Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
re: Een blij...coolbur...
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...DiotheC...
re: Poes Alm...Marcel
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Marcel
re: Poes Alm...Diddy
re: Een blij...Henk Gruys
re: Zalig ke...Marcel
re: De behangerMarcel
re: Poes Alm...Marcel
re: De behangerwijnand
re: De behangercoolbur...
re: De behangerDiddy
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...coolbur...
re: Een blij...Henk Gruys
re: vruchteloosDiotheC...
re: Zalig ke...Hanny v...
re: Kerst An...Hanny v...
re: Zalig ke...DiotheC...
re: warme ke...thomas ...
re: vruchteloosHanny v...
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...coolbur...
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
Kerst Anno NuHanny v...
 Meer gedichten
Escapade
 Henk Gruys - 21:05 26-05-2016 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

                    Escapade


Werd dit weer zo'n dag vol dwingende, ingebouwde onzekerheden?
    Nicolaas, op zijn vaste tijd opgestaan, had zich aangekleed, zijn gordijntje opengetrokken en keek, als iedere morgen, naar buiten.
    Nu dacht hij dat hij nog niet wakker was! Als op een kerstkaart lag het dikke witte sneeuwdek op de stoep en de rijbaan, met in het midden een slierend bandenspoor van een auto. – Er ligt sneeuw, mompelde hij, hoe is dat mogelijk? We zijn in juni; over veertien dagen begint de zomer.
    Zeer in verwarring geraakt ontsloot hij zijn achterdeur. Hij bewoonde maar een klein huis; in de achterwand zat enkel één raam en ernaast de deur naar de straat.
    Vanuit zijn deur evenwel was het uitzicht zoals hoorde bij de tijd van het jaar: een vriendelijk zomers kerkstraatje, de berken flink in het blad, ochtendzon en vogeltjes die om het hardst floten.
    Hij liep in raadsels en onzeker van overwegingen, terug naar binnen. Daar verzekerde hij zich ervan dat de sneeuw daar nog steeds was. Hij ging op het bed zitten, met zijn hoofd in zijn handen, terwijl hij zich afvroeg wat dit raadsel te betekenen had. Telkens ging hij naar het raam waar het winter was en dan weer naar de deur waar het zomer was. Het voelde of zijn bewustzijn overlangs was gespleten door twee werkelijkheden. Maar hij kwam niet tot een conclusie.
    "Ik moet Sierk vragen of hij komt kijken," dacht hij na enige tijd, "misschien weet die de oplossing." – Sierk was een vriend uit zijn schooltijd. Geen ideale vriend misschien, deze energieke maar egocentrische jongeman, die zichzelf overal in het middelpunt plaatste, – maar andere vrienden had Nicolaas niet.
    Hij belde hem op. Hij hield zijn mededeling, geheel volgens zijn bedoeling, een beetje geheimzinnig. "Ik moet je iets zeer onbegrijpelijks laten zien van dit huis, " zei hij enkel. "Je zult er van opkijken!"
    De vriend belde al na een kwartier aan de deur, want zij woonden niet ver van elkaar. Sierk had rossig haar en een vuurrood gezicht. Hij deed direct zijn jasje uit en blies zijn wangen op. "Pfff, wat is het warm idioot weer", zei hij. – "Maar je had iets bijzonders? Vertel snel, want ik heb een zakelijk contact onder handen. Big money! Waarvoor dus serieuze onderhandelingen nodig zijn! – Die ik nu jammer genoeg heb moeten onderbreken," zei hij met nadruk en spijt in zijn stem.
    Nicolaas wees op het raam. Daar was inmiddels nog veel meer sneeuw bij gekomen. "Je moet hier eens naar buiten kijken!" zei hij. "Sinds vanmorgen is dat. Ik snap er niets van! Hoe kan dit?"
    Sierk keek slechts kort, en leek hierna wat te aarzelen. Hij keerde zich van het raam en zag Nicolaas onderzoekend aan. "Wat is er dan voor bijzonders?" zei hij. "Ik zie niks afwijkends."
    Nicolaas durfde uit schaamte ineens niets meer te zeggen over het uitzicht. Nu Sierk niets vreemds zag, was hij in verlegenheid geraakt, en bedremmeld zei hij: "Daarstraks was het nog heel eigenaardig... Maar dat lijkt nu even verdwenen." – "Wat was er dan?" vroeg Sierk. "Het spijt me, maar als je niet duidelijk maakt wat er is, dan houdt het op..." Hij leek wat humeurig en hij liep met grote stappen bij het raam vandaan, als om aan te geven dat hij weer aan het werk moest.
