onbehaaglijkheid en niets ongewoons.
    Hij bleef nog lang liggen nadenken. Met het bestaan van geesten of paranormale verschijnselen had hij zich nimmer in ernst bezig gehouden. Dat de zielen van je dierbaren je 's nachts kwamen bezoeken, had hij eigenlijk nooit geloofd. En wat het huis betrof: hij kende het langzamerhand voldoende om te weten dat het in niets geleek op een spookhuis, inclusief raadselachtige uitwassen of vermoedens.
    Maar hij moest erkennen dat de duistere gestalte hem toch aan zijn overleden vrouw had doen denken.

Sinds zijn vrouw Dialy tien jaar terug was overleden, was Julius Josquin alleen in hun, vrij bescheiden, huis blijven wonen. Een nieuwe relatie beginnen had hij zo goed als uitgesloten, zelfs na zoveel jaren alleen zijn. Hij wilde op zijn zestigste zijn leven niet meer anders indelen dan hoe het momenteel was. –
    Het gebeuren in de slaapkamer bleef hem de volgende dag nog bezighouden, en misschien meer dan hij zichzelf wilde toegeven. Hij raakte met zijn gedachten bij wijle afwezig in de huishoudelijke zaken. Meerdere malen hervond hij zichzelf in de keuken waarna hij zich niet meer te binnen kon brengen of hij het zoutvaatje had willen pakken, of thee had willen zetten, of er nog wat anders uitvoeren. Natuurlijk had iedereen dat, besefte hij. Maar het gebeurde wel opvallend vaak...
    En dan was er nog steeds de verschijning van toen die nacht. Hij bleef zich afvragen wat hij er vlak voor precies gedroomd had, in de illusie dat de droom hem misschien iets dichterbij een antwoord zou kunnen brengen. Wel vaker droomde hij over zijn vrouw, soms ook van zijn ouders die allang overleden waren. Maar dromen waren überhaupt moeilijk te onthouden, laat staan als ze van twee nachten geleden waren. Wie er in voorkwamen, wat er precies gebeurde, kon hij zich meer niet te binnen brengen.
    Hij vergat het weer, grotendeels door dagelijkse bezigheden, maar 's middags, toen hij de trap naar zijn slaapkamer op liep, overkwam hem iets vreemds. De kast waarin de dagboeken van zijn vrouw bewaard werden, hing opeens scheef aan de muur, doordat de ophanging aan een kant was losgeschoten. Een kleine inspectie wees uit dat het geen defect betrof; de schroeven en pluggen waren volkomen intact. Hij begreep niet hoe het dan gebeurd kon zijn; want om de kast van de muur te haken moest je haar eerst een stukje optillen en dan naar voren trekken.
    De onberedeneerde suggestie kwam bij hem op dat dit iets met het verschijnsel in de nacht te maken had. Al was zoiets nader bezien misschien te veel fantasie. Toch liet het hem niet los, en hij bleef zoeken naar mogelijke verbanden.

