Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: me too (...Diddy
re: me too (...Erik Le...
re: Witgepoe...evamaria
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...thomas ...
re: Schijn e...Marcel
re: me too (...evamaria
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Claudel...
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Schijn en zijnDiddy
Anti-Kerst R...milou
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
 Meer gedichten
De Vijfde Mei (slot)
 Henk Gruys - 08:53 18-04-2015 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

De Vijfde Mei (slot)


Maar goed... het gesprek op deze avond ging er onder andere over dat komende dagen zelfs Prins Bernhard naar onze stad zou komen; teneinde iets te verrichten, – misschien de brug naar hem vernoemd te onthullen, – ja dat waarschijnlijk. Ik hoopte heimelijk dat ook wij er naartoe zouden gaan, mijn vader en ik; dan zou ik de prins eens in het echt zien!
Mijn vader en moeder onderhielden zich met Fred aan de tafel, en ik zat op de vloer, bij het lege kastje waarin acht maanden geleden nog onze radio had gestaan. Een eigenaardige, bijna bovenaardse bevrijdingsstemming was al enige tijd in mij gevaren.
    "Krijgen we nu ook ons toestel weer terug?" vroeg ik, toen ze even uitgepraat waren. Op die radio was ik namelijk altijd zeer gesteld geweest, met zijn bruine knoppen, geelverlichte schaalverdeling en warme lampengeur.
    Mijn vader antwoordde, meer in het algemeen dan dat het een antwoord op mijn vraag was, dat niemand wist waar al die door de Duitsers gevorderde radio's waren gebleven, wellicht waren ze ergens opgeslagen, in het gemeentehuis of zo. Maar hij dacht eigenlijk wel dat de moffen ze hadden mee gestolen naar de "Heimat". Hij vertelde in aansluiting erop nog aan Fred, dat zijn broer, ter voorkoming van inbeslagname, verleden jaar z'n radio in een zinken wasketel in de tuin had begraven. "Maar daar is nu natuurlijk niets meer van over, met al dat vocht," zei mijn vader met een superieur maar evenzeer medelijdend glimlachje.
    Fred schoof na een kwartier zijn stoel onder de tafel, nam afscheid en vertrok.

