Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
nog, als roz...Diddy
Kijk niet zocoolbur...
geluktDiddy
ROMEErik Le...
Le Clo-cloch...Claudel...
koortsDiddy
profetieDiddy
Zonnige tochtDiddy
Kerst Anno NuHanny v...
Les petits d...Claudel...
De gordijnen...Marcel
Erik trekt e...Erik Le...
warme kerstthomas ...
LilliputtersClaudel...
bokkemanDiddy
het komt wel...DiotheC...
terugDiddy
Het rad van ...Stanislaus
UitgeraasdMarcel
alles maal nietErik Le...
MussenprotestHanny v...
Oké bedankt...Diddy
op het nacht...Diddy
pure liefde;...DiotheC...
De Fotografe...Henk Gruys
 Meer gedichten
Over eigennamen in verhalen en romans
 Henk Gruys - 17:45 05-06-2013 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

Over eigennamen in verhalen en romans


NAMEN in verhalen en romans zijn veel belangrijker dan vaak wordt gedacht. Niet alleen kan het personage door een naam worden getypeerd, hij kan bij de lezer ook een   b e e l d   oproepen van degene waarover het gaat, – hoe hij eruit ziet, hoe zijn manier van spreken is, zijn motoriek e.d.
    Schrijvers van Libelle-achtige verhalen hebben daar geen boodschap aan. Ze lijken bang dat ze hun lezer(essen) afschrikken met andere namen dan die op dat ogenblik in zwang zijn, beducht niet voor modern genoeg te worden aangezien. Ze geven daarom aan hun helden modieuze voornamen, in de hoop dat de lezers daarin vanzelf situaties uit het echte leven zullen herkennen.
    Hetgeen dan meestal resulteert in nietszeggende, te gewone, of zelfs onbedoeld afstotende persoonsnamen. Dan krijg je iets als onderstaand:
    (...) Sandra opende de deur naar haar balkon en liet zich koesteren door de zachte zonnewarmte van die ochtend. Ze dacht terug aan de vorige avond in dat café met Tim van de Heuvel. "Wat een knappe bink," dacht ze. (...)
    Ik voor mijzelf heb bij het lezen van verhalen en romans hier allang een criterium van gemaakt. Als de naam van het hoofdpersonage me niet aanstaat, dan lees ik niet verder. Als ik, om maar wat te noemen, iets moet lezen over iemand die Jenny Bakker heet, Leo de Jager of Tim van de Heuvel, dan weet ik al genoeg. Genoeg over de schrijver en over zijn verhaal. Dat kan nooit iets zijn.

Het wil echter niet zeggen dat de naam van het personage altijd bijzonder of extravagant dient te zijn. Bij de naam "Henk Veenstra" denkt men misschien nog even aan de hoofdfiguur uit een jongensboek: "Henk Veenstra knapt het op" of zoiets. Maar Henk Veenstra is ook de naam van de komieke journalist in Vestdijks "De Kellner en de Levenden".
    (...) Veenstra's eigenaardig regelmatig chimpansé-gezicht, – des te eigenaardiger omdat het zo rood was als de zitknobbels van weer andere apen, – met de enorme afstand tussen neus en lippen, die, hoewel dun en strakgetrokken, door hun vooruitstekende stand het typische apenheimwee naar moederweelde en nieuws uitdrukten,.. (...) (De Kellner en de Levenden, p.7)
    Plotseling ziet men door deze opvolgende beschrijving dat het allemaal nauwkeurig klopt, naam, beeld en personage.

Dat een naam kan dienen om een personage te typeren, is wel heel duidelijk bij een schrijver die vaak bij dit onderwerp wordt genoemd: Bordewijk. Het beroemde en meest klassieke voorbeeld komt dan bijna altijd uit zijn korte roman "Bint". Daarin komen namen voor als: Whimpysinger – De Moraatz – Neutebeum – Nittikson – Surdie Finis – Te Wigchel – Kiekertak – Taas Daamde – Peert – Punselie – Bolmikolke – Kloterbooke...
    Deze namen zijn extreem, omdat de auteur wìlde dat ze extreem zouden zijn, aangezien ze op een extreme situatie betrekking hebben. Tegelijk is er sprake van een sterk   i m p r e s s i e v e   werking.
    Wat de term "impressief" betekent wordt in het boek "De Montage bij Film en Televisie" van dr. J.M. Peters duidelijk gemaakt. Bij twee tekeningetjes moet de lezer een naam kiezen: "Maloeme" of "Takete". De ene tekening bestaat uit dikke, in elkaar geschoven nierachtige vormen, de ander uit drie over elkaar gelegde scherpe driehoeken. "Vraagt men nu proefpersonen bij welke tekening de naam "Maloeme" het beste past, dan zal er maar zelden iemand tot de conclusie komen dat die hoort bij de tekening met de driehoeken."
    Iets soortgelijks kan men, mutatis mutandis, aantreffen bij de namen van de in Bordewijks roman voorkomende leerlingen van klas 4D. De beschrijving is van Bordewijk zelf en staat in de tekst.
    Taas Daamde: "Een blok vlees als een blok geperst hooi."
    Ten Hompel: "Hij had een zwarte doggentronie."
    Nittikson: "...was een groene gluiper, ogen die telkens draaiden naar de hoeken en omhoog..."
    Bolmikolke: "aan deze danste alles..." Enz. enz.

