Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: me too (...Diddy
re: me too (...Erik Le...
re: Witgepoe...evamaria
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...thomas ...
re: Schijn e...Marcel
re: me too (...evamaria
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Claudel...
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Schijn en zijnDiddy
Anti-Kerst R...milou
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
 Meer gedichten
Thuiskomst - Afl. 2 van 3
 Henk Gruys - 19:57 20-07-2015 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

Thuiskomst - Afl. 2 van 3


Het vliegwiel van de muziek in mijn hersens zou wel wat minder mogen tollen vind ik. Of tot stilstand komen. – Het brein , opgejaagd door urenlange intensieve arbeid en ritmische impulsen, werkt nog na in diezelfde patronen. Nog een uur, twee uur soms, waardoor men zelfs onrust ondervindt als men in bed ligt en de slaap probeert te vatten. In je oren steeds muziek, flarden melodieën en improvisaties die ronddrijven in een onbedaarlijke draaikolk... Je wordt telkens wakker; hou eens op met dat getèl... Een prozaïsche bijkomstigheid van het esthetische fenomeen muziek, en een probleem van veel uitvoerende muzikanten. Er bestaat maar één, hoewel beperkte remedie: straks in bed nog drie kwartier in mijn favoriete boek lezen.
    Ik ga zolang aan de huiskamertafel zitten, ellebogen op het tafelkleed, hoofd in de handen en staar voor me uit... heb nog niet besloten wat ik ga doen...
    Maar tien minuten later schrik ik op door het beschaafde geluid van een langzaam naderende auto in de straat. Ik kijk op, en zie door het voorraam een wagen met daklicht stoppen: Een taxi.
    Zeer tot mijn bevreemding ontwaar ik vervolgens mijn ouders, die uitstappen, gedienstig geholpen door de chauffeur in uniform. Beiden zien er netjes uit, ik herken hun uitgaanskleding van een jaar terug, jas en mantel uit de hangkast boven. Ik begrijp er niets van. Het is nog nacht; dus bezoek aan ziekenhuis of arts is uitgesloten. Meteen hoor ik de sleutel in de voordeur knarsen. De kamerdeur zwaait open en mijn moeder wankelt luid zuchtend binnen, valt meteen amechtig in een armstoel neer. Ze ziet er zwak en weeïg uit.
    Mijn mond valt open in verbazing. Het kamerlicht steek ik dadelijk op. Mijn doodzieke en vermoeide moeder die al een halfjaar bedlegerig is en in een steeds zwakkere conditie leek te zijn geraakt. Die eet op bed, (àls ze al eet), die geholpen moet worden naar het toilet, – zij heeft zich thans pontificaal in haar zondagse kleren gestoken en is de hele nacht op pad geweest! De hort op!
    Dat doet maar! Ik probeer het met ironie, maar het zijn verwarrende veronderstellingen en vragen die opkomen. Waar zijn die twee in hemelsnaam naartoe geweest? Was dat iets speciaals? Het lijkt of mijn moeder die uitgaanskleren voor de laatste maal nog een keer aan wilde... Eén keertje nog maar. Zij en mijn vader moeten gisteravond na kwart voor negen dit plotseling hebben besloten, toen ik al was vertrokken naar het café.
    Ik wil iets vragen, maar kan geen woord uitbrengen. Mijn moeder die vrijwel de hele dag op bed ligt te steunen en te kreunen. Kan niets, wil niets. En gisteravond, ja hoor, sinds lang weer met haar mooiste japon aan, nieuwe glanzende panty uit de verpakking, dure schoenen die ik haar nog nooit heb zien dragen. – Of er niets aan de hand is! Zwartlederen schoudertas met gouden gesp... Was het dan allemaal toch niet zo erg met haar als zij iedereen wilde doen geloven?..
    Maar ze hangt in haar stoel. Het lijkt of ze wil huilen en ze ziet eruit of ze het niet lang meer zal maken. Mijn vader staat er hulpeloos bij, buigt zich liefdevol over haar heen en trekt voorzichtig haar sjaaltje los. Zij schijnt hierdoor echter zeer geërgerd, aan het eind van haar geduld. Ze wil met rust gelaten worden, alsof het uitsluitend de schuld van mijn vader is, dat zij in deze beroerde omstandigheid terecht is gekomen.
    Mijn vader reageert de laatste tijd nauwelijks meer op haar kribbigheden. Dat is wel eens anders geweest. Hij heeft dat echter afgeleerd en verdraagt iedere onhebbelijkheid – uit liefde, dat moet haast wel.
    "Je moeder is er heel, heel erg aan toe," zegt hij beverig. – Ja, of ik dat niet gezien had!..
    "Ik begrijp het niet. Wat hebben jullie dan in vredesnaam uitgespookt," vraag ik.
    "We zijn naar het jaarfeest van de brandweer geweest, waar ik het al weken over had." – Mijn vader is bij de vrijwillige brandweer geweest, daarvan al twintig jaar gepensioneerd, maar wordt nog ieder jaar uitgenodigd. – "Daar wou je moeder pertinent nog één keer naartoe," zegt hij. "Daar móest en zóu ze heen. Proberen. Maar het is meteen voor het laatst, dàt zal ik je wel vertellen. Dit kan niet meer, het is veel te veel voor haar."
