Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: me too (...Erik Le...
re: Witgepoe...evamaria
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...Diddy
re: Schijn e...thomas ...
re: Schijn e...Marcel
re: me too (...evamaria
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Claudel...
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Schijn en zijnDiddy
Anti-Kerst R...milou
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
 Meer gedichten
Nonchalance - (slot)
 Henk Gruys - 09:30 18-03-2015 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

                    Nonchalance - (slot)


Een onzichtbaar iemand met een bekakte stem in de buurt van de deur riep boven de herrie uit: "Geen kotspak aan de kapstok?" – Die had zeker in dat taalboek van Battus gelezen. Alsof deze flauwiteit typerend was voor het niveau van de avond, sprongen Job, Dorrestijn, Sok en de Reuzenpit met grote sprongen de trap af.
    Ik ging volgen op gepaste afstand. Ook anderen sloten zich aan, zonder dat het overigens een hele uittocht werd. Zo onopvallend mogelijk drong ik weer, toen we op straat waren, tot de voorste gelederen met Job door.
    Dat gaat naar de kroeg toe, dacht ik. Maar dit leek vooralsnog onduidelijk. Het begon lauw te spatregenen. We liepen met ons achten of tienen, waaronder twee spaghettivrouwen, door de licht vochtige straat, marcherend in de maat, daarbij luide boeren latend. Ik merkte dat ik een champagnefluit vol jenever in mijn hand hield.
    De meesten van de groep leken al behoorlijk bezopen, maar dat stond hen een ijverig en strak marstempo niet in de weg.
    Toch gingen we niet naar een taplokaal in de oude binnenstad en zelfs niet naar onze vertrouwde soos aan de overkant. We staken grachten over, klosten lawaaierig over stenen bruggetjes en sloegen een paar hoeken om. Er werd geroepen tegen voorbijgangers en vooral gelachen om volstrekt onbegrijpelijke zaken. Job vooraan, gaf steeds tempo en richting van de parade aan.
    In een volgende straat zette ik haastig mijn lege glas in een raamkozijn en holde terug naar de groep. Tegelijk zag ik de Reuzenpit, die zich eerder had laten afzakken, weer voorbijkomen op een paarse damesfiets met oranje vlaggetjes erlangs, zijn dikke witte broekspijpen gebogen onder het stuur. Sok stond op de bagagedrager, de rug gekromd, zijn handen op de schouders van de fietsendief. Ze reden de juichende groep voorbij en zwenkten vervaarlijk scheef de eerste de beste zijstraat in.
    Waar gingen we naartoe? Ik wist het nog steeds niet. Toch leek men een vast doel voor ogen te hebben. Job dirigeerde ons onmerkbaar, straat in straat uit, steeg in steeg uit. Zoals hij alles onmerkbaar leek te doen – en van de ingenomen drank was bij hem zoals gewoonlijk niets te bespeuren. Hij scheen op zeker moment zelfs in zwaar dispuut gewikkeld met een tweedejaars medicijnen, een droog figuur die Philippus van zijn voor- of achternaam heette.
    We bereikten via een steegje het Kerksplein. De regen was opgehouden. Voor het godshuis reed de Reuzenpit rondjes op zijn opoefiets, maar Rimsky-Korsakov had hij onderweg zeker verloren, want die zag ik nergens. En misschien was er inderdaad iets afgesproken, want we gingen zonder omslag naar de hervormde kerk, stampten de blauwstenen stoep op en gingen naar binnen.
    In de kerk marcheerden we eerst nog tussen de banken door, maar toen dat ging vervelen, leidde de polonaise ons via een zijdeur naar het vertrek met torentrap. Daar stuitten we op de koster, die bezig was met kaarsen, en verschrikt bezwerend: "Heren, heren!" riep. Dat had natuurlijk niet het minste effect, en we liepen hem gewoon voorbij. – Wij, de generatie immers waar de hele toekomst van ons land van afhing, – men moest van hen wat kunnen verdragen. –
    Ik deed nog wel mee, maar kreeg angst in het hart voor wat komen ging – geplaagd als ik nu eenmaal word door hoogtevrees. Maar ik wilde mij, ook omdat Job erbij was, niet laten kennen.
