Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: WeetjeDiddy
re: Dienstma...Diddy
re: Dienstma...Marcel
re: uilegDiddy
re: Kon ik a...Marcel
DiddyDiotheC...
re: Kon ik a...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: Blind ge...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiddy
MarcelDiotheC...
dioMarcel
DiddyDiotheC...
re: ik ben doodDiddy
re: Witgepoe...Diddy
re: me too (...Diddy
re: Eerste s...Diddy
re: Marcel e...milou
re: me too (...Erik Le...
re: pure lie...Diddy
re: uilegDiddy
re: uilegDiotheC...
re: uilegDiddy
re: uilegMarcel
re: Een blij...coolbur...
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...Diddy
re: Poes Alm...DiotheC...
re: Poes Alm...Marcel
re: Een blij...Diddy
re: Een blij...Marcel
re: Poes Alm...Diddy
re: Een blij...Henk Gruys
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Dienstmaagd ...DiotheC...
Witgepoederd milou
me too (Droo...Erik Le...
Blind getrou...Claudel...
uilegDiotheC...
Poes AlmachtigDiddy
De behangerHanny v...
Zalig kerstb...coolbur...
Een blijde b...coolbur...
luiken dichtDiddy
DroomdichtMarcel
Eerste sneeuwmilou
loeneErik Le...
De vermoorde...Claudel...
vruchteloosDiotheC...
over de volg...Erik Le...
Tussen mensencoolbur...
In bewerkingDiddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
 Meer gedichten
De Betovering - Afl. 1 van 2
 Henk Gruys - 21:44 25-08-2013 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

