Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: me too (...Diddy
re: me too (...Erik Le...
re: Witgepoe...evamaria
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...thomas ...
re: Schijn e...Marcel
re: me too (...evamaria
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Claudel...
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Schijn en zijnDiddy
Anti-Kerst R...milou
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
 Meer gedichten
Déjà vu - slot
 Henk Gruys - 16:01 05-06-2015 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

Déjà vu - slot


Het gespeelde mocht dan de aandacht trekken, bizar van zetting zijn, eventueel afkomstig uit de nalatenschap van een gerenommeerd componist, hetgeen ik overigens betwijfelde – de argeloze toehoorder werd er in geen geval vrolijker van.
    Nu zag ik dat in een zijwand een deur, van minstens drie manslengtes hoog, traag openging. Erachter stonden zes dragers klaar, in zwarte kostuums en met zwarte hoge hoeden op; ze zetten zich op een miniem teken van de eerste statig en synchroon in beweging. Nu begreep ik: het was een dodenmars die het orgel speelde. De dragers draaiden met de kist tussen hun hoofden het middenpad op, ze gleden voorbij als in water.
    Ze zetten hem voorzichtig op een baar neer; hun hoeden namen ze precies gelijk af. Er waren geen andere toeschouwers, waaruit ik concludeerde dat het geen belangrijk persoon was die ten grave werd gedragen. Maar wie was het? Ik onderdrukte de neiging om het deksel op te tillen en te kijken.
    Maar twee seconden later wist ik heel goed wat hier plaatsgreep. Het moest mijn bewaker zijn die in de kist lag. Die ik dodelijk moest hebben getroffen met mijn onbesuisde aanval.
    Iemand van het leven beroofd had ik nog nooit, zoals de meeste mensen dit nog nooit bij de hand hebben gehad. Het koude zweet brak mij uit. Ik had gelezen dat bij kopstoten het makkelijk mis ging bij een dunne plek in iemands schedel... meestal was zoiets helemaal niet bekend. Ik mocht hopen dat als dit aan het licht kwam, mijn betrokkenheid niet kon worden bewezen.
    Het orgel zweeg, – niet omdat de mars was beëindigd, maar omdat, zo scheen het, het klavier kapot was of het pijpwerk niet langer functioneerde.
    De dragers bleven echter met zes in het gelid staan, onbeweeglijk, hun gezichten strak gericht op het orgel; alles volgens het ritueel dat zij leken te hebben ingestudeerd. Niemand lette op mij. En daar begon de mars opnieuw, al had het geluid meer weg van een amechtige stoomlocomotief die op het punt staat te ontploffen.
    Ik werd langzamerhand kalmer. Hoe langer ik er over nadacht, hoe onwaarschijnlijker het werd dat het met mijn aanslag te maken had. Zo vlug kon de begrafenis niet zijn georganiseerd... hopelijk was mijn vrees te voorbarig.
    Terwijl ik nog nadacht zag ik aan de zijhoeken van het orgel, op de plaats van de dunste pijpen met de fluittonen, kleine vlammetjes die op wapperende gaspitjes leken, geel en fletsblauwig in doorzicht. De doodsdragers scheen dit te ontgaan; ze verroerden zich niet, hielden de blik onbeweeglijk op het orgel gevestigd.
    Een gloeiende muur van hitte begon op mijn koortsige voorhoofd en wangen af te stralen. Ik werd bang dat de hele wand in een ritselende laag van vuur zou veranderen en, vooroverhellend, zich bovenop mij zou storten. Wegvluchten lag voor de hand, een lage deur aan de zijkant stond al open alsof het afgesproken was.
    Ik stond in de buitenlucht. Maar dit landschap vertrouwde ik niets; deze drassige, half ondergestroomde kuilen van koolsintels die mij van het water scheidden. Ik vroeg mij af hoe ik ooit nog bij mijn fiets moest komen.
    Was ik van nature niet zo voorzichtig, dan was ik nu zonder verwijl de gevarenzone weer in gelopen, zonder paniek langs de springstoffen en de schietende terroristen gewandeld, en had ik dwars door zalen en gangen de reddende route terug naar de kade met spelend gemak hervonden. Maar helaas, ik durfde niet; want met het beoordelen van risico's kan ik niet omgaan; dat is een aangeboren tekortkoming, dat weet ik van mijzelf maar al te goed.
    Ik keek om; uit de ramen van de gebouwen braken al overal vlammentongetjes. Ik was bang dat het niet lang meer zou duren of het vuur zou het kruit bereiken en alle gebouwen de lucht in vliegen.
    Toen hoorde ik gekrijs en zag de paarse vogel die eindelijk de weg naar de vrijheid had hervonden. Hij wiekte omhoog en verdween achter de grijze daken.
    Uit andere deuren persten zich nu werkers naar buiten, ze hadden vuurrode gezichten, alsof ze te lang in de zon hadden gezeten. Ze knielden aan de waterkant en schepten met handenvol water op om hun oververhitte voorhoofden en wangen te verkoelen.
    Maar wat zij niet bemerkten was dat laag boven hen een vuurrode gloed aan kwam drijven. Er waren draderige krullen van roet in, als van in de war geraakt zwart naaigaren en steeds meer. Ik wist niet wat het was; ik had dit nog nooit gezien.
    Ik twijfelde geen moment: ik moest hier onmiddellijk weg. Ik keerde mij vol weerzin om naar het moeras en liep plompverloren het water in.
    Dadelijk zakte ik tot mijn middel weg in het sliertige, kronkelige groeisel. Modderbellen van stinkend zwavelwaterstof braken uit. Het water was niet koud, eerder lauw, wat mij zeer verwonderlijk voorkwam. De eerste minuten vreesde ik nog dat verborgen onderwaterdieren mij gemeen zouden bijten, maar keuze had ik niet. De stank was ondraaglijk nu het water in beweging kwam; maar het moeras werd tot mijn opluchting niet dieper. Ik kon de hele tijd vooruit waden en daardoor het onheil van de fabrieken steeds verder achter mij laten. Het weer was veranderd; de hemel werd zwaar alsof het zou gaan regenen. Het werd nevelig en kil.
    Achterom kijken deed ik niet meer omdat al mijn aandacht nodig was om op de been te blijven.
    Na enige tijd ontwaarde ik aan de rechterzijde een rij donkere contouren. Toen zag ik dat deze van bekende gebouwen waren. Inderdaad, de rode vemen die mij eerder in de ochtend nog zo hadden betoverd, – geen twijfel mogelijk, het waren dezelfde. Tegelijk zag ik de aloude open, driedelige toegangspoort tot de kade.
    Toen ik mij daarvan eenmaal had vergewist, waadde ik zo snel mogelijk naar de kant en kroop vooroverliggend het water uit.
    – Daar stond mijn trouwe fiets, precies zoals ik hem had achtergelaten, met het geelkleurige pakket nog op de achterdrager.
    De zon brak even door. Een moment leek het of alles weer van voren af begon, ik opnieuw door de poort zou gaan teneinde de tocht over de veemkade af te sluiten met de onopgehelderde begrafenis. En het hele avontuur zich zou herhalen.
    Misschien was dàt het voorspellende gevoel dat mij de hele tijd zo bezighield, waarvan ik nog steeds niet wist waar het vandaan kwam... Maar ik wilde het hoofd niet meer breken over zinloze speculaties.
    Ik keek voor het laatst achterom in de richting van de vemen. Er was nog helemaal niets van brand te zien, en er deden zich ook geen schoten of explosies meer voor.
    Ik greep het stuur van mijn fiets; en nog druipend en stinkend van het moeraswater sprong ik in het zadel en reed pijlsnel door de triomfpoort weg.