    Er kwam geen einde aan de donkere smalle trap en ons gestommel. We waren minder luidruchtig dan buiten, al zongen er nog een paar studentenwijzen. Het gekke was dat ik steeds moest denken aan alpinopetten, zomaar. Ik zag ze ook voor me, donkerblauwe, Franse, met zo'n steeltje bovenop. Hoe kwam ik hierbij? Door het amechtig klimmen, bergbeklimmen, de Alpen? Ik raakte de gedachte weer kwijt toen we steeds hoger kwamen en de bronzen kerkklok van een meter doorsnee passeerden. Ik zag het luidtouw door een vierkant gat in de vermolmde zoldervloer omlaag hangen.
    De voorsten openden nu het deurtje naar de torenomloop. Hier hernam de vrolijke polonaise zijn gang, maar ikzelf hield mij, duizelig als ik was, zoveel mogelijk verwijderd van het hekje met de afgrond. Het uitzicht was vrijelijk over pannendaken, grijze cementgevels, volle zomerse bomen en grachtjes met hun bruggetjes en steegjes. De hele topografie van de antieke stadswijk was eraan af te lezen, en ik werd er draaierig van. De anderen schenen daar niet de minste last van te hebben; vier man leegden op de omloop onbekommerd hun volgelopen blaas, naast elkaar over het hekje. "Wèl met de wind mee, hè," hoorde ik Dorrestijn roepen, wel drie keer achtereen volgens mij. De meisjes lagen slap van het lachen tegen elkaar en tegen de wijzerplaat van de klok. De zon begon ook weer te schijnen, opeens, laag over de stad.
    Job, onaantastbaar als altijd, scheen alles wat om hem heen gebeurde minder relevant te achten. Hij reikte mij zijn jasje aan. Ik voelde mij op het moment verrassend helder en nauwelijks meer dronken. Ik zag dat ze het ruige touw van de klok hadden meegenomen. Job wikkelde het hele bos om zijn arm, misschien wel een meter of dertig. De anderen riepen ondertussen van alles, moedigden hem aan en sloegen hem op de schouders. De vrouwen applaudisseerden, leken hem te willen zoenen.
    Ik zag dat hij het uiteinde van het touw aan het hekje had geknoopt. En dat hij vervolgens het hele bos er als een lasso overheen wierp. Toen stapte hij kalm, en inwendig fluitend als altijd, langs het touw over de reling. Het swingde nog steeds bij hem; die houding had hem geen seconde verlaten. Nu liet hij zich achteloos aan het touw naar beneden zakken, als een alpinist langs een bergwand, met zijn voeten op de torenmuur. Ik zag hem niet meer van de plaats waar ik stond, maar de dikke knoop aan het hek was steeds in beweging.
    Op dat moment schoot me te binnen dat een alpino ook wel studentenpet werd genoemd. En zo dacht ik juist dit raadsel naar tevredenheid te hebben opgelost, toen een meisje een snerpende gil slaakte waar geen einde aan leek te komen.
    In het groepje bij de reling brak paniek uit. Sommigen wilden wegrennen zonder te weten waarheen, en sloegen in ontzetting hun handen voor het gezicht om niets meer te hoeven zien. Ik zag de Reuzenpit in zijn witte pak aan het hek een breed bezwerend gebaar maken, alsof hij iets religieus openbaarde. Hier en daar huilde men en iemand had zijn armen om een ander heen geslagen.
    – Job bleek naar beneden te zijn gevallen, met touw en al, zeker van twintig meter hoogte. Hij had die knoop met zijn bekende zorgeloosheid of wellicht automatisch rekenend op zijn gelukkig gesternte, er veel te losjes in gelegd en dat was hem noodlottig geworden. Hij lag met een verpletterde schedel beneden op het klinkerstraatje.
    Zo vertrouwd was ik inmiddels met zijn zorgeloze levenshouding, dat ik me de volgende tijd niet kon vrijmaken van het idee dat hij tijdens de val, liggend, nog comfortabel één hand onder zijn hoofd had gehouden alsof hij nog over zijn toekomst nadacht. Of dat hij, op weg naar zijn einde, de koster met de kaarsen voorbijscherend, nog even een komische grimas had getrokken. Als hij zich tegenover het leven zo luchtig opstelde, waarom dan niet tegenover de dood? –

