Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: Vrijheidcoolbur...
re: Het waterevamaria
re: Het waterHenk Gruys
re: Het waterevamaria
re: Ontbijtevamaria
re: De hoofd...coolbur...
re: Ontbijtcoolbur...
re: OntbijtHenk Gruys
re: Carpe No...DiotheC...
re: Carpe No...Hanny v...
re: Carpe No...Diddy
re: overvloedDiddy
re: overvloedMarcel
re: overvloedDiddy
re: overvloedHanny v...
re: Nomen es...Hanny v...
re: GLORIX -...evamaria
re: overvloedDiddy
re: Nomen es...coolbur...
re: Nomen es...Heracli...
re: Nomen es...coolbur...
re: overvloedcoolbur...
re: Hij was ...coolbur...
re: Al balse...Henk Gruys
re: Al balse...evamaria
re: Nomen es...Diddy
re: Bootjewijnand
re: Schoolme...wijnand
Diddy, Wijna...Hanny v...
re: Schoolme...Hanny v...
re: een over...Hanny v...
re: RomannenHanny v...
re: BootjeHanny v...
re: gesloten...Diddy
re: gesloten...wijnand
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Jeruzalemcoolbur...
Het korteter...coolbur...
VrijheidMarcel
Liefde was e...milou
Ontbijtcoolbur...
De hoofdstadBuigt
Het waterHenk Gruys

Henk Gruys
Carpe NoctemMarcel
Bloed en stenenHanny v...
Schuld en bo...Claudel...
Lezen maarcoolbur...
Hij was in d...Claudel...
overvloedDiddy
Nomen est omenHanny v...
Al balsemde ...Henk Gruys
Schoolmeesterwijnand
GLORIX - (ob...Erik Le...
een overpein...Erik Le...
#socialfreaks mima
Romannencoolbur...
Complainte p...Claudel...
Grafschrift ...Marcel
Hoe lief mij...Hanny v...
Rebel withou...Claudel...
 Meer gedichten
Déjà vu - Afl. 2 van 3
 Henk Gruys - 16:09 02-06-2015 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