    Toen hij weg was, stond Nicolaas in de kamer, besluiteloos en nadenkend. Hij had spijt de situatie niet beter aan Sierk te hebben uitgelegd. Dat hij niet gewoon had gezegd wat er te zien was als hij uit het raam keek. Als Sierk hem zou geloven, kon hij misschien helpen, hoe dan ook. Ja, hij moest hem alles vertellen. Hij toetste met bevende handen diens nummer in en riep toen hij de vriend hoorde opnemen: "Nu!.. Nu moet je onmiddellijk komen, dat bijzondere is er weer!
    "Alweer komen? Ja, op het ogenblik heb ik geen tijd hoor," riep Sierk met een stem vol irritatie. "Je moet wachten tot vanmiddag. Of morgen." En hij verbrak de verbinding.
    Nicolaas ging op zijn kamer heen en neer lopen. Het gordijn had hij inmiddels dichtgetrokken. Hij moest ernstig gaan nadenken over zijn situatie nu. Die was toch wel heel vervelend. Wie weet wat er nog meer voor rare dingen konden gebeuren. Als je nergens meer van op aan kon...
    Hij vond geen rust. Soms ging hij even naar buiten, maar dat beviel hem niet; hij wist ook niet wat hij daar te zoeken had. Om zijn zinnen te verzetten sloeg hij het boek open over astronomie, waarmee hij de laatste dagen bezig was. Maar zijn aandacht vloeide weg als lucht uit een lekkende ballon.
    – Sierk belde reeds na een half uur aan, en was ditmaal niet alleen. "Ik heb mijn buur meegenomen," riep hij terwijl zij binnenkwamen. De buurman gaf een hand, maar keek tegelijk Nicolaas zo onderzoekend aan, dat die vermoedde dat zij tevoren flink over hem hadden geroddeld.
    Blijkbaar zag ook de buurman geen vreemde dingen nadat Nicolaas het gordijn open deed, want hij keek kort en keerde zich toen met vragend opgetrokken wenkbrauwen tot Sierk. – "Wat bedoel je toch steeds met iets bijzonders?" vroeg deze prompt, "ik zie niets anders dan wat ik hier altijd zie. Een ouwe straat, ouwe huizen, bomen en een kerk verderop. Wat is daar voor speciaals aan?" De buurman liep bij het raam vandaan en zei achter zijn hand tot Sierk: "Ik denk dat we beter de geneeskundige dienst kunnen waarschuwen." – Expres zo luid dat Nicolaas het wel móest horen.
    Deze stond aan de kant bij het bed, en zei geen woord meer.
    Nadat de mannen waren vertrokken, bleef hij een tijdlang voor zich uit staren, zonder te bewegen. Mogelijk halen ze een ambulance om me af te voeren, dacht hij mismoedig. Maar ik ben niet gek! Ik ben de enige die de waarheid ziet, en gek ben ik dus niet!
    – Toen ineens, of hem een idee inviel, sprong hij op en liep weer naar het raam. De sneeuw lag er nog, maar de dooi leek intussen ingevallen. Van de boomtakken vielen grote druppels, die lelijke plekken in het mooie witte dek hadden gemaakt. "Nu wil ik eindelijk wel eens weten wat er aan de hand is," zei hij luidop. Hij greep de koperen handvatten van het raam en probeerde het open te schuiven.
    Het was in geen jaren open geweest en klemde onnoemelijk. Met uiterste inspanning en onder het kermend geluid van de vuile sponningen, lukte het eindelijk.
    Hij draaide zich nog eenmaal om en keek zijn kamer rond alsof hij afscheid moest nemen van al zijn bezittingen, de stoelen, de kasten, het bed en de tafel met het Duitse boek over het heelal.
    Daarna klom hij in het opgeschoven raam en stond wankelend op de vensterbank. Het is misschien een soort wormgat, mompelde hij indachtig de ongewone dingen die hij in het boek had gelezen.
    Toen sprong hij pardoes de winterse koude in. –
    En op hetzelfde moment dat zijn krampachtig stram gehouden voeten de sneeuw raakten, was Nicolaas als bij toverslag in het niets verdwenen.

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren

De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287