Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
nog, als roz...Diddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
Kerst Anno NuHanny v...
Les petits d...Claudel...
De gordijnen...Marcel
Erik trekt e...Erik Le...
warme kerstthomas ...
LilliputtersClaudel...
bokkemanDiddy
het komt wel...DiotheC...
terugDiddy
Het rad van ...Stanislaus
UitgeraasdMarcel
alles maal nietErik Le...
MussenprotestHanny v...
Oké bedankt...Diddy
op het nacht...Diddy
pure liefde;...DiotheC...
De Fotografe...Henk Gruys
 Meer gedichten
Een droom beschrijven
 Henk Gruys - 20:30 29-01-2017 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 



                    Een droom beschrijven


Omdat de dagelijkse realiteit hem de laatste tijd zo kleurloos en saai voorkwam, – zelfs in toenemende mate, verveelde Willoman zich gestadig.
    Hij was van huis uit ordelijk en nauwgezet, maar ook niet van creatieve en fantastische inzichten verstoken. Hij voelde dat hij moest zoeken naar iets nieuws, iets verrassends om zijn fletse stemming te doen omslaan.

Op een dag las hij in een boek over psychologie dat iemand aanraadde zijn dromen op te schrijven; dat zou ongekende ontdekkingen opleveren. Het moest dan niet alleen gaan over wat er gebeurde of te zien en te horen was, – nee ook de stemming, de atmosfeer en de soms euforische uitwerking moesten schriftelijk worden vastgelegd. – Zodra je ontwaakte moest je daarmee beginnen.
    Die euforie leek Willoman ietwat tegenstrijdig, want zijn dromen waren meestal nogal dubieus, niet zelden als ronduit negatief te beoordelen.
    Maar op een avond toch legde hij een bloknoot en scherp gepunt potlood klaar op zijn bed. Daarna kroop hij onder de dekens, knipte het lampje uit en viel direct in slaap.

Na wazige en onrustige activiteiten, in houten trappenhuizen in Amsterdam en kleine kamers, en waarbij hij inderdaad op een meegebrachte bloknoot notities had gemaakt, was hij beland in een stadsdeel dat hem bekend voorkwam. Eigenlijk was het niet meer dan een nogal brede straat met hoge gebouwen, door een paar straatlantaarns kleurarm beschenen. Onduidelijk was het hoe hij hier terecht was gekomen; denkelijk via weer nieuwe besognes die, achteraf bezien, zonder duidelijke gevolgen waren gebleven.
    Het was stil in de straat, zonder verkeer. De hemel oogde laat nachtelijk; in feite was er nauwelijks hemel. Alweer deze straat met apartementen, mompelde hij. En het was niet zonder bezorgdheid, want als je hier was aangeland, wist je het vervolg van je route niet meer, ging je je afvragen hoe in je in vredesnaam Amsterdam weer kon verlaten.
    Hij vond niettemin dat ook dit alles diende te worden beschreven. Maar wat er reeds in zijn notitieboek stond kon hij slechts met veel moeite ontcijferen, en hij stak het boek tenslotte maar weer in zijn zak.
    Hierna moest hij gedachteloos een stuk verder zijn gelopen, want hij merkte dat hij een kleine stenen boogbrug over een gracht naderde. De ochtendzon brak tevoorschijn, nog half schuil gaand achter dunne fragmenten van een roze en kanariegele bewolking. In het midden van de brug stond een fragiele man met een roze flossig hoofd en een donkere jas aan, met de rug naar hem toe. De man stond bijna aangedrukt tegen de ijzeren leuning, te turen over het water, waar uit de kademuren zeer vele dunne rioolpijpjes staken.
    – Het uitzicht over het water heeft hem aangetrokken, concludeerde Willoman. Hij zag het kiektoestel, van gevernist hout. Willoman liep op hem toe, glimlachend, in de hoop hem niet humeurig te maken door deze verstoring van zijn bezigheden.
    Maar de fotoman bleek niet het minst ontstemd over de onderbreking. Hij leek zelfs ervan op te leven. "Ik zal u de foto laten zien die ik net gemaakt heb," zei hij en draaide zich om hem de foto te laten zien. – "Volgens het foto-genie zoals dat mij aangeboren is," vervolgde hij, "is dit vroege julilicht bij uitstek geschikt om vast te leggen. Sinds mijn twaalfde weet ik dat; en begint het gestaag te kriebelen bij zo'n onderwerp."
    Willoman keek. De gracht was afgebeeld in de stijl van de
banketbakker, in roze en geel en met een lijst van roze eromheen; het leek wel marsepein. "Mooi", zei hij zonder enthousiasme. Hij had reeds spijt het oponthoud, wilde rechtsomkeert maken, maar herinnerde zich dat hij nog steeds verdwaald was. "Ik moet naar het station," zei hij. Het klonk als de onvermijdelijke conclusie van een onoplosbaar probleem.
    De man antwoordde: "In de parallelstraat hierachter moet u dan wezen, – waar ik net vandaan kom. De naam is Joachim Tröbel." Hij stak zijn hand toe. "In die straat is zoveel te zien, daar raak je niet uitgekeken! Ik zal het je wijzen." – Het roze om zijn hoofd stak vol beweeglijke zwarte vlekjes.
    "Wat is daar dan?"
    "Ga maar mee."
    "Een andere keer misschien," zei Willoman, "ik heb nu geen tijd."
    – "Kom, niet zeuren," zei Tröbel, "tijd zat, het is nog hartstikke vroeg bovendien." Hij legde zijn arm breeduit over Willoman zijn schouder om hem te dwingen mee te gaan.