Hij bemerkte een zekere verandering van de sfeer in het huis; hij zou het niet anders kunnen benoemen dan als een soort gevoel. Dat bleef natuurlijk een zeer subjectieve constatering, en je kon je met de vreemde zaken van de laatste dagen gemakkelijk van alles verbeelden, maar de indruk bleef dat alles toch niet meer zo was als vroeger.
    Want er begonnen zich meer afwijkingen te vertonen. Als hij thuis kwam van het boodschappen doen en vrij gedachteloos in de dagelijkse routine zijn jas aan de kapstok hing, dan lag die, voor hij zich omgedraaid had, al meteen weer op de vloer. Toch was het lusje niet gebroken. – Nu ja, dacht hij de eerste keer, slordig opgehangen, anders niet. Maar het gebeurde net iets te vaak om het aan het toeval toe te schrijven.
    Maar dat was het niet alleen. Op het ouderwets eiken tafelbureautje had Dialy indertijd een tiental fotootjes, familieportretjes en dergelijke in zilveren lijstjes te pronk gezet, waaronder een kleine foto van zichzelf, waarbij zij in de tuin grote roze bloemen verzorgde. Hij had dat bureautje na haar dood zo gelaten. De laatste tijd, als hij vrij gedachtenloos de huiskamer betrad, ondervond hij menigmaal dat haar foto voorover was gevallen, met het beeld naar onder. Geen andere lijstjes, alleen die foto. Hij vroeg zich in het begin af of de katten dat gedaan konden hebben. Maar die waren oud en sliepen de hele dag.
    De laatste keer lag het fotootje zelfs op de vloer, waarbij het glas was gebroken.
    Hij merkte dat zijn doen en laten meer en meer bepaald ging worden door dit soort verschijnselen, en begon zich af te vragen wat hier achter stak. Zijn normale scepsis tegenover paranormale zaken kwam af en toe ernstig in de verdrukking. Soms leek het wel, – of fantaseerde hij nu te veel, – of Dialy hem ermee iets duidelijk wilde maken, al was het maar om te zeggen: "ik ben er nog."
    Er raakten ook steeds meer dingen zoek. Hoeveel maal was hij zijn leesbril niet kwijt en vond hij hem terug op de onmogelijkste plaatsen, in dozen, op richels en in laden, waarvan hij zeker wist dat hij daar de laatste dagen niet in de buurt was geweest. Met stijgend ongeduld zocht hij zes keer op dezelfde plaats, naar zijn kleerborstel, terwijl hij wist dat het volslagen nutteloos was. Het leek wel of het vooral ging om dat zoekraken te benadrukken.
    Dan waren de drie balpennen bij de telefoon weer weg, en vond hij ze later achter een bloempot op de vensterbank. En het waren niet alleen onbetekenende dingen. Een boek over parapsychologie waarmee hij zich toch enigszins over het onderwerp had willen oriënteren, bleek ineens verdwenen en hij vond het nooit meer terug. Het lijkt soms wel of ik gek ben, dacht hij een enkele keer.
    Dat het uitsluitend was om hem dwars te zitten of te treiteren, zou je je gemakkelijk kunnen inbeelden. Het voelde inderdaad soms aan als de strijd met een ongrijpbare tegenstander. Die zich misschien ermee vermaakte, en zich pas na veel gezoek en gedoe weer in het onzichtbare terugtrok.

Maar zo plotseling als de verschijnselen waren begonnen, zo onvoorzien waren ze weer verdwenen. Er gebeurde opeens helemaal niets verdachts meer.
    Alsof degene die ervoor verantwoordelijk kon zijn, zei: ik houd op, het is nu wel genoeg geweest.
    – Maar Julius, langzamerhand gewend aan onberekenbare voorvallen, kreeg toen het bijzondere verlangen dat ze opnieuw zouden gaan gebeuren. Verrassend en zonder precedenten. Was het omdat hij behoefte had aan onverklaarbare ervaringen, teneinde zijn tamelijk saaie en voorspelbare leven interessanter en frisser te doen worden?
    Misschien. Maar vooral doordat deze gebeurtenissen de hiernamaalsgedachten over Dialy in gang hadden gezet... Dat verlies had hij blijkbaar nog steeds niet helemaal verwerkt, meende hij.
    Stel dat zijn overleden vrouw er inderdaad mee te maken had, al was het slechts voor een deel, een klein deel... Dan zou zij zich de komende tijd misschien weer op een andere, geheel nieuwe, verrassende manier manifesteren...
    Maar een beetje beschaamd herinnerde hij zich dan weer zijn minachting voor dit soort bijgeloof en fantasie. – Nee, het werd weer eens tijd om orde op zaken te stellen. Nuchter en zonder romantische bijgedachten. Het verschijnen in de slaapkamer ordinair gezichtsbedrog geweest. En ach, al die vallende of zoekgeraakte voorwerpen... zulke ongelukjes waren toch eigenlijk weer niet zo heel bijzonder.
    Maar hij moest erkennen dat dit alles, bij alle fascinatie, in zekere zin toch provocerend was geweest. Maar de rede overwon ten lange leste de fantasie, zoals vaker, stelde hij vast. En zo hoorde het ook. Het licht onbevredigende was dat er geen geheel sluitende verklaring voor bestond.

Niettemin hadden deze gebeurtenissen wel degelijk gevolgen voor hem. Want Julius Josquin werd meer en meer een eenzaam en somber man. Een die nooit met iemand anders sprak over zijn ervaring met de schim in de slaapkamer.