Zulke krasse staaltjes van naamgeving ziet men niet dikwijls, want er is natuurlijk het gevaar dat men op deze wijze het verhaal of de personages te veel uit de werkelijkheid plaatst. Daarom kiest men meestal voor wat "gewonere" namen; ook al zijn die dan minder impressief.
    Voor wie mocht denken dat er bij Bordewijk alleen maar sprake zou zijn van uiterst exotische naamconstructies heeft het mis: in het verhaal "Verbrande Erven" heet het hoofdpersonage gewoon Neeltje Zwart.
    Waarom? "Ze zat" (in de trein) "met een dikke zwarte jurk van Zondag, een zwarte hoed, zwarte kousen, en zwarte laarzen." (Bij Gaslicht, p.31)

Ik wil hier nog iets anders noemen, eveneens met Bordewijk als voorbeeld. Een naam kan ook een associatie geven. Zo komt in het verhaal "Passage" een radiowinkel voor die "Van Tjilperen en Kwetterstem" heet. En een tabakszaak met de naam "Niekot en Barnstijn." Daaruit blijkt ook dat het impressieve van namen niet uitsluitend naar iets visueels hoeft te verwijzen, maar tevens op het gehoor, de tastzin of geur betrekking kan hebben.
    Een naam hóeft niet naar iets buiten zichzelf te verwijzen, maar kan wel dienen tot zekere verdieping van het personage. In "Atonale" van W.F. Hermans vinden we de naam "Nikol Varenhijt". De voornaam verwijst naar een onderdeel van een laboratoriuminstrument, (de refractometer om precies te zijn); de achternaam is vanzelfsprekend afgeleid van de natuurkundige Fahrenheit. Het behoeft dan ook geen betoog dat het personage chemisch laborant van beroep is.

Het is waarschijnlijk dat door de meeste mensen aangenomen wordt dat namen van personen uit het echte leven min of meer op toevalligheden berusten. Dat ieder soort geheimzinnige verbinding tussen naam en persoon in het "echte leven" dan ook vèr gezocht is.
    Toch zijn er soms ietwat vreemde dingen op te merken. Misschien is het in dit verband aardig te vermelden dat Renee Damstra in haar boek "Zogenaamd Zogeheten" constateert dat het vooral bij Nederlandse hockeyers veel voorkomt dat zij dubbele voornamen hebben: Jan Hein, Hendrik-Jan, Floris-Jan; terwijl de voornamen van Nederlandse voetballers juist meestal niet langer zijn dan twee lettergrepen. Hoe kan dat? De schrijfster legt hier een verband met het sociale milieu.
    Later slaat zij nog een andere richting in, door in het NS-tijdschrift "Rails" mede te delen: (...) "Mannen van boven de vijfentwintig met een dubbele voornaam dienen te worden gewantrouwd. (...) Je vindt deze ijdeltuiten vooral in kringen van radio, televisie en reclame. Zeker niet onder machinisten." (...)
    De verklaring van Damstra over dubbele namen kàn waar zijn, is dat misschien ook niet, maar aan dit laatste voorbeeld zou je de conclusie kunnen vastknopen, dat in het gewone leven de naam verbonden lijkt te zijn aan status, afkomst of professie van de drager/draagster.
    Maar niet alleen dat. Zo heb ik mij er wel eens over verwonderd dat Nederlandse wielrenners – vooral vroeger, vaak namen hebben, die klinken als een klok: Jan Raas, – Fedor den Hertog, – Cees Haast, – Tino Tabak.
(Het feit dat de Tour de France ooit werd gewonnen door Jan Janssen doet hier natuurlijk niets aan af).
    Zo is het eveneens opvallend dat Nederlandse bekende klassieke organisten heel gewone, korte namen hebben: Piet Kee, – Cor Kee, – Jan Zwart, – Thijs Kramer, – Piet van der Steen.
    Dat kan niet sociaal bepaald zijn. Misschien heeft het laatste iets met religieuze achtergrond te maken...
    U zegt misschien: maar er bestaat helemaal geen verband! Ook niet tussen naam en professie. Flauwekul. Gezichtsbedrog. Bovennatuurlijke, zweverige aannames!
    – Het Koninklijk Concertgebouworkest dan, – onder leiding van Joop Zoetemelk?..
    Kun je je dàt voorstellen? ("Ga fietsen...")