Ze liepen, of ze elkaar niet geheel vertrouwden, schuin achter elkaar een vochtig steegje in waar hun voetstappen hard weerklonken en echoden tegen de muren. Ze kwamen uit in een lichte, smalle straat. Opvallend was dat alles in de straat een zekere tint van grijsheid had, de huizen zowel als het plaveisel. De gevels in de hoogte schenen enigszins naar elkaar toe te wijzen.
    "Maar ik moet hier helemaal niet zijn," zei Willoman zwakjes, "ik ben hier uit puur toeval. En ik heb al zoveel tijd verloren. — Ik zal u heel erkentelijk zijn als u mij vertelt hoe ik zo gauw mogelijk bij het station kom."
    "De smederij! Wilt u dan de smederij niet zien?" vroeg Tröbel op bijna verontwaardigde toon. "Iedereen die me de weg vraagt, wil maar wat graag de smederij zien! Staat nota bene op de lijst met monumenten!"
    "Nu even dan", zei Willoman, voornamelijk om van het gezeur af te wezen. "Maar daarna ga ik direct weer door!" – Ik moet notities schrijven, dacht hij, maar dan vraagt hij natuurlijk wat ik aan het doen ben. Hij mag het niet weten.
    "De smederij dus," zei Tröbel en wees onverbiddelijk over zijn schouder. Ze stonden voor een zwaar stenen gebouw, waarvan je van buiten eigenlijk alleen de voorgevel zag, die bovenaan rond was over de hele breedte. Door een gapende opening kwamen ze in een werkruimte, waar je direct tegen een muur van hitte op liep.
    Een hels kabaal galmde. Metershoge vlammen wapperden, soms tot aan de nok, en vulden alles met grijze en zwarte rook. Arbeiders in ketelpakken zeulden hele raamwerken naar de smidsvuren, anderen hamerden cilinders plat op kleine aambeelden. Men werkte hard; overal zag je kleine gezichten opduiken en weer verdwijnen. Het geheel had iets van een radicaal, oorverdovend en ruw muziekstuk.
    "Ziet u wel," zei Tröbel. – "Maar met zoveel vuur is het vanzelfsprekend erg gevaarlijk. De brand van de vorige maand is nog allesbehalve vergeten, toen een grote vlam uit de deur bulkte. De gevolgen zijn nog steeds in de omgeving te bespeuren, vooral in de straat. – Totdat de buurt het niet langer pikte. Maar daar is nu wat op gevonden. Ga maar kijken." – En zonder onderbreking: "Als u naar het Centraalstation wilt: dus hier naar buiten, rechtsaf en dan rechtdoor." Hij liep zonder afscheid te nemen de smederij weer in, en was verdwenen.

Willoman haastte zich naar buiten, liep zoals de man had aangegeven, verder door de nauwe, zeer lange straat, die in helder ochtendlicht lag. Vreemd smalle huizen stonden er ter weerszijden, opmerkelijk grijs getint, met drie of vier verdiepingen. Toen hij goed keek bleken ze helemaal van metaal te zijn. Dat moet te maken hebben met die branden, dacht hij.
    Je kon er zo binnen kijken, want de voorgevels ontbraken gedeeltelijk. Ook de interieurs waren van metaal, tafels, kasten stoelen en keukengerei, van aluminium of ijzer. Zowel kamers als gereedschappen waren door roet lichtjes beslagen, alsof iemand met een walmende olielamp overal langs was gegaan. Niets scheen door het vuur beschadigd.
    Dat is ongehoord, dacht hij, een originele oplossing! Wat een toeval dat ik deze opmerkelijke plek tegenkom! Fenomenaal dit! – Een groot geluksgevoel bij deze bijzondere ontdekking doorstroomde hem.
    Hij haalde zijn aantekeningenboek tevoorschijn, maar zag tot zijn spijt dat zijn vorige notities nagenoeg onleesbaar waren. Door elkaar en over elkaar. Misschien omdat het te donker was geweest toen hij ze maakte? Toch begon hij een nieuwe bladzijde te schrijven over de straat, telkens opkijkend naar de aluminium huizen.
    Hij liep weer door. Aan het eind van de straat werd het snel lichter. De stad lag nu achter hem. Geen mens te zien. Hij keek tegen de fletse ochtendzon in. Hoe nu verder? Nergens was het Centraalstation te bekennen.

