Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
re: Een blij...coolbur...
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...DiotheC...
re: Poes Alm...Marcel
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Marcel
re: Poes Alm...Diddy
re: Een blij...Henk Gruys
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
 Meer gedichten
Een getekende middag - Afl.1 van 2
 Henk Gruys - 20:28 20-01-2016 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 



                                Een getekende middag.


Vlak na elkaar gooide de man twee bakstenen door de ruiten van de bovenverdieping. Vervolgens liep hij terug over het grasveldje en wierp een soort brandbom in de dakgoot: een kortstondig vuur dat vanzelf doofde. Het was een vrijstaand huis in een gewone, vrij brede, niet al te dure straat. De politieman keek nog steeds van enige afstand toe, maar maakte geen aanstalten. De man bleef verweesd voor het huis heen en weer lopen, of hij kookte van woede of huilde. – Woonde hij daar? Een kaki pak had hij aan en op zijn hoofd een Noors ijsmutsje, zwart of donkerblauw met wit. Hij bleef maar in de weer, gutste uit een oranje jerrycan een golf vloeistof tegen de gevel. Een grote vlam ontstond, die evenwel maar kort bleef branden.
    Ineens reed de witte politieauto met grote snelheid achteruit, met snerpend geluid van de versnelling, en stopte op de plaats waar de straat laanachtig werd door de bomen van een park. Misschien hoopten ze dat de man tot bedaren zou komen als ze bij zijn huis weggingen.
    Veel nieuwsgierige toekijkers waren er niet. Gebeurde er nog iets? De man zag ik niet meer, misschien was hij achter zijn huis iets aan het vernielen of in brand steken. De zon ging schuil achter dikke witte bewolking en de wind stak op. Ik wilde niet blijven; langzaam had ik het koud gekregen.

Ik liep het hele eind terug door de hoofdstraat. Ook in de stad leek het frisser dan anders, alsof de fonteinen bij de zwanen van het park voor de gelegenheid ijswater spoten. Op de hoek van de winkelstraat begon ik te twijfelen of ik wel genoeg geld had om eten te kopen, wat vervolgens weer een passend excuus leek om dat niet te doen. Honger had ik trouwens niet. Ik bleef vlug door stappen, in de hoop een beetje warm te worden.
    Door een korte tussengang vol geparkeerde auto's bereikte ik het plein met het stadhuis, een donker massief blok ruw behakte steen met roodwitte luiken bij de ramen. Er stonden een paar kraampjes en het was er tamelijk druk. Het kwam mij voor dat er iets onheilspellends in de lucht hing, iets benauwends; ik kreeg het middeleeuwse visioen dat er galgen op het plein stonden en het volk aanstonds zou toestromen voor de openbare terechtstelling van brandstichters en andere veroordeelden.

Mijn kennis zat op zijn vaste plaats op dezelfde bank, als altijd voor zich uit te staren; vaste gewoonte, kon niet missen. Hij had me niet zien aankomen; pas toen hij mij opmerkte draaide hij zich om.
    Zonder te groeten begon ik meteen:
    "Erwin, ik zit in de puree. Ik moet die wagen zo gauw mogelijk kwijt, jij zou zien of je iemand wist." Ik keek uit over het plein, niet naar hem, of ik eigenlijk niet veel zin had in een gesprek.
    "En dus... heb je al iemand gevonden?"
    "Nee."
    "Heb je dan wel goed genoeg gezocht?"
    Hij heeft natuurlijk helemaal niet gezocht. Ja, net doen alsof, – ja hoor ik zal kijken of ik iemand weet; hij heeft zogenaamd kennissen die overal verstand van hebben, ik geloof er niks van. Hij is veel te dik om in beweging te komen, moet je zien die buik. Te lui om zich in te spannen, en al helemaal voor een ander. Hij is natuurlijk narrig omdat ik niet beloofd heb: jij zoveel procent van de opbrengst. – Maar dat geld kan ik eenvoudig niet missen; (en zo'n deel gun ik hem eigenlijk ook niet).
    "Man, een stokoud ding, een oud karkas met roest over de hele linie en met een motor die moeilijk start of helemaal niet start. Eén brok ellende! Tegenwoordig kopen de mensen liever een prima occasion of nieuwe wagen. Zo is het toch? – Heb je al een advertentie gezet? Of geprobeerd op internet?"
    "Advertenties kosten alleen maar geld, dat weet je net zo goed, en ze worden nauwelijks gelezen. En internet, als je niet uitkijkt trek je daarmee alleen maar oplichters en halvegaren aan."
    "Schakel dan kennissen in, die weten meestal meer dan jij. Als je die niet hebt, moet je kennissen maken, zoveel mogelijk, altijd makkelijk. Men kan nu eenmaal niet buiten relaties in het leven. Niet zonder degenen die je met van alles en nog wat van nut kunnen zijn!"
    Net zulke kennissen als hij zeker. Ik ken bijna niemand in de stad, da's waar, dus zal verkoop door eigen activiteiten niet gauw een succes worden. Nog een veeg teken: geen garagebedrijf dat ik benaderde had serieuze belangstelling.
    Maar dat had ik hem vorige keer al verteld. Ik had opeens geen zin meer. Ik gaf hem een klap op de schouder en liep zonder groet weg.