Welnu, sociaal bepaald of niet. Toeval of geen toeval, – wat ik met dit alles alleen maar wil aantonen, is dat het voor een auteur van belang kan zijn als hij bij de naamgeving van zijn personages met dit alles rekening houdt, en om zich heen kijkt bij de keuze.
    Daarom is het helemaal zo gek niet, daartoe aan te nemen dat namen bij personen hóren.
    Gerrit Krol aan het woord. Hij werd eens voorgesteld aan iemand die Peter heette, en die hij absoluut niet op een Peter vond lijken. Hij schrijft:
    (...) "Een Peter is voor mij een jonge, maar ook als hij oud is nog altijd een moderne, open man. Sportief. Deze man was niet sportief, niet open, niet oud en niet jong. Leeftijdloos, een binnenvetter. En een binnenvetter heet geen Peter, bij mij." (...)

Valt er dan helemaal niets te zeggen vóór het gebruik van kleurloze, en "grijze" benamingen, indien die voorkomen in een wat minder onbenullige context dan we eerder aanhaalden?
    In "De Avonden" van G.K. van het Reve, heeft hoofdpersonage Frits, die zich op een sombere decembermiddag met zijn ouders in de huiskamer bevindt, ten einde raad de radio maar aangezet.
    (...) "U hebt geluisterd naar het sportpraatje van Henk Appelman," zei de omroeper. "Ten tweeden male op deze middag spelen de Luchtmeesters voor u. Ze beginnen met de foxtrot Blauw Blauw, Overal Zie Ik Jouw Ogen van John Fireground, in de bewerking van Piet Matel en met zang van Arie Toleman." (...) (De Avonden, p.165)
    Door zulke kale en kleurloze namen te gebruiken, en dan ook nog in een soort cluster bijeen, wordt het alledaagse, de verveling en het uitzichtloze in die huiskamer bijna tastbaar gemaakt.

Met dit stukje heb ik het belang van een zinvolle en doordachte naamgeving van figuren in verhalen en romans willen benadrukken. Toch rijst de vraag nog of het noemen van een naam voor een personage altijd wel nodig is. Kan die niet evengoed anoniem door het (boeken)leven gaan? Sommigen menen dat een personage te allen tijde een naam moet krijgen, dit om hem duidelijker voor ogen te krijgen, identificatie ermee te vergemakkelijken enz. – Maar toch: het hoeft niet altijd het geval te zijn. Indien de schrijver zijn held een zekere grootsheid of oneindigheid wil meegeven, kan het weglaten van een naam daartoe meewerken.
    Doeschka Meijsing in een interview over de hoofdfiguur van haar boek "De Kat Achterna":
    (...) "Tijdens het schrijven dacht ik: laat haar maar niet aangesproken worden met een naam, dat is wel mooi. Maar als het dan af is zie je dat het inderdaad prachtig is, die niet bestaande identiteit; zoals die gekoppeld is aan het ontbreken van een naam." (...)

Toch zal naamloosheid in de literatuur wel een uitzondering blijven.
    Dit omdat een naam voor een personage de schrijver een niet te versmaden kans biedt iemand duidelijker uit te beelden en diepte te geven.
    – En soms zelfs bijna zichtbaar te maken.

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
amarins
Reactie gegeven door Henk Gruys - 20:25 07-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Spelfout: je hebt gelijk.
Is inmiddels gecorrigeerd.

Bedankt voor het lezen en je reactie. Met groet, Henk

re: Over eigennamen in verhalen en romans
Reactie gegeven door amarins - 18:09 07-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Mooi onderwerp voor een poefschrift, lijkt mij. Ik heb dit met interesse gelezen. Namen van personen in verhalen hebben voor mij een belangrijke functie; herkenbaarheid in de verhaallijn.
Graag gelezen. (Terzijde: ten alle tijde - te allen tijde, dacht ik).
Groet!