    "De bràndweer! Dat had u toch wel kunnen weten," zeg ik, haar bleke en van uitputting weggezakt gelaat aanschouwend, bezorgd over haar liggende houding en hulpeloosheid in de leunstoel.
    Mijn moeder heeft nog geen woord gezegd. Kan ze niet. Een valse, kortstondige opleving moet haar tot deze uitdaging hebben verleid. – Ik bedenk terzijde dat het mooi, heel mooi was geweest indien ze dit wèl had gekund, een geweldige sprong vooruit. Maar nu het tegendeel is gebleken, is het alleen maar erger geworden, nog erger dan het al was.
    Op dit ogenblik heb ik de behoefte er even helemaal niet meer aan te denken. Niet aan haar ziekte, niet aan alle ongemak de laatste tijd, niet aan het ziekenhuis waar ik haar geregeld met de auto naartoe breng, niet aan die nutteloze wachturen daar in de gangen. Een kort moment pauze graag. Maar gedachten zijn net krioelende insecten, die laten zich niet zomaar vangen...
    Met mijn vader lijkt het nu juist weer wat beter te gaan, of is dit verbeelding? Hij is blijven staan naast mijn ineengezakte moeder en is niet meteen op de bank gaan zitten zoals meestal na thuiskomst, dat is tenminste wat...
    "Help even mee je moeder naar boven te brengen," zegt hij na een halve minuut.
    Ik ontwaak uit mijn gedachten, loop met enige tegenzin op haar toe om haar tot opstaan te bewegen.
    Maar zij werkt niet mee, wil ze niet, kan ze niet. We kunnen net zo goed proberen een baal zand van honderd kilo te verplaatsen. Zuchtend hangt ze in de stoel, de ogen gesloten, het gezicht wit weggetrokken.
    Eindelijk lukt het ons haar een paar stappen te doen lopen. Maar de trap op gaat niet; we komen niet verder dan de onderste trede. Ik krijg ook de indruk, dat ze niet wil, gedeeltelijk uit jammerend protest: kijk eens hoe slecht ik eraantoe ben en jullie geloven me nooit.
    Nogmaals proberen; het lijkt wel of we aan een onhandig slap bankstel staan te sjorren. Haar uitgaansjurk is opgeschort tot boven haar crème onderrok.
    Ik keer me geërgerd af. "Het was inderdaad heel onverstandig om daar naartoe te gaan," zeg ik schoolmeesterachtig. Mijn vader keert zijn gezicht af in misprijzen, niet zozeer over mijn opmerking, maar over de lastige situatie waarin we terecht zijn gekomen.
    "Ze wou zó graag, nog één keer," zegt hij toegeeflijk. "Maar dit doen we nóóit meer, dit kan niet". Ik merk dat we over haar spreken als over een huisdier of meubelstuk, omdat we haar geen moment in het gesprek betrekken, niet tegen haar praten, niets vragen.
    Wij beiden houden haar vast, zodat ze niet omvalt. "Dit gaat niet..." stel ik vast, "alleen kunnen we het niet... Ik ga Slobbe halen om te helpen."
    Ik sleep de leunstoel naar het portaaltje en we leggen er haar voorzichtig in. Ze ligt erbij of ze gaat sterven, de mond half open, ogen gesloten en ze ademt hijgend. "Ik ben zo... zo..." zegt ze zwakjes.
    "Als Slobbe al op is... Als we geluk hebben heeft hij de ochtendploeg, is hij nog niet weg." Ik haast me de kamer te verlaten. Even weg uit de problemen, al is het maar schijn; ik vraag me af of we de dokter niet moeten waarschuwen. Maar ja, half vier in de ochtend...
    Buiten is het nog niet erg licht; alsof de dageraad wordt tegengewerkt. – Slobbe is onze naaste buur. Als ik via de poortdeur zijn achtererf betreed en naar binnen kijk, blijkt hij er inderdaad nog te zijn. Oké, en het licht brandt. Ik kom er wel vaker, kan zo binnenlopen, maar het valt me deze ochtend extra op dat hij lelijk en ongezellig licht in zijn huiskamer heeft, een enkel kaal peertje aan het plafond. – Hij is al jaren gescheiden, werkt als sjouwerman bij veevoederfabriek De Eendracht drie kilometer verderop. Het huis ruikt ook naar de Eendracht, of naar zijn kleren, of naar hemzelf; of verbeeld ik me dat? – Zijn belezenheid, tamelijk ongebruikelijk voor een "gewone fabrieksarbeider" is opvallend; universele belangstelling kan hem niet worden ontzegd; in vrije tijd leest hij bij voorkeur boeken over filosofie, van en over grote denkers.
    Als ik de kamer in kom, kijkt Slobbe om; hij is in het voorkamertje bezig brood te smeren en komt niet meteen. De radio staat zacht, kordate, bijna martiale koorzang komt uit de bruine bakelieten kast met zwak verlichte schaal. Is dat het socialistisch strijdlied van de VARA, of hebben die dat niet meer? (ik luister op dit uur nooit naar de radio), of nee, dat kwam altijd pas om acht uur, – jezes wat een gedachten op de vroege ochtend...
    "Je vader kan dit eigenlijk niet meer aan," zegt hij direct nadat ik hem de situatie heb uitgelegd. Hij gaat naar de eettafel en legt drie boterhammen met kaas op een krant.
(Wordt vervolgd met nog één aflevering).