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
re: Dj vu - slot
Reactie gegeven door DiotheCilany - 19:20 08-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
ok


dio
Reactie gegeven door 88 - 18:33 08-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
niets, ik vind het een zeikerd als hij tevoorschijn komt onder welke pseudo dan ook, en dat doet ie ruim..

88 via Henk
Reactie gegeven door DiotheCilany - 18:07 08-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Bedoel je klarinet? En zo ja, wat is er mis met zijn commentaar?

aan klarinet via Henk
Reactie gegeven door 88 - 17:18 08-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Sjongejonge, ik dacht dat ik intussen wel wat gewend was, maar nee hoor, je verbaast me nog steeds met die zeiksnoropmerkingen over je lippen, en het rare is, je bent niet te beledigen, daarin ben jij altijd de ander voor, dus..

Ik zeg dat je een respectloze mafkees bent, en zo geboren, daar kan jij niets aan doen, dat is nu eenmaal zo..

Larieknet
Reactie gegeven door Henk Gruys - 16:31 07-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ah, daar hebben we de larieknet ook weer eens.

De Nederlandse vertaling van zijn reactie leverde verrassend genoeg een waardevolle correctie op.

Hartelijk dank daarvoor, larieknet.

re: Djv - slot
Reactie gegeven door Henk Gruys - 09:01 07-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ja, sekonde met een c mag ook. De appendix van de Woordenlijst vermeldt beide spellingen; de lijst heeft voorkeur voor de c.

Plaatsgrijpen is een synoniem voor plaatsvinden, gebeuren. Ik denk niet dat het Vlaams is; het staat zonder aanduiding Zuidn. in de dikke van Dale. Maar het moet aan elkaar.

Bedankt voor je reactie en verbeteringen.
Groet van Henk

re: Djv - slot
Reactie gegeven door 88 - 01:08 07-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
sekonden met een c mag ook, en.. plaats greep? Raarrrr..tenzij het Vlaams is..

re: Djv - slot
Reactie gegeven door Henk Gruys - 09:54 06-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Met de meeste van je opmerkingen ben ik het wel eens.

- Iemand van het leven beroofD had ik nog nooit enz.

- Het orgel zweeg niet omdat de mars was beindigd enz.
De oplossing die jij suggereert is echter te primitief en past stilistisch niet bij de rest. Dan is de mijne toch beter. En voltooien en bendigen is eigenlijk ook niet hetzelfde.

- ... die mij van het water scheiddeN

Ik was bang dat het niet lang meer ZOU duren of enz.

Mijn dank voor je reactie en voor het nalopen van de zinnen. Zijn verbeterd.

Met groet, Henk

re: Djv - slot
Reactie gegeven door evamaria - 21:34 05-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Iemand van het leven beroven had ik nog nooit, zoals de meeste mensen dit nog nooit bij de hand hebben gehad--zin klopt niet.

Het orgel zweeg, niet omdat de mars was beindigd, maar omdat, zo scheen het, het klavier kapot was of het pijpwerk niet langer functioneerde.--omslactige zin.

Het orgel zweeg, de mars was niet voltooid, was het orgel kapot?--- Is mi duidelijker.


half ondergestroomde kuilen van koolsintels die mij van het water scheidde.--scheiddeN

Ik was bang dat het zou niet lang meer duren of het vuur zou het kruit bereiken en alle gebouwen de lucht in vliegen.--zin klopt niet.


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287