Achter donkere, grijze wolken verdween het zonlicht, en het landschap werd ongeriefelijk. Hij liep langs smalle slootjes, richting de spoorbaan verderop, omdat hij daar in elk geval uit moest komen.
    Al gauw stond hij aan een schuine oever en zag zijn weg versperd door een breed kanaal. Het spoor zag hij niet meer. Aan de overkant van het kanaal lag toch duidelijk het treinstation. – Maar hoe moest hij daar komen, terwijl er geen overzetveer was voorzien?
    Willoman ontwaakte. De zon scheen door zijn gordijnen en veel vogels floten door elkaar. Het notitieblok was door zijn gewoel op de vloer gegleden en hij moest zich ver vooroverbuigen om het te pakken.
    Met het potlood tussen de vingers probeerde zich te herinneren wat hij had gedroomd, maar er kwam niets in hem op. Alleen vaag de naam van Amsterdam – Ja, over Amsterdam ging het... Diverse situaties moesten er zijn geweest, daar ging het om, maar hij kon zich er niets concreets meer van te binnen brengen. Hij had iets meegemaakt, iets zeer prettigs, iets volkomen nieuw, een unieke situatie, maar wat was het?
    Een kwartier lang bleef hij proberen zich iets te herinneren, maar zijn geheugen bleef in lege cirkels ronddraaien. Geen woord zou hij over de droom kunnen opschrijven. Toen bekeek hij de bloknoot nogmaals. Er stonden, toen hij goed keek, links bovenaan vaag twee woorden geschreven, meer niet. In grote dunne letters in zijn eigen hanepoten: Verdwaald in. Verdwaald? In Amsterdam? Had hij dat vannacht geschreven? – Terwijl hij droomde? Hij knipperde met zijn ogen om dat feit geheel tot zich door te laten dringen.
    Verder stond er niets. Was dit de oplossing van het raadsel? Of betekende het amper wat?.. er was niet uit te komen.
    Willoman trok aan zijn deken. En nog vol vragen ging hij dit op zijn rug liggen overdenken.

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
>milou
Reactie gegeven door Henk Gruys - 08:18 02-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
De eerste twee "hemels" zijn een bewuste herhaling; de derde was mij even ontschoten. Is veranderd. Mijn dank hiervoor.
Met groet, Henk

re: Een droom beschrijven
Reactie gegeven door milou - 16:13 01-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
En zeker is dat de taal je kansen biedt waar je mooi gebruik van maakt. Een voorbeeld:

Het was stil in deze straat, zonder verkeer. De hemel was laat nachtelijk; in feite was er nauwelijks hemel. Weer deze straat met appartementen, zei hij bij zichzelf. En het was niet zonder bezorgdheid, want als je hier was aangeland, wist je het vervolg van je route niet meer, ging je je afvragen hoe in je in hemelsnaam Amsterdam weer kon verlaten.

Twee keer 'hemel' en dan in 'hemelsnaam' dit vind ik geestig.

milou***



re: Een droom beschrijven
Reactie gegeven door milou - 16:04 01-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik herhaal dar het verhaal me geboeid heeft, en dat ondanks de wat trage, soms plechtstatige stijl.
Ik vind bijvoorbeeld een mooie spanning in de kleuren die je hanteert. Grijs, verveling maar dan ook geel en roze, en de vergelijking met marsepein.
De ironie is ook goed: hoe Willoman in zijn droom een euforie bereikt, een vondst die hij wil noteren, maar dit niet kan, vrijwel alles kwijt is bij het ontwaken.
Ja, begin en midden 19e eeuw schreef Jacob Van Lennep, daar deed het mij soms aan denken. Maar dit is niet noodzakelijk een gebrek.Ik ken zelfs iemand die met opzet de stijl van Bilderdijk nabootst en daar veel succes mee oogst.

vr grt
milou***

Een droom beschrijven
Reactie gegeven door Henk Gruys - 14:35 01-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Als jij serieus van mening bent dat mijn schrijfstijl vergelijkbaar is met iemand uit 1800, dan heeft discussiren inderdaad geen enkele zin meer.