Het bleek nu de bedoeling van mijn vader dat we met ons drieën de straat op zouden gaan, teneinde wat van de bevrijdingsstemming te proeven. "Ik ben benieuwd of er nog wat te doen is," zei hij. Het was over achten, en naar gebruik behoorde ik al in bed te liggen. Maar mijn ouders leken daar niet aan te denken en ik zei natuurlijk niets.
    Even later wandelden we onze straat uit, richting Oude Hoofdstraat: de oude bochtige straat die sinds jaar en dag de belangrijkste van ons dorp was.
    In onze eigen straat was nergens iets van festiviteiten te bespeuren, en ik geloof ook niet dat er vlaggen waren uitgestoken. Maar vlak om de hoek van de Oude Hoofdstraat, bij het pleintje voor de bloemenwinkel van De Zaayer, hingen er twee uit, en hadden zich al wat mensen verzameld.
    Schuin tegenover dat pleintje, naast de oprit van de Oosterbrug over de rivier, had je café Boomer. Daar lag gedurende bijna de hele oorlog een peloton Duitse soldaten ingekwartierd. Ze zaten er nog, maar thans was het stil; geen der gelaarsde, mosgroene overwonnenen liet zich zien.
    Verscheidene buren en kennissen zag ik rondslenteren of met elkaar in gesprek. Mijn ouders wandelden soms naar hen toe en maakten met deze of gene een praatje. Ik bleef dan niet wachten en liep bij hen vandaan om zelf mijn plan te bepalen. Hier en daar werd gezongen en uitgelaten naar elkaar geroepen of met rood-wit-blauwe vlaggetjes gezwaaid. Het was duidelijk dat iedereen optimistisch was en opgelucht. Ikzelf voelde me na korte tijd al opgenomen in een aangename feestelijke roes. En dàt nog wel op een tijd waarop ik eigenlijk al in bed hoorde te liggen!
    Toch was het "bevrijdingsfeest" niet zo opwindend als ik had verwacht en ook gehoopt. Ik had afgelopen weken gedacht, dat als de bevrijding eenmaal een feit was, er overal in de straten muziek te horen zou zijn; màrsmuziek vooral, en er onophoudelijk optochten van verklede, feestelijk uitgedoste en dansende dorpsgenoten voorbij zouden trekken. Maar muziek had ik vandaag nog niet veel gehoord; wel klonk hier enig gezang op een hoek, een beetje magertjes tussen de gevels: "...Van de zilleverre vloot   v a n   S p a n j ü h ! ! "
    Het werd drukker. Ik stond dan hier, dan weer daar; de vriendjes zag ik niet, of die waren er niet. Af en toe bemerkte ik verwonderlijke dingen, mensen die elkaar zomaar op straat hartstochtelijk stonden te zoenen bijvoorbeeld. Of die zich aan de stoeprand uit een fles aan het volgieten waren. En vlakbij de bloemenwinkel zag ik de textielhandelaar die het afgelopen jaar regelmatig met tweedehands kleding bij ons aan de deur kwam, sterk gebukt staan over een heg. Plotseling schokschouderde hij met vieze geluiden, moest hij overgeven; meteen kropen een man en een vrouw die ik niet kende, giechelend uit de tuin erachter vandaan, onderwijl hun kleren nog wat in orde brengend. Dit bracht mij tot nadenken, maar tot een sluitende conclusie kwam ik niet. Alles wat ik zag gebeuren leek ongewoon, maar was tegelijk nogal vanzelfsprekend – alsof alles zo hoorde, en zelfs onontkoombaar was, zoals de meeste van de ontwikkelingen van de laatste maanden van de oorlog iets onontkoombaars en vanzelfsprekends hadden. –
    Verderop draaide reeds een polonaise rond van buurtgenoten met papieren hoedjes op. Die polonaise volgde een mij onbekende maar vrolijke man die een grote aangeklede pop op de schouders meedroeg. Het deed even denken aan de optochten van de kaalgeknipte vrouwen en de mannen met de scharen, ook al ging het daar in geen enkel geval met zang en dans gepaard... Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat die pop een vierkant zwart snorretje had en er een grote haarlok dwars over zijn bleke voorhoofd was geschilderd. Dat moest Hitler voorstellen begreep ik, dè verpersoonlijking van de oorlog immers bij iedereen. Hij had een armoedig jasje aan, twee met hooi volgepropte broekspijpen bungelden er onderuit.
    De pop werd om de haverklap aan mijn gezicht onttrokken door de inmiddels flink aangegroeide en steeds uitbundiger zingende, hossende menigte. Onwillekeurig was ik wat verder bij mijn ouders vandaan geraakt. Juist trok de dansende stoet opnieuw voorbij.
    Ineens zag ik mijn moeder in de rij meelopen; zij had beide handen gelegd op de schouders van een vrouw die ik niet kende, en maakte belachelijk grote stappen op de maat van het lied. "Kom ook!" riep zij me toe.
    Ik vond mijn moeder nogal uitbundig, maar verbaasde mij er ook niet al te veel over; er gebeurde immers zoveel vandaag. Maar ik had geen zin om mee te doen; ik liep wel naderbij om alles wat beter te kunnen zien.
    Maar op het moment dat mijn moeder weer in de massa verdween, zag ik vooraan een groot oranje schijnsel oplichten. De mensen weken lacherig vaneen tot een kring, en de polonaise kwam tot stilstand. Een gejuich steeg op. Ik zag dat men de Führer in brand had gestoken. De pop lag in felle vlammen op de grond in een plas benzine en werd van alle kanten geschopt. De vonken vlogen in het rond.
    Er bleek echter ook een ernstig meningsverschil te zijn ontstaan. Mijn vader ontwaarde ik in het middelpunt van een groep feestvierders bij de brandende pop, zijn verhitte gezicht verlicht door het flakkerend vuur. Hij stond heftig te gesticuleren. Toen ik dichterbij kwam, zag ik zijn gezichtsuitdrukking, vertrokken van kwaadheid. "Mensen mensen!" riep hij uit, "Waar zit jullie verstand! Al die Duitsers zitten nog in dat café hier! Als er eentje kwaad wordt en naar buiten komt! Ze hebben al die wapens nog!! Dit is toch lé-vens-gevaarlijk!!"
    Ik stond vooraan met koortsige wangen, trots dat het mijn vader weer eens was die in een zorgwekkende situatie ingreep; weer helemaal mijn kordate vader zoals ik hem had leren kennen tijdens de oorlogsjaren.
    Of er naar hem geluisterd werd, weet ik niet, maar het feest maakte de indruk meteen afgelopen te zijn. De verbrande Hitler scheen op een of andere wijze het einde van het gebeuren te markeren. Merkwaardige symboliek, waar ik toen natuurlijk nog niet aan dacht.
    Iedereen ging naar huis. Wij liepen alleen terug door onze schemerige straat. Feestvierders zag ik niet meer. Mijn vader leek flink in zijn wiek geschoten en mopperde voortdurend hoe stom het van die mensen was om vlakbij die Duitsers met die wapens... die polonaise... die pop... het Wilhelmus... Hij bleef maar doorgaan. – Het leek al met al een jammerlijke anticlimax van het feest, maar daar stond ik niet lang bij stil, inmiddels moe geworden door het late uur en alle enerverende indrukken die ik had opgedaan.
    Mijn moeder naast mij zweeg steeds. Een beetje schuldig leek het, misschien vanwege háár aandeel in de dansende optocht... Maar helemaal ongelijk geven kon ze vader toch ook niet, vond ik.