Déjà vu - Afl. 2 van 3


Enfin. Als hij straks weer over die foto's begon, wat zou ik dan zeggen? Dat die nog achterop mijn fiets zaten, kilometers van hier? Haha. Het was een geluk dat ik ze niet had meegenomen! –
    We gingen het gebouw met de torentjes binnen. Hier moesten we behoedzaam laveren over een massa lichtgrijze tandwielen die op de vloer lagen, en die elkaar in draaiende beweging hielden, onweerhoudbaar traag.
    Uit de nok van het gebouw klonk een angstig gekrijs, zoals een stompe naald krast op een oude grammofoonplaat. Ik zag een siervogel met purperen verenkleed radeloos heen en weer fladderen. Ik was begaan met het dier dat zijn vrijheid niet kon vinden. Jammer dat mijn bewaker niet van wijken wist, anders had ik zo'n stalen tandrad door een bovenlicht gegooid, zodat het dier kon ontsnappen. Maar nu kon ik niets doen.
    Dat dit alles de herkenning van déjà vu in zich droeg, had mij geen ogenblik verlaten. De oorsprong van dit idee was niet te achterhalen, en andere gedachten had ik überhaupt weinig.
    Nergens iemand te zien. Langs de wanden zag ik honderden granaathulzen van minstens een halve meter hoog, glanzend als goud. Erboven hing een wit bord met rode letters: Verboden Te Roken. Een munitiefabriek; – als ik het al niet dacht.
    "Ik weet alleen," begon ik tegen de man, want ik vreesde dat ik mij met mijn zwijgen verdacht begon te maken, "dat er binnen terroristen zijn binnengedrongen. Een stuk of twaalf. Om te kijken wat er van hun gading is. Een munitiefabriek is natuurlijk een el dorado voor zulk volk."
    "Geef nu die foto's," zei de man streng.
    Dus weer die foto's – we hielden halt.
    "Het is ergens misgegaan", loog ik, "ze zijn verkeerd ontwikkeld; en helemaal zwart geworden; je hebt er niets aan; ze hebben ze weggegooid."
    – Ik wist niet of ik hier verstandig aan deed. Zo maakte ik mij ongeloofwaardig en wekte wantrouwen op. Misschien zou ik beter excuses kunnen aanbieden. Okee, als ik daarna maar als de wiedeweerga hier weg kon! Zo snel mogelijk.
    Maar voorlopig liepen we verder. Mijn begeleider voerde mij mee naar iemand die zich in een hoek ophield bij een berg donker slijpzand achter schotten. Of was het buskruit? Hij stond gebukt en schepte het in grauwe zakjes, zag ik toen we dichterbij kwamen.
    "Ah, je hebt hem kunnen aanhouden," zei hij. Hij droeg geen overal, maar een stofjas, en op zijn hoofd had hij een roze jockeypetje. Zijn gezicht leek uitsluitend te bestaan uit naar beneden gezakte vetkwabben en rimpels. Hij monsterde mij van onder tot boven.
    "Maar hij heeft de foto's niet," antwoordde mijn bewaker.
    "Heeft ze niet? dat zullen dan wel eens zien! Foto's en plattegronden die ze nodig hebben om in de fabrieken hun weg te kunnen vinden! En die zouden ze niet hebben? Die gasten zijn levensgevaarlijk! Er moeten er nog elf binnen zijn. In totaal twaalf dus. Het laatste bericht is, dat ze zijn gesignaleerd op de afdeling springstoffen. Ja daar zijn die lui natuurlijk gek op. Goed dat je hem hebt opgepakt. We zullen ze allemaal oppakken en executeren zodra we tijd hebben."
    De eerste man keek om zich heen. "Voorzichtig," zei hij, met gedempte stem, "vertel niet te veel waar hij bij is. Dat hoeft hij allemaal niet te weten!"
    "Welnee! Als je even bedenkt dat hij een buitenlander is," zei de tweede man, "een Pool of Roemeen en die verstaan geen Nederlands."
    "Hij wel; hij heeft daarnet nog gepraat."
    "Welnee, niks verstaat hij van wat je zegt! Hij is een oost-europeaan en begrijpt je niet. Kijk maar. – Bist du ein Polack?" brulde hij. Ik schoot in een lach. – "Zie je wel?" riep hij.
    De mannen twistten nog even of ik een Bulgaar was of een Rus of misschien Albanees... Tenslotte waren ze het eens dat ik "weggebracht" moest worden. Dat klonk onheilspellend genoeg. De bewaker schudde aan mijn schouder of hij mij wakker wilde maken en we gingen op weg. Hij zei niets meer, zeker omdat hij ervan overtuigd was dat ik Nederlands verstond. Dan maar niet. Ik was enigszins opgelucht dat we weer met z'n tweeën waren, want dat zou de mogelijkheid tot ontsnappen vergroten. We kwamen in een nette ruimte waar het vol stond met honderden oranje dozen met zwarte letters Explosive erop. Er hing een zware, zoete lucht. We moesten voor onze weg ongeveer overal tussendoor kruipen en manoevreren. Soms begon een stapel van die dozen, doordat we er per ongeluk tegenaan stoten, te wankelen en dan trachtte de man met ernstig gezicht die met zijn vrije hand weer te stabiliseren.
    Een paar harde knallen klonken. Wij doken ineen. Het was beslist geen vuurwerk, er werd geschoten! – Waarschijnlijk niet speciaal op ons. De man naast me gromde als een hond en leek zich zo klein mogelijk te maken. Nu het geratel van een mitrailleur. De man duwde mij naar de muur om dekking te zoeken. In deze verwarring zag ik mijn kans; onverwacht draaide ik mij om en gaf hem een kopstoot tegen zijn lelijke neus. Het was niet meer dan een soort ja knikken. Hij had geen verweer, zakte kreunend ineen en verborg de pijn in zijn handen.
    Ik holde weg; opzij naar een kleine deur. Die was gelukkig niet op slot. Erachter een lage ruimte, met grote houten kisten overal; niet te tillen zo zwaar; ik schoof er een met uiterste inspanning voor de deur en maakte mij uit de voeten.
    Geschoten werd er niet meer. Maar ik wilde hier zo gauw mogelijk vandaan. Maar hoe kon ik terug naar de kade? ik wist niet eens welke richting dat was.
Via een paar halfduistere gangen kwam ik in een hoge hal, of beter: een zaal van rood pluche, en kwistig voorzien van met goud afgewerkte zijpanelen. Alles zag er oud, versleten en stoffig uit, – maar nog opvallender was de wand aan het eind, die, zag ik het goed? een groot concertorgel bevatte, waaruit een zachte, gedragen melodie golfde. Een orgel in een munitiefabriek!
    Van afstand torende het instrument indrukwekkend. Maar toen ik dichterbij kwam zag ik geen historisch erfgoed waarover lovende kritieken op de kunstpagina's van weekbladen zouden verschijnen, maar een monsterlijk samenraapsel van onbegrensd exotische materialen. Men had, wellicht omdat de oorspronkelijke pijpen kapot of verdwenen waren, zijn toevlucht genomen tot zinken afvoerbuizen met weergaten, kartonnen hulzen waar landkaarten in hadden gezeten, opgerolde vloerkleden en kokers van zachtboard met kleefband bijeengehouden. Maar zijn weke tonen stroomden uit alle openingen. Dat er nog zo'n herrie kwam uit alle afval en primitiviteit!
(Wordt vervolgd met nog één aflevering.)

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
re: Djv - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door DiotheCilany - 20:45 04-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Voor sommige mensen is het een krater, voor anderen een trechter en weer anderen zijn tevreden met een knikkerputje. Alles heeft te maken met drang en ambitie, maar ook met realiteitszin. Is dat er niet, dan is men afhankelijk van de kameleontische flexibiliteit van de eigen geest, die afhankelijk van het moment de eigen groot(s)heid en wensdromen inkleurt. Dit is zo'n moment.

greetzz

re: Djv - Afl. 2 van 3
Reactie gegeven door evamaria - 18:57 02-06-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Wel spannend.


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2018 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287