Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
re: Een blij...coolbur...
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...DiotheC...
re: Poes Alm...Marcel
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Marcel
re: Poes Alm...Diddy
re: Een blij...Henk Gruys
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
 Meer gedichten
De Baby - Afl. 1 van 2
 Henk Gruys - 09:47 18-02-2015 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

De Baby - Afl. 1 van 2



Die middag had Tanya aan het postkantoor een pakketje af te geven voor haar ouders in Denemarken; daarna zouden we een antieke staartklok die bij een klokkenmaker in reparatie was, ophalen.
    Je kon deze dag misschien een bijzondere noemen. We hebben drukke werktijden die zelden parallel lopen, maar vanmiddag zouden we weer eens samen kunnen zijn.
    In andere omstandigheden zou ik daar genoeglijk naar hebben uitgezien... Als het maar niet zo onbehoorlijk warm was geweest... Al meer dan een maand was het zo heet dat iedereen naar de omslag snàkte. In de stad, tussen de gebouwen, leek de temperatuur nog extra op te lopen, met het gesmolten asfalt in de straten dat overal lag te stinken. Op radio en tv sprak men van gebroken records en ophanden zijnde klimaatveranderingen, – die mogelijk zelfs bedreigend waren voor de mensheid.
    Omdat ik van huis uit niet tegen de warmte kan en het in het postkantoor vaak benauwd en druk is, spraken we af dat ik verderop zou wachten, onder de bomen van het plantsoen.
    Ik ging op een bank zitten aan de straatkant. Dat was niet de enige plaats met schaduw, maar bij de bomen aan de andere kant van het parkje had ik geen overzicht als zij terugkwam. Het was er verre van koel, maar in de zon was het helemaal niet te harden.
    Ik begon op dat bankje dadelijk te denken aan de roman waarmee ik bezig was. Die wilde niet erg vlotten; de ontwikkelingen die ik had bedacht liepen vast als karrewielen in het zand. Ik zat er al dagen mee in een impasse, had verscheidene oplossingen overwogen; het inlassen van nieuwe hoofdstukken, of er juist een paar schrappen. Of extra personages invoeren, minstens twee... Maar een en ander zou extra werk betekenen waar ik niet op had gerekend en eigenlijk ook geen zin in had. Want behalve ongedurig van aard ben ik tamelijk lui en kan me niet lang concentreren.
    Voor het opschrijven van mogelijkheden en invallen was het nogal nadelig dat ik geen pen meegenomen had en een notitieboekje. Dit "schrijven zonder pen" beviel me maar matig. Ik staarde steeds vaker om me heen. Dat ik uit de omgeving inspiratie zou putten, leek onwaarschijnlijk; het park aan de rand waarvan ik zat had niets meer van een lusthof waar de wind door het gebladerte ruist, en waar het geurt naar vers gemaaid gras. De natuur had zwaar te lijden; de struikjes naast me waren verdroogd en bewogen nauwelijks nog in de zwakke wind, het gazon zag geler dan hooi op het veld en van de rozen langs de kant waren alle bloemblaadjes neergedwarreld.
    Ik keek naar de overkant van de brede straat waar ik zat, waar wat verderop een zijstraat aansloot, beginnend met een brede korte brug met ijzeren leuninkjes. Het was daar rommelig; maar dat was de hele stad eigenlijk. Ik zag overal lelijke huizen en gebouwen, met daarachter de eeuwige brokkelrand van de stadscontour. De grachtenloop, die begon bij die zijstraat en waarin twee waterige uitlopers zich aanboden, verloor zich al gauw in het niets en de straten daar liepen ook al direct uit mijn blikveld weg.
    Telkens keek ik richting postkantoor of Tanya er nog niet aankwam. Het duurde alweer langer dan ik wilde; de posterijen werkten door de warmte zeker extra traag. Ik had een wondje aan mijn onderlip waarop ik beet, en begon mij ernstig te vervelen. Regelmatig keek ik om mij heen of bepaalde mijn aandacht tot de mussen en spreeuwen die met de kopjes omlaag voor mijn schoenen naar kruimeltjes pikten en stukjes opvlogen als ik mijn benen verroerde.