En als hij er dan wel eens met iemand over zou beginnen, dan zou hij er geen twijfel over laten bestaan dat hij eigenlijk niet geloofde in zulke onzin en dat een mens zich het beste helemaal buiten zulke veronderstellingen diende te houden.
    Maar of dat diep in zijn binnenste ook helemaal zo was...

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
re: Een nachtelijke verschijning
Reactie gegeven door Henk Gruys - 10:09 13-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Die overbodige woordjes zijn blijven staan, nadat daar bij correctie zinsomkeringen hebben plaatsgevonden.
En wat ik daarna ook doe, ik lees er altijd gewoon overheen. Wordt aangepast.

De afwas doen of het strijkwerk vind ik net weer even te ver gaan. Vergeet niet dat Julius over wat er allemaal gebeurt steeds in twijfel en onzekerheid verkeert: is het toeval of niet?

Het lijkt inderdaad, nu je het zegt of hij geen enkele goede herinnering aan zijn vrouw heeft. Ook geen slechte trouwens. Zijn houding tegenover haar dood is vrij neutraal. Helemaal mijn bedoeling is dit niet. Ik zal kijken of ik binnen het verhaal wat (dramatische) ruimte vind voor wat aardige dingen. Het moet niet sentimenteel worden.

Bedankt voor je nuttige commentaar, evamaria.

re: Een nachtelijke verschijning
Reactie gegeven door evamaria - 22:28 12-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Hij was hij nu geheel wakker.
Hij bleef hij doodstil liggen,
mini type foutjes.

Nachts? 's Nachts, Des nachts.

Het zou misschien leuk zijn als de afwas/strijkwerk o.i.d. opeens was gedaan?
Of als deze man een vaasje roze rozen voor het portretje had gezet?
Het is wat treurig zo. Heeft deze man geen enkele goede herinnering aan zijn vrouw, vroeg ik me af. Maar ja, dat kan. En het kan ook zo treurig gaan. Vermoed ik.
Ik vind het verhaal heel goed geschreven. Tikje ouderwetse stijl. Goed lopende zinnen. Weloverwogen.
Ik heb een tweede versie van mijn gedicht Venezia geplaatst waarin je zinvolle kritiek is verwerkt, nogmaals mijn dank.


re: Een nachtelijke verschijning
Reactie gegeven door DiotheCilany - 21:21 11-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
uiteraard

Een nachtelijke verschijning
Reactie gegeven door Henk Gruys - 08:05 10-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet

Milou heeft zijn waardering uitgesproken.

En verder laat ik het voor wat het is.

re: Een nachtelijke verschijning
Reactie gegeven door DiotheCilany - 20:30 06-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
milou heeft gelijk

re: Een nachtelijke verschijning
Reactie gegeven door milou - 16:56 06-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik bedoelde met 'oubollig' ouderwets, dus niet boertig of ruw komisch. Ik kan mij ook vinden in andere epitheta die u opnoemt : vormelijk, plechtig en ambtelijk . Wat ik niet gepast zou vinden zijn woorden als: scherp, sober, direct of experimenteel.


vr grt
milou***

re: Een nachtelijke verschijning
Reactie gegeven door Henk Gruys - 16:47 06-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik heb al heel wat kwalificaties voor mijn schrijfstijl in diverse verhalen voorbij zien komen: zakelijk - onzakelijk - mooi - plechtig - niet passend - literair - vormelijk- dichterlijk - afstandelijk - ambtelijk - ouderwets - traag - vlot - grootsteeds - plechtstatig...
De term "oubollig" (hetgeen boertig, ruw-komisch betekent, volgens Van Dale) was daar nog niet bij.
Maar het mag natuurlijk; het stoort mij niet het minst, al begrijp ik er ook niets van. Een ieder zijn mening.
Belangrijk is dat het verhaal je boeide.
Bedankt voor je lezen en voor je commentaar.
Met groet, Henk

re: Een nachtelijke verschijning
Reactie gegeven door milou - 19:05 05-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik heb je verhaal een aantal keren gelezen, wat betekent dat het mij wel degelijk boeit. Ik blijf het wat oubollig geschreven vinden, maar ik begin eraan te wennen, dus doe zo verder: je hebt een eigen stijl en stem, wat niet iedereen kan zeggen.

vr grt
milou***


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2018 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287