De Betovering


HASPAR kwam met de krant uit de wc en veegde het zweet van zijn gezicht. Hij wierp zijn nieuwsblad op de ijskast en ging voor het keukenraam aan zijn nagels pulken, nog steeds in hoogst ongewone gedachten verzonken. Het was snikheet en toch zeer donker weer. "Iedereen in deze buurt heeft zijn huis verlaten," mompelde hij, "wat een rare atmosfeer, ben ik soms krankzinnig aan het worden?"
    Hij veegde zijn vingers af aan de kopjesdoek, maar bleef in gepeins, zijn ogen telkens voor enige seconden toeknijpend tegen het grauwe hemellicht. Ik lijd misschien wel aan een ziekte waar nog geen naam voor is, dacht hij.
    Toen na een poosje zijn hart minder bonsde, liep hij zijn kale, lege huiskamer binnen. Onwillig ging hij voor het voorraam staan. Alles, straat en huizen aan de overkant waren al bijna schemerig en volstrekt zonder kleuren.
    Na enige tijd leken hem de cyclamens in de vensterbank enigszins te roken en de bladeren te gloeien aan de randen. – Is dit nog normaal, dacht hij. Hij haalde voor de zekerheid de gieter uit de muurkast en verdronk de beschimmelde aarde overvloedig.
    Een metalig geratel op straat deed hem opzien. Hij zette zijn gieter op de vloer en verborg zich achter het gordijn; meteen kromp het geluid in tot het kletteren van stalen wieltjes over steen. Daar was aan de overkant zijn nichtje Eline op rolschaatsen verschenen, in gezelschap van twee vriendinnen. Zij kwamen overrompelend om de hoek van de poortvormige zijgang, alledrie met lange benen onder korte witte jurkjes uit. Ze hadden pikzwart afgetekende ogen, die ze om beurten dicht deden alsof ze iets exquis proefden. Bij een boom hielden zij halt, cirkelden eromheen met hoekige gebaren, als bang om te vallen, zich te bezeren aan de ruwe belegging van de stoepen. Haspars handen leken kwallen die zich aan zijn broekzakken vastzogen. De hele omgeving scheen verstard; het huis, de donkere straat bewegingloos; zijn huid voelde als gloeiend. Hij was even volkomen zonder bijgedachten, ademloos. Plots hurkte Eline bevallig neer om haar schaatsriemen vast te snoeren. Alles leek nu vertraagd te verlopen, gefixeerd, geluidloos en eeuwig.
    Maar al te gauw keerden de rijdsters om, vlogen de duistere doorgang weer in en weg.
    Dit was, dacht hij, een heel bijzonder intermezzo; maatgevend voor wat nog komen kan? Dat gedruis was ook al zo plotseling, hoe komt dat... Achter hem op de schoorsteenmantel verdreef de pendule de stilte met vijf pingen, dof alsof de eenzame klank door de genadeloze hitte werd gedempt.
    Het werd weer stervensstil en nog donkerder. Misschien komt er straks wel onweer, dacht hij, met zo'n tropische regenvloed. "Dat valt in ieder geval te hopen." – Maar voorlopig leek er van natuurgeweld nog geen sprake.
    Al de hele tijd veroorzaakte de hitte hinderlijke jeuk aan zijn slapen. En opnieuw werd zijn stemming uitermate mat. "Zoals ik hier sta met dat krijtwitte gezicht, het moet lijken op een spook. Met dit wanstaltig gelaat en afstotende lidtekens. Nee, dat is beslist geen prettige gedachte." Hij kon een snik nauwelijks onderdrukken.
    Nog enige minuten bleef hij aan het raam, met starende ogen, zonder dat er veel anders doordrong dan de grauwe vlakken van zijn omgeving. Zijn onrust en afkeer naderden meer en meer een grens. Ineens verliet hij zacht vloekend de kamer en beende de huisgang in. Het was er verstikkend. Hij trok met een dubbele klik de voordeur open en stapte de straat op. Het gaf de sensatie of hij onverwacht een stoombad onderging.
    Zo duister was het, dat het wel avond leek. De stad om hem heen leek scheef te hangen, de inhoud ervan naar één kant gegleden. Vooral de hogere panden op de hoeken leunden duidelijk op elkaar en leken zwart en angstig te wachten op het naderend noodlot. "Ik vlucht om aan het ongeluk te ontkomen," zei hij zacht nadat hij zijn deur met een dubbele klik in het slot had getrokken.
    Bij een rijtjeshuis aan de overkant, even levenloos als het zijne, belde hij aan, en een sombere bimbamgalm vulde de gang. Na precies een seconde werd hij opengetrokken door een dikke vrouw van middelbare leeftijd die zo te zien drie roze jurken over elkaar aan had.
    "Dag tante!!" Hij trad meteen over de drempel. "Tijd geleden," zei de vrouw vermoeid, zonder hem aan te zien. Ze had een walm van armoedig zweet om zich heen.
    In de bloedwarme kamer waarin hij binnenging, stonden heel wat stoelen van allerlei vorm en grootte, doch weinig ander meubilair. Veel was er niet te onderscheiden in de schemering.
    Maar zijn ogen gewenden en hij zag halverwege de schim van een meisje van een jaar of zeventien, dat hij niet kende, zitten in een leunstoel, haar roze benen hoog opgetrokken. Vooral haar gelaat was een baken in het halfdonker.
    De tante had inmiddels in een schoolbankje plaatsgenomen waarop een handnaaimachine stond naast een hoop textiel. "Die daar is Ranja," zei ze en wees achteloos zonder van haar werk op te kijken. Het onbekende meisje zweeg, maar keek onafgebroken naar hem, pulkend aan een korstje op haar knie.
    Het ruikt hier naar bessesap, dacht Haspar, bosbessen op een warme meisjeshuid. Zo ruikt dat precies. Komt het van haar? Waar herinnert het aan?
    Hij zette zich in een crapeautje. "Kees er niet?"
    "Komt zo!" – Het meisje Ranja bleef kijken, knipperend met haar ogen en tuitend met de lippen. Maar hij negeerde haar signalen.
    "Doe geen moeite," zei tante tot haar, "hij is zo hard als staal!" Zij keek nauwelijks op, hield ter inspectie een reusachtige doek in de hoogte, die een roodwitblauwe vlag bleek te zijn en trok amechtig een rijgdraad uit het weefsel. – Ik ben werkelijk debiel aan het worden, dacht Haspar, wat een flauwekul allemaal.
    Er stak buiten een middagwind op, die een gedruis op het achterommetje veroorzaakte. Hij zag dat de tuindeuren op een kier stonden; vandaar dit bovenmatig geritsel.
    Hierop klonk ook enig gerucht in een achterhoek van het vertrek. Een oude man met grijze baard tot op zijn dijen veroorzaakte het sissend en blazend gelurk, als kostte het ontwaken hem bijzonder veel ongemak. – Hem heb ik nog nooit gezien, dacht Haspar, wie is dat?
    Tante sprong direct op en liep op de oude toe. Onderwijl begon zij het bovenste deel van haar drie roze jurken los te knopen. "'t Is hier bloedheet," klaagde zij. "Echt niet normaal." – Meer gegeneerd dan kuis keek Haspar een andere kant op.
    Het meisje Ranja begon allerlei grimassen tegen hem te trekken, als zat zij in een dubbelzinnig complot met de tante. Maar zij interesseerde hem niet zeer. Tante had inmiddels haar bovenkleren afgegooid en gaf de grijsaard de enorme, slappe borst. – Is dit nog wel gewoon, dacht Haspar, in wat voor onzin ben ik terechtgekomen?
    Voornamelijk om zijn passieve houding wat te rechtvaardigen, meer dan omdat hij roken wilde, stak hij zich een sigaret tussen de lippen. Terwijl de vlam van zijn aansteker opflakkerde, waren de ogen van Ranja erop gericht of ze het vuur wel wilde opeten. Uit de hoek van de kamer klonk voortdurend het gezuig en gesmak van de oude. Ranja maakte obscene gebaren in die richting, haar omlijnde ogen vast op Haspar gericht, maar hij deed of hij het niet zag. Hoe moet dit eindigen, dacht hij, deze komedianterie. – Zoals vaker bespeurde hij weer muziek in zijn hoofd, zonder te weten wat er werd gespeeld. Toen leek het of er iets overkookte tussen zijn oren, en hield het op. Het had te kort geduurd om echt belangrijk te worden.
    Tante met haar lichaamsbehoeften zat nog steeds op haar dikke knieën voor de oude. Ranja liet Haspar ondertussen allerlei plekjes van haar lichaam zien, alsof ze die te koop wilde aanbieden. Zo toonde ze de achterkant van haar benen, een blote schouder, halve tepelpunt, haar navel en deed ze haar bloemenbroekje iets opzij. Maar hij schudde het hoofd, alsof hij in een winkel was en totaal niets van zijn gading kon vinden. – Zij moet behoorlijk geschift wezen, zei hij bij zichzelf, BEHOORLIJK... Ik doe beter om geen aandacht te besteden aan dat halfgaar wicht met haar kroezel.
    Het meisje blies plotseling: "pfff pffff" van hitte, wuifde zich met slappe hand koelte toe. Zij had een wijde mond en een grote platte bos vèr uitstaand blond haar. Nu ging zij uitdagend voor hem staan en begon ijverig haar bovenkleedje te ontknopen.
Wordt vervolgd met nog één aflevering).

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren

De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287