Chatfant
Reactie gegeven door Henk Gruys - 17:47 07-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
De naamgeving in verhalen en romans verschilt sterk van die in het dagelijks leven, omdat dat een heel ander proces is. Waarom zou in de realiteit een gangster niet Klaas Jansen kunnen heten? Je had tenslotte ook de topcrimineel Klaas Bruinsma.
De naamgeving in de literatuur onderscheidt zich daarvan, omdat er een suggestie van dient uit te gaan. Dat is in de werkelijkheid nooit het geval.

Buigt
Reactie gegeven door Henk Gruys - 14:44 07-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Ja die tijds- en modegevoeligheid van eigennamen is duidelijk aanwijsbaar. Het zou wel interessant zijn na te gaan of dit in de literatuur ook een belangrijke rol speelt.
Bedankt voor je reactie.

re: Over eigennamen in verhalen en romans
Reactie gegeven door Chatfant - 18:53 06-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Eigenlijk min of meer wel: de auteur heeft immers ook zelf een visie op de namen die hij gebruikt ( al of niet bewust) en schrijft zijn personen naar die visie toe. Een gangster in het verhaal krijgt een gangsternaam, de femme fatale meest een buitenlandse naam . De gangster heet niet Klaas Jansen, de Femme Fatale niet Hanneke Blok.
Ouders handelen eigenlijk vanuit die zelfde achtergrond: op wie wil je dat je kind gaat lijken? en/of hoe hoop je dat je kind worden zal?

DiotheCilany
Reactie gegeven door Henk Gruys - 15:49 06-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet

Amen, zei de koster
En scheet in de kerk
Foei, zei de dominee
Is dat jouw werk
(Oud Zaans rijmpje)

88
Reactie gegeven door Henk Gruys - 15:43 06-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Wie heeft er beweerd dat "Eigennamen" pozie is?
Ik in ieder geval niet.
Ik heb het bij de inzending als als Column gekwalificeerd.
Dat dat vervolgens niet meer in de presentatie is terug te vinden en het in de lijst op de Hoofdpagina onder de noemer Gedichten vermeld wordt, ligt aan de beperkingen van Lettertempel.

Chatfant
Reactie gegeven door Henk Gruys - 15:32 06-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Wat je hier zegt, Chatfant, is wel zo ongeveer juist. Maar jij hebt het over levende personen en ik had het over personages in verhalen en romans. Ik hoop niet dat je vindt dat dat op hetzelfde neerkomt, want dan zijn we gauw uitgepraat.

re: Over eigennamen in verhalen en romans
Reactie gegeven door Buigt - 14:02 06-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Doorwrocht stukje. Ik wil eraan toevoegen dat namen tijds- en modegevoelig zijn. Je kunt tegenwoordig aan de voornaam zien hoe oud iemand is. Wie Hubert heet, Annelies, Ferdinand of Maria scheelt minstens n generatie met Kevin, Audrey, Wesley en Jessica. Best handig.

Onhandig is natuurlijk dat je niet meer weet uit welk land of welke streek iemand komt. Waar ik vandaan kom heetten de mannen ooit Sjang, Sjeng, Mat, Nl, Jeu, Sjraa en dergelijke. Dan wist je meteen hoe laat het was. Maarja, de dochter van Nl heet intussen Guinevere (spreek uit Jennifer).



re: Over eigennamen in verhalen en romans
Reactie gegeven door Chatfant - 08:58 06-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Jippie, dan mag ik gewoon Chatfant blijven heten :) Lekker extreem, maar wel erg eenduidig.

Maar overigens als tegenhang van je pleidooi: naam krijgt de waarde toegedicht van de persoon, die eraan hangt en niet andersom. Als je een schat van een man kent met de huis-tuin- en keukennaam Jan, ga je het een mooie naam vinden en zadel je je kind mogelijk ook met die naam op.

Een woord en ook een naam ontstaat vaak eerder dan de (vaste) betekenis en kan ook alle kanten op verschuiven :
zo kan bv. dikzak zowel als scheldwoord als als koosnaam gebruikt worden en zowel voor iemand die dik is, als juist gekscherend voor iemand die slank of zelfs mager is.

Je ouders gaven je een naam, maar alleen jijzelf bepaalt wat de waarde van die naam zal zijn. Hetzelfde ook met pseudoniemen of de namen in een boek: ze vergroeien met de persoon.

re: Over eigennamen in verhalen en romans
Reactie gegeven door 88 - 02:43 06-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
sjongejonge, wat een toestand, ik zou het gewoon geen naam geven, want haakte al af bij de tweede regel, dit is geen poezie , dus noem het zo maar niet pfff....

re: Over eigennamen in verhalen en romans
Reactie gegeven door DiotheCilany - 02:35 06-06-2013 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
amen


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287