Drie minuten later liep ik aan de overkant van het plein en sloeg de Souverijnstraat in, een sombere smalle goot zonder bomen, met lange rijen donkere, oude, gerenoveerde panden; je moet je hoofd in de nek leggen om een stukje hemel te zien. Voor een hoog huis met antieke voordeur belde ik aan; en precies op hetzelfde ogenblik werd er van binnenuit opengetrokken. Een man in donkere kleding kwam naar buiten. Ik glipte gauw door de deur, voorbereid op dat eeuwige gemopper dat iedereen op deze manier zo maar in huis kan komen. Maar de man was al om de hoek verdwenen zonder wat te zeggen. – Waarschijnlijk woonde hij hier niet.

Ik verkeer al de hele tijd in moeilijke omstandigheden. Donkere wolken hebben zich boven mijn financiële situatie samengetrokken, ik moet uitkijken niet uit mijn huis te worden gezet door de oplopende schulden. Is het dus vreemd dat ik door alle kilte en wanhoop geregeld uitkijk naar wat liefde? Al twee maanden heb ik een relatie met Elize, – sinds wij elkaar ontmoetten op een feestje bij kennissen. Beurtelings ben ik bij haar of zij bij mij. Living apart together. Een lichtbaken in de sombere tijden. Alsjeblieft even rust, en geen gedoe.
    Twee trappen liep ik op, en drukte daarna op het belletje van een bekraste grijze huisdeur waarnaast enkele dichtgebonden vuilniszakken op een hoop lagen. Geen naambordje, want "zoiets kan best gevaarlijk zijn voor alleenwonende vrouwen" volgens Elize.

De deur ging open, en Elize liep meteen weer terug naar binnen toen ze mij had gezien, groette niet, maar bracht enkel een geluid voort dat klonk als mnn... Als altijd dezelfde kleren: vestje, lange zwarte broek. Het zwarte haar opgestoken.
    We liepen de huiskamer binnen waar het ook niet warm was en een muffe lucht van textiel, garens of oude naaikistjes hing. De lamp brandde, want het was er gauw donker. Stapels kleren die zij blijkbaar aan het opvouwen was, lagen op de eettafel. Ik ging zitten op de bank, terwijl zij verderop bij de tafel bleef. Het viel me op dat we elkaar niet hadden gekust en ik kon me vreemd genoeg niet herinneren wanneer dat de laatste keer was geweest.
    "Ik heb je al vijf dagen niet gezien," zei ik. Elize bukte en pakte van een stapel een doek of kledingstuk.
    "Vooral gisteren... " vervolgde ik. "Waarom ben je gisteren niet gekomen? Dat was nota bene mijn verjaardag! Ik heb de hele dag op je zitten wachten, en ik kon je vanwege de anderen die er waren niet komen halen. Pas later, – en toen bleek je niet eens thuis te zijn ook."
    "Verjaardagen zouden we toch niet meer vieren?"
    "Ja, maar onze eigen verjaardagen toch wel!"
    Verder haar zwijgen over dit onderwerp, niet onvriendelijk, maar
neutraal, of zij vond dat het was afgedaan.
(Wordt vervolgd met nog 1 aflevering)

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren

De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287