Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
re: Een blij...coolbur...
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...DiotheC...
re: Poes Alm...Marcel
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Marcel
re: Poes Alm...Diddy
re: Een blij...Henk Gruys
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
 Meer gedichten
Ontmoeting met een oude vriend
 Henk Gruys - 17:11 03-05-2016 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

Ontmoeting met een oude vriend

"Niet dat het leven vroeger beter was," zei ik , "maar of het niet leuker was, gezelliger! We vermaakten ons toch prima! Hoorspelen op de radio, de Panorama elke week, en vijf buurtbioscopen met films die je maar voor het uitzoeken had."
    Wim en ik zaten, omdat we niks anders te doen hadden, een beetje nostalgisch te kletsen, over de tijd van vroeger toen wij nog bij onze respectievelijke ouders woonden, en we op de handelsschool gingen. Ik had hem een aantal jaren niet gezien. Hij zat tegenover mij met zijn onverwoestbare blauw geblokte slip-over aan; volgens mij nog steeds dezelfde van die jaren toen.
    De kajuit van Wim zijn motorboot waar we zaten was lang en smal, en van diepbruin mahoniehout, met een zo laag plafond dat je er niet rechtop kon staan. Van boven viel geheimzinnig licht naar binnen, maar of daar raampjes waren of luikjes, kon ik niet zien. Tussen ons in, in het midden, een lange tafel vol oude rommel, lappen zeildoek in stapels, lege bloemenvazen en serviezen in versleten kartonnen dozen. Door het gebrek aan ruimte voelde ik mij bijna opgesloten.

Waarom we daar zaten, en hoe ik daar was gekomen... ik wist het niet precies meer. Zulke dingen gaan soms vanzelf, een opvolging, een zekere beslissing... Ik kon mij dit niet meer herinneren. Soms lijkt het leven wel of ik droom.

Steeds vaker zat ik mij af te vragen waar Wim toch zo mee bezig was. Als het gesprek even stokte, sprong hij op, en met een vluchtige blik van verstandhouding, of misschien wel verontschuldiging, wrong zich tussen bank en tafel door en begaf hij zich naar het smalle houten deurtje met een vierkant houten rooster erin, achterin de kajuit. De doorgang daar was mogelijk nog krapper, zodat hij zijn hoofd hard tegen de hangende olielamp stootte. BÈNGG!! – De lamp zwaaide ervan. Gelukkig brandde hij niet. "Er zijn hier veel te veel spullen," zei Wim als een vorm van excuus. En weg was hij alweer.
    Ik kreeg de indruk dat hij verderop iets in de gaten moest houden. Kijken of het allemaal wel goed ging. – Wat was het, dat niet zonder toezicht kon? Als hij weg was, hoorde ik geen enkel gerucht, geen voetstappen, geen stemmen; alleen de golfjes zachtjes kabbelend langs de zijkanten van de boot.

Stilte en rust zijn aan mij niet besteed. Helaas. Ik gaapte van meligheid en voelde mij even weer eens een volkomen nutteloos iemand.
    Achter mij waren ramen, waardoor eveneens wat licht binnenviel, maar die verder weinig uitzicht boden; ik had al eens om gekeken, en niet meer dan riethalmen gezien, en een stukje van de grauwe hemel.
    Na een minuut of drie was Wim weer terug, ging zitten, en we hervatten het gesprek of er niets gebeurd was.

Bij de derde keer werd ik zo nieuwsgierig dat ik het niet langer uithield. Ik wachtte even, stond op en ging op mijn tenen achter hem aan.
    Door het deurtje kwam je in een andere afdeling, of tussenkajuit, waar een hele verzameling gekleurde posters aan de wanden hing, van concerten of van schilderijententoonstellingen; onbekende namen; het zei mij allemaal niet veel. Je merkte hier goed dat het een flinke boot was, lang en smal, en geheel van gelakt mahonie. Ik zag in de achterwand nog zo'n deurtje met een rooster . Zo kwam je in het open gedeelte.
    Meteen zag ik Wim, hij stond gebukt en was in gesprek met iemand die op de bank langs de reling zat. Ik kon het niet goed zien omdat hij er net voor stond.
    Toen ik naderbij kwam zag ik een vertederend tafereeltje. Daar zat een jonge vrouw die een klein kind de borst gaf. Het kind lag in lichtblauwe omslagdoeken gewikkeld op haar schoot, en zoog gulzig bij de moeder, met getuite lipjes en smakkende geluidjes.
    De moeder droeg een zijden hoofddoek met klein bloempatroon, een lange kleurige rok, en zwarte, modieuze laarzen aan haar voeten. De bovenrand van haar onderhemd waar haar volle, ontblote borst overheen bolde, was van het fijnste kant. Zij keek met moederlijke warmte naar het hongerig schepsel in haar armen. Ik zag dit alles beurtelings helder en wazig, alsof er iets aan mijn ogen mankeerde.