Ik heb me nog dikwijls afgevraagd of ik zijn ongeluk niet had kunnen voorkomen door hem op het gevaar van zijn escapade te wijzen. Of door op z'n minst het touw en de knoop te controleren. Maar dan zou hij mijn bezwaren glimlachend van de hand hebben gewezen.
    – Maar ik had het niet eens geprobeerd... Misschien als ik wat minder had gedronken... misschien dan, misschien ja...
    Op het fatale moment stond ik slechts dom, met zijn mooie jasje nog in mijn hand, met knikkende knieën op de torenomloop tussen de schreeuwende en snikkende anderen.

Ik ben niet naar hem wezen kijken toen hij in de aula opgebaard stond, in gesloten kist. –
    Lauwhartigheid of zelfs verraad? Was de bewondering voor zijn persoon dan niet meer geweest dan een vluchtige illusie? Een droombeeld over een geïdealiseerd personage?..
    Maar het was geen gebrek aan moed of wegschuilen; een week eerder had ik in de krant een door een professor geschreven stuk gezien met de weinig hoopgevende kop: "De dood is een tamelijk morsige aangelegenheid."
    – Daar moest ik steeds aan denken, tot de dag van de teraardebestelling toe.
    En ik vond het enige eerbetoon dat ik hem kon geven: het beeld zoals ik dat van hem had opgebouwd, zo weinig mogelijk te laten besmeuren door zo'n stom en onsmakelijk ongeluk.

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
ingrid via henk
Reactie gegeven door 88 - 08:48 26-03-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Joh, wie ben jij om te beoordelen dat Henk hier niet thuishoort? Hij deelt hier al wat jaartjes zijn teksten en laat anderen al dan niet vrolijk toe het van commentaar te voorzien, en weet ter verdediging stevig uit de hoek te komen ook als het moet, en ook doet.

re: Nonchalance - (slot)
Reactie gegeven door 88 - 13:16 24-03-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
oeps sorry Henk, ik dacht dat ik reageerde op de pagina van een van de dames, haal maar weg als het je stoort :(

re: Nonchalance - (slot)
Reactie gegeven door 88 - 13:02 24-03-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
http://www.lettertempel.nl/gedicht?storyid=24642

het begin van mijn poging tot feuilleton


re: Nonchalance - (slot)
Reactie gegeven door 88 - 18:41 23-03-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
hihi.. grappig, hiero reclame maken voor een andere dichterspagina, je moet er maar opkomen ..



Aan Ingrid
Reactie gegeven door Henk Gruys - 17:10 23-03-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ik heb niet zo'n probleem met Lettertempel, hoor. (Sommigen met mij misschien).

Schrijverspunt.nl kan ik wel eens bekijken want dat ken ik niet, maar bij Literair Werk heb ik ooit een kort verhaal (De Toren) gepubliceerd.
Helaas hebben ze daar dat gedoe met die vlaggetjes ingesteld, dwars door je tekst heen, wat m.i. erg storend is.
Ik heb ze toen gevraagd of ze dat niet facultatief wilden maken. Maar nee! wat denk je wel. Dat beviel mij niet, en daarna is het bij n verhaal gebleven.
Met dank voor je tip en gegroet van Henk.

re: Nonchalance - (slot)
Reactie gegeven door 88 - 16:06 18-03-2015 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Als jij aan de geestverruimende middelen zat, dan zou ik zeggen, moet je vaker doen, het was een lang verhaal, ik heb mezelf gedwongen om het uit te lezen, kon er weliswaar geen touw aan vastknopen, maar dat hoeft ook niet, er stond bij dat het ` slot` was, nou, dan ben ik haantje de voorste hoor, heerlijk !

Ambachtelijk groetje van je 88


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287