Toen ik eindelijk in bed lag, trokken in de duisternis de beelden van wat ik allemaal had beleefd, in een continue stroom aan me voorbij: de onbekende vrouwen met hun gemeniede haren, de huizen waar de mannen met de scharen binnendrongen, ruitjes kapotsloegen en wie weet wat nog meer, de dichtgekramde messteek in de arm van die jongen, de vlammen van de brandende pop, mijn ontstemde vader...

Twee dagen later stond ik tussen de dichte hagen van publiek langs de autoweg, om de Canadezen toe te juichen, die in dofgroene auto's, en voorzien van geallieerde chocola en sigaretten om uit te delen, langzaam voorbijkwamen, richting Alkmaar. De bevrijders, die al rijdende hun handen uit de raampjes hielden, zodat de uitgemergelde Hollanders die alle dankbaar en opgetogen konden aanraken...

De bevrijdingsdagen... Toch was het niet deze intocht die voor mij het einde van de oorlog markeerde. Veeleer andere belevingen: zoals de bizarre oploopjes met die kaalgeknipte vrouwen of de aanblik van de half trotse, half onverschillige jongeman met zijn steekwond en superieure lachje. Dat laatste leek wel een geheim teken, als ik erover nadacht. Zoiets als de allerlaatste verwonding die met de oorlog verband kon houden.

De weken erna hield mij dit alles nauwelijks meer bezig; de oorlog leek al heel spoedig een voorbije, afgesloten, scherp begrensde periode.
    Zelfs over de vele ontwikkelingen die zich nu aandienden omdat de wederopbouw van het land ter hand werd genomen en oude zaken weer langzaam hersteld werden, of het verschijnen van de allernieuwste rages die vanzelf ontstonden of uit Amerika kwamen overwaaien, dacht ik niet veel na; ook die hadden iets vanzelfsprekends.
    Dat achteraf bezien die bevrijdingsdagen toch heel eigenaardig en intrigerend bleken te zijn geweest, komt misschien wel juist door deze geleidelijke, vage en moeilijk te definiëren overgang erna.
    – En wat mij betreft heeft het natuurlijk evenzeer te maken met de jonge jaren. Met de jeugd, waarin men soms betrekkelijk onopvallende zaken juist als zeer belangrijk ervaart, en andersom.


Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
marcel via henk
Reactie gegeven door 88 - 21:55 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
ik ben ook lief, en hoop dat het blaasgruis van henkie na een stevige plas uit zijn pisbuis schiet, en hij weer normaal kan doen, plofkip roepen met het zweet op `t voorhoofd is zo not done, maar ik vergeef het wel, het nadruppelen neem ik op de koop toe..