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
re: Thuiskomst - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door 88 - 14:24 22-07-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
hehe eindelijk een hahaha van jou, ik wilde al zeggen..lach eens om het duimpje, maar je was me net voor :)

re: Thuiskomst - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door Henk Gruys - 12:56 22-07-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Jij en inhoudelijke vragen, hahaha

Het antwoord is: neen.

re: Thuiskomst - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door 88 - 10:03 22-07-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
ik doe ook gezellig, het is een inhoudelijke vraag op je werk, omdat die regel een beetje minachtend klinkt( leest).

Het komt binnen net zoals bv

alle belgen zijn dom
blonde vrouwen zijn dom

snap je? Dat is wat ik vroeg ;)

groetje


evamaria
Reactie gegeven door Henk Gruys - 09:28 22-07-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Bedankt voor je lezen en correctie, evamaria.
Met groet, Henk

Thuiskomst - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door Henk Gruys - 09:27 22-07-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Probeer ik het gezellig te maken, lopen jullie maar te chagrijnen.

re: Thuiskomst - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door 88 - 20:16 21-07-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Zijn belezenheid, tamelijk ongebruikelijk voor een "gewone fabrieksarbeider" is opvallend; universele belangstelling kan hem niet worden ontzegd; in vrije tijd leest hij bij voorkeur boeken over filosofie, van en over grote denkers.


dus gewone fabrieksarbeiders zijn doorgaans dombo`s ?

re: Thuiskomst - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door evamaria - 19:56 21-07-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Maar ja, half vier in de ochtend... komma


re: Thuiskomst - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door DiotheCilany - 19:21 21-07-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
weer zo'n ongelooflijke ik-bak


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287