Een vrouw met kind in Wim zijn boot! Dat was bizar. Wim heb ik altijd al als een soort zielepoot beschouwd; goedig en vriendelijk maar zeer onhandig, gesloten en verlegen. Hij kon ook eigenlijk niet goed leren en was in de tweede klas van de school een keer blijven zitten. Voor vrouwen toonde hij naar mijn weten weinig belangstelling, sprak nooit over vrouwen en had ook geen meisje, al was ik hem de laatste jaren een beetje uit het oog verloren.
    "Is het een jongetje?" vroeg ik met iets luidere stem aan de vrouw. Zij zweeg, sloeg de ogen neer en lachte verlegen. "Waarom ga je niet binnen zitten?" ging ik verder, "de kleine zal nog kou vatten met al dat water. Dat vindt Wim heus wel goed binnen, niet Wim? Straks gaat het nog regenen."
    "Ze verstaat amper Nederlands," zei Wim. "Zij is een buitenlandse."
        "Wie is zij dan?" vroeg ik. Wim antwoordde niet meteen; misschien geneerde hij zich, of was hij bang dat ik mij te veel met zijn zaken ging bemoeien. Maar na een moment leek hij zich toch verplicht te voelen enige verklaring te geven. "De hele week is zij hier al. Ik heb haar weggestuurd gisteren, maar ze is weer teruggekomen."
    Hij zei maar wat, dat kon je duidelijk zien. Vertel mij maar niks, vriend, dacht ik, al wil je het niet erkennen. Jij hebt al een jaar een stiekeme verhouding met een buitenlandse vrouw, en dat kind is ook van jou. Haha, die Wim. Is hij mij op het gebied van vrouwen toch nog te vlug af geweest.
    Ikzelf heb namelijk geen relatie, ook geen losvaste. Eigenlijk zijn mijn verliefdheden allemaal mislukt. Onder het motto: degene ik wilde kreeg ik niet, en die mij wilden, die moest ik niet. De oorzaak lag natuurlijk wel weer bij mij. – En nu was Wim mij voor geweest.

Nee zeg, die Wim, als "jonge" vader, wie had dat gedacht! Wat was de wereld toch veranderd... Of eigenlijk niet de wereld, maar de zogenaamde zeden en gewoonten...
    Het kind had intussen zijn honger gestild en was in slaap gevallen met open mondje.
    "Die vrouw is Bulgaars, " zei Wim. Eerst zat ze met dat kleine kind in het natte gras. Ik zei: kom maar hier zitten, dat kan niet zo."
    Ik bleef de vrouw gadeslaan; zij leek me geen arme vluchteling, eerder iemand van goede komaf. Zij was knap van gezicht en strak waren haar lange zwarte haren over de schedel naar achteren getrokken. Zij maakte geen aanstalten mijn raad op te volgen; zij vond het eerder genant dat ik haar zo schaamteloos bleef opnemen. Voor de verandering keek ik maar weer eens de andere kant op. Even verderop stond een man half in het water, als een dijkwerker met enorme laarzen aan. Voor ons had hij geen belangstelling; druk bezig als hij was met een ronde zeef van een halve meter doorsnee, zo eentje waarmee goudzoekers in Amerika rijk hopen te worden van één zo'n geel klompje in de bagger. Hij schudde telkens de zeef voorzichtig, dompelde hem onder water en hield hem scheef.
        "En die "goudzoeker"? vroeg ik. "Hoort die er ook bij? Haha!"
    "Nee, die is hier uit de buurt. Ze zijn hardstikke gek, zonder uitzondering. Iemand had hier zijn trouwring verspeeld; die gooide zijn werphengel met snoer uit, bijna tot aan de overkant en floeps! daar ging zijn trouwring mee; die zat te ruim. Hij heeft nog geprobeerd hem terug te vinden: niet gelukt. Later was er iemand aan het vissen en kreeg die ring aan zijn haakje. Het stond in de krant, foto erbij. – En nu komen er af en toe van die halvegaren kijken of er nog meer goud is te halen – allemaal volkomen geschift!"

Wim keek peinzend door zijn bijziende brilleglazen naar de vrouw en het kind. "Wat moet ik nou," zei hij. "Ik heb geen rust zolang ze hier zijn, en varen kan ik ook al bijna niet meer."
    Ik geloofde nu beslist dat hij een verhouding met haar had. Misschien kwam de vrouw hem af en toe aan zijn vaderlijke plichten herinneren, of hem moed in te spreken omdat hij er spijt van had gekregen. En nu zou hij aanstonds voorstellen haar aan mij over te doen.
        "Het begint te regenen, " zei ik tegen de vrouw, "en de wind steekt op. "Je kunt dat kind niet zomaar buiten in de regen laten liggen."
    Ze verstond het niet. Met rustig dwingende gebaren spoorde ik haar aan tot opstaan en hield het deurtje van de kajuit voor haar open, opdat zij naar binnen kon gaan. Want ik mag dan wel een nutteloos iemand zijn, een cynische getuige, soms voel ik mij verplicht een bescheiden, goede daad te verrichten.
    Maar zij gaf geen gevolg aan mijn pogingen. Zij keek naar Wim, als vragend om een einde te maken aan mijn bemoeizucht.

Ik heb er later nog wel eens aan teruggedacht. Had Wim inderdaad een relatie met deze vrouw? Ik wist het niet.     Kon ik mij er eigenlijk wel mee bemoeien?
    Het raadsel van de Bulgaarse moeder met kind is nooit opgehelderd.
    Wim verhuisde een maand later naar een andere provincie en ik heb hem nooit meer gezien of gesproken.



Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren

De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287