    Aan de overkant, geheel links, was nog net iets van het zandstenen postkantoor te ontwaren en dan naar de brug toe stonden een paar hoge huizen met bovenverdiepingen, van een soort bouw die men gewoonlijk in provinciestadjes aantreft. Ervoor stonden twee vuilnisvaten; het afval puilde er aan alle kanten uit. Iets dichterbij was een souvenirwinkeltje met rekken ansichtkaarten buiten. Dat pandje was een hoekhuis, tamelijk smal en hoog, met een scheefgezakt houten raam erin aan de zijkant. Alles was er trouwens scheef aan; je zou denken dat de grijswitte voorpui ieder moment in een stofwolk kon instorten. Een etalage kon ik niet ontdekken, alleen een deur die openstond, met ernaast een klein venster met een zonnescherm erboven. Ik had het vermoeden dat er ondanks alle verval boven de winkel werd gewoond. Vervolgens naar rechts een mager plantsoentje op de hoek, waar zich een andere zijstraat opende, en daar weer voorbij het politiebureau, een massief pand uit de vorige eeuw, lichtgrijs met zwart pannendak en een donker bronzen standbeeld ervoor, een plastiek met ronde vormen, waarvan men, ook na ampel bestuderen, geen idee heeft wat het voorstelt.
    Ik zat in telkens andere houdingen en dacht aan de zaken die ik de afgelopen dagen had vernomen, de smog, de stank en de zure walm van duizenden motoruitlaten, die het ademen voor longlijders verstikkend maakte. En het stadsbestuur, dat maatregelen had afgekondigd, dat op even dagen alleen auto's met even nummers en op oneven dagen auto's met oneven nummers mochten rijden. Zodat wij vandaag hier met de auto naartoe konden komen.
    Bij het politiebureau liepen steeds motoragenten in en uit, witte helm op en witte handschoenen aan. Men moest hen bewonderen om deze uitmonstering in volle zon, maar ze schenen er zich niet om te bekreunen. Voor het kaartenwinkeltje stond al de hele tijd onbeheerd een kinderwagen met wit-grijze zijkanten.
    Er gebeurde niets en ik begon mij weer met mijn roman bezig te houden, al was ik niet erg aandachtig. Toen ik opkeek zag ik boven mij een dompige wolk komen aandrijven, met de kleur van vlekkerig pakpapier. Regen op komst? Onweer leek niet waarschijnlijk. Misschien even spetteren, maar als verfrissing van nul en generlei waarde. – En inderdaad, daar brak de zon alweer door.
    Het stadsgewoel over de zijgracht trok lawaaierig over de brug. – En het was nog niet eens spitsuur. – Daarentegen was het in de straat waaraan ik zat niet druk. Al die tijd was er niemand aan mijn bankje voorbijgekomen. Ik begon al mijn zakken na te zoeken of er niet een verdwaalde pen in zat, maar helaas.
    – Toen ik weer opkeek zag ik schuin achter het postkantoor een roodwitte luchtballon opstijgen, zo groot als ik niet vaak had gezien. Mogelijk kwam hij uit het stadspark erachter, waarvan alleen de hoogste boomtoppen boven alles uitstaken. Hij dreef een stukje weg, reusachtig en bol, daalde weer, zakte toen nog wat en verdween achter een paar gebouwen. Daarna zag ik hem niet meer; zodat ik mij afvroeg of hij soms defect was; het ventiel lek, de balast slecht verdeeld. Hopelijk was niet de sleepkabel ergens achter blijven hangen of het mandje losgeschoten aan één kant. Nu ja dan maar niet naar zon en sterren, – ook nergens voor nodig. Het scheen dat niemand anders de ballon had opgemerkt.
    Rechts, tegenover het politiebureau hadden een paar gemeentewerkers naast een hoop zand een grauwlinnen tentje opgezet. Ik zag niemand graven of met gasvlammen in de weer, maar na korte tijd werd een arm door een kier gestoken en een roodwit vlaggetje op de top van de tent geprikt.
    Hierdoor zou men op het idee kunnen komen dat de roodwitte ballon en dat vlaggetje wat met elkaar te maken hadden. Al kon zoiets slechts opkomen bij iemand die zich met schrijven bezighoudt, omdat schrijvers er ten onrechte van uitgaan dat alles met alles te maken heeft.
    Ik zuchtte, trommelde met mijn vingers op de bank en staarde voor me uit. Er passeerde aan de overkant af en toe een auto en er liep een enkele voetganger voorbij.
    – Uit het ansichtenwinkeltje kwam een jonge vrouw. Gebruind door de zon was zij en ook tamelijk lang; ze moest bukken voor het zonnescherm. Tegelijk zag ik uit het bureau een kleine motoragent komen, compleet met helm en handschoenen.
    Om een of andere reden moest ik naar die twee kijken of ze belangrijker waren dan anderen. De vrouw liep niet door, leek in gedachten verzonken, bekeek de ansichtkaarten, maar niet of ze er een nodig had; eerder vluchtig en verstrooid. Ze had een blouse aan van lichtblauwe stof, en het was opvallend dat die zo glansde in de zon. Misschien was het satinet, – maar ik heb van stoffen weinig verstand.
(Wordt vervolgd met nog 1 aflevering).


Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren

De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287