88 via henk
Reactie gegeven door Marcel - 21:49 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
u is ontroerend sociaal, en idd ontzettend goed gemanierd

marcel via henk
Reactie gegeven door 88 - 21:47 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
ik ga voortaan ook slechts 1 zin uit zijn epistel plukken, helemaal niet lezen vind ik zielig, ik heb wl goede manieren :)

kakelende plofkip
Reactie gegeven door Marcel - 21:45 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Toch grappig Henk dat die ene zin veel beter is dan je hele verhaal

re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door 88 - 21:43 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ach ja, kakelende plofkip, jij zegt het.
Ieder ander zou me ermee beledigd kunnen hebben, maar jij niet, jij kan mij niet beledigen, gewoon omdat ik je helemaal niet serieus neem, gek he?

88
Reactie gegeven door Henk Gruys - 17:04 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Een kakelende plofkip kan het niet duidelijker stellen.

re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door 88 - 14:37 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
schrijversclubje?

Ik kan me voorstellen dat menigeen het koffieleutclubje in het buurthuis of bejaardensoos uit of thuis kent, daar zit altijd wel een stroopwafel of kletskop bij, en tandeloze oudjes krijgen een mariakaakje om mee te soppen.

Hier kent niemand elkaar in het echt vrees ik, en wandelen ego`s op een beeldscherm met behulp van hun rollator glorie uit van geweeste tijden, of onder invloed van pepmiddelen op doktersvoorschrift om mee hoger dan ze kunnen van de cybertoren te kunnen blazen..

Iedereen moet maar respect voor de ouderen hebben, maar hebben ouderen het ook voor de jongeren?

re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door evamaria - 14:03 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
In verhalen over oorlogssituaties wordt wel vaak opgemerkt - op allerlei manieren - dat zich een soort onafwendbaar noodlot lijkt te voltrekken.

ik begrijp je uitleg over het gemengde perspectief.

re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door Henk Gruys - 10:27 22-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik wil nog een paar opmerkingen maken.

Het verschil zit erin dat je daar elke maand bij elkaar in de kamer zat (en je hier eigenlijk niemand echt kent). Veel maakt dat niet uit, maar misschien toch iets.

Taalregels zijn inderdaad geen meningen, maar dat heb ik ook nergens beweerd.

Het ging voor mijn gevoel in de oorlog allemaal als vanzelf, net alsof alles zo hoorde. Waar dat merkwaardige gevoel vandaan kwam weet ik niet, maar het ws er.
Als jij je afvraagt wat het kind voelde, dat schreef ik dus: het leek allemaal vanzelf te gaan.

Dan de (schijnbare) tegenstelling kind/volwassene. Emoties van kinderen zijn in wezen niet
zoveel anders dan van volwassenen, daar ben ik van overtuigd. Het verschil zit erin dat volwassenen ze beredeneren en kinderen niet.

Als je het verhaal vertelt uitsluitend door de ogen van het kind krijg je een soort schoolopstel van een elfjarige, en dat was uiteraard niet de bedoeling. Ik heb dat proberen te voorkomen door het perspectief gemengd te maken. Je ziet z waar de ik-figuur de zaak bekijkt, en op andere plaatsen waar de vertelinstantie hem wat breder, volwassener, bekijkt.
Dit gemengd perspectief was nodig om het verhaal leesbaar te maken.

Bedankt voor je reactie(s).


re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door evamaria - 22:33 21-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Lt. is immers een soort schrijversclubje. Waar auteurs vragen om commentaar.
A. Er zijn wel regels/afspraken mbt taal. Dat zijn meest geen meningen.
B. Mbt andere zaken zijn het maar meningen. Bv. of iets geschrapt kan worden als overbodig. Enz. Dan is het altijd zo: de een zegt dit, de ander dat.