Ik dank je voor de positieve punten die je nog wel hebt gevonden.

re: Een droom beschrijven
Reactie gegeven door milou - 11:34 01-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik geef toch nog een laatste voorbeeld:

Na wazige en overheersend onrustige activiteiten, die in houten trappenhuizen in Amsterdam en kleine kamers plaatsvonden..

Vind ik omslachtig, ik zou inkorten tot:


na een wazige en overheersend onrustige activiteiten, in houten trappenhuizen in Amsterdam en kleine kamers..

Ik zie de meerwaarde niet in van dat 'plaatsvonden' . Ik bind dat dit statige woord, niets toevoegt, Allen je verhaal vertraagt.

milou***


re: Henk Gruys.
Reactie gegeven door milou - 11:18 01-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Gezien onze opvatting over literatuur vrij grondig verschilt, onthoud ik mij in het vervolg van commentaar. Je hebt niets aan wat ik je als opmerkingen post, dus heeft het geen zin om er van mijn kant nog veel energie in te steken.
Ik ben niet voor een 'haastige' stijl. Wel voor een actie-stijl. Zoals jij schrijft, denk ik dat ik een auteur uit het begin van de negentiende eeuw lees. Op zich niet mis, maar wel bevreemdend.
Je bent iemand die graag zijn eigen weg gaat, dat kan ik appreciren, maar ik hoef dan ook mijn leeservaringrn niet meer te communiceren.
Ik lees dus wel veel romans en korte verhalen: Ouariachi, Hertmans, Pfeijffer, Annelies Verbeke en nog zovele anderen. Dus daar ligt het niet aan.
Zelf schrijf ik regelmatig een kort verhaal op Fb. We hebben gewoon verschillende opvattingen inzake stijl. Meer is dat niet.

vr grt
milou***

re: Een droom beschrijven
Reactie gegeven door Henk Gruys - 10:10 01-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
"Opvallend was dat alles in de straat in een tint grijs lag."
Er lag dus van alles in die straat? Dat is krukkig geformuleerd, milou, en zeer zeker geen verbetering. Meen je dat nou werkelijk?

Ik begrijp niet precies wat je bedoelt met: "trage, plechtige stijl".
Het verhaal is beschrijvend, zoals literaire teksten zijn.
Vanwaar die haast toch altijd?

Ik dank je niettemin, en ook evamaria voor jullie reacties.

re: Een droom beschrijven
Reactie gegeven door evamaria - 00:59 01-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Sommige zinnen wat vlotter. Minder omslachtig. Ja, ben ik met Milou eens.
Ik vind dit niet een heel boeiend verhaal, de beschreven droom zegt mij niet veel, sommige andere verhalen en bv. het gedicht Oude fabrieken vond ik interessanter.
Toch, omgevingen en situaties: goed beschreven.



re: Een droom beschrijven
Reactie gegeven door milou - 00:09 01-02-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Best boeiend verhaal, maar -ik herhaal- hier en daar wat omslachtig van stijl. Ik geef enkele voorbeelden:

-Op een dag las hij in een boek over psychologie dat iemand aanraadde zijn dromen op te schijven...

waarom niet:

-Op een dag las hij in een boek over psychologie dat het nuttig is om dromen op te schrijven...

Laatste zin is veel directer.

-ongekende ontdekkingen..

vind ik nogal dubbelop, ik vind 'ontdekkingen' volstaan. Wat je al kent, hoef je niet meer te ontdekken.

-hij legde zijn arm breeduit over de ander zijn schouder..

Ik zou het woord 'ander' weglaten, gezien de lezer wel weet over wiens schouder het hier gaat.

-Opvallend was dat alles in de straat een zekere tint van grijsheid had..'

Ik zou hier gaan voor: Opvallend was dat alles in de straat in een tint grijs lag...

Ik geef deze drie voorbeelden omdat ik je verhaal wel degelijk heb geapprecieerd, maar ik soms wat verveeld zat met de trage, ietwat plechtige stijl. Ik weet dat jij dat eerder als een positieve kwaliteit ziet, maar ik niet.

Goed vind ik de 'bevreemdende' lotgevallen met het notaboekje. Het willen opschrijven, het niet meer kunnen lezen van de notities, het uiteindelijk vergeten zijn van de gebeurtenissen. Alweer dat thema oveigenszoals bij je vorig verhaal van afbraak en verbranding. Vorige keer door het vliegtuig, nu door de smederij. Ben benieuwd hoe het verder gaat...

vr grt
milou***




De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287