Mbt.
maar was tegelijk nogal vanzelfsprekend alsof alles zo hoorde, en zelfs onontkoombaar was, zoals de meeste van de ontwikkelingen van de laatste maanden van de oorlog iets onontkoombaars en vanzelfsprekends hadden. vind ik erg uitvoerig en wat wordt daar eigenlijk mee gezegd? Het zegt mij niet veel.---

het zegt natuurlijk wel iets --- ik vroeg mij hier wel af - hoe ervaart een kind - als toeschouwer - al die - soms ook griezelige - volgens de moeder ijselijke - (kaalknipperij) - gebeurtenissen?

Het lijkt mij erg moeilijk en nogal een uitdaging zoiets te beschrijven.

Voelt zo'n kind: het is ongewoon maar het hoort kennelijk zo? Want de volwassenen doen zo. Ja, dat lijkt mij een duidelijke beschrijving.

Maar denkt het: die ongewone gebeurtenissen zijn onontkoombaar en vanzelfsprekend?

En denkt dat kind ook over de meeste ontwikkelingen van de laatste maanden van de oorlog: die hebben iets onontkoombaars en vanzelfsprekends? Dit lijkt mij meer wat een volwassene later denkt. Of volwassenen zeggen dat tegen het kind?

De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door Henk Gruys - 11:42 20-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik weet niet of ik iets van je suggesties zal overnemen. Misschien. Dat laat ik nog even betijen.
Sommige voorstellen zijn trouwens een kwestie van keuze. Je kunt voor het ene of voor het andere kiezen.
Schrappen in een kant-en-klaar verhaal is een hl delicate aangelegenheid, en korter is niet altijd beter.
Een aantal van je wijzigingen verstoren het ritme; let je daar ook op? Weer andere vind ik ronduit lelijk.

Het is uiteraard "alleen maar jouw mening" zoals je ook aangeeft, maar meningen zijn er ng wel tien, en deze vond je toch belangrijk genoeg om mij te laten weten.
En daar is natuurlijk niets verkeerd aan.

Ik heb ooit in een schrijversclubje gezeten, en daar had je dit soort aanmerkingen volop. Als de een zei dat het te veel was, zei de ander dat het juist goed was. Als de een vond dat er een komma moest staan, zei een ander dat dat nu net niet moest. Als de een zei "inmiddels", dan zei de ander "intussen". Er was echt geen beginnen aan.

Met groet, Henk

re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door evamaria - 17:12 19-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Met belangstelling gelezen. Interessant verhaal.
Ik noem hier wat zaken die mij opvielen in de beschrijving maar dat is alleen maar mijn mening.

meer in het algemeen dan dat het een antwoord op mijn vraag was,- vind ik niet fraai.

in aansluiting erop - vind ik te omslachtig, kan alleen: ook

Maar mijn ouders leken daar niet aan te denken en ik zei natuurlijk niets.- vind ik overbodig.

maar was tegelijk nogal vanzelfsprekend alsof alles zo hoorde, en zelfs onontkoombaar was, zoals de meeste van de ontwikkelingen van de laatste maanden van de oorlog iets onontkoombaars en vanzelfsprekends hadden. vind ik erg uitvoerig en wat wordt daar eigenlijk mee gezegd? Het zegt mij niet veel.

mij onbekende maar vrolijke man - waarom hier: maar?

d verpersoonlijking van de oorlog immers bij iedereen.- vind ik overbodig.

Hollanders die alle dankbaar - alle: vind ik overbodig

spoedig een voorbije, afgesloten, scherp begrensde periode.
- voorbije vind ik overbodig.

re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door DiotheCilany - 18:18 18-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
De hoeveelheid werk is bewonderenswaardig.

re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door Henk Gruys - 10:08 18-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Nee, over Fred kan ik je weinig meer vertellen, want die speelde in dit verhaal verder geen rol meer.

Leuk dat je het hebt gelezen, 88, en bedankt voor je reactie.

re: De Vijfde Mei (slot)
Reactie gegeven door 88 - 09:15 18-04-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
ik stond vooraan met koortsige waNgen..

Wat er van Fred is gekomen gaan we niet meemaken he? Poeh.. helemaal uitgelezen, ikke he.. `t is toch wat?


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287