Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
re: Koorddan...Diddy
re: GazelleDiddy
re: Gazellewijnand
re: dagmerrieDiddy
re: dagmerrieHanny v...
re: DROODLEP...Hanny v...
re: dagmerrieDiddy
re: DROODLEP...Erik Le...
re: dagmerrieHanny v...
re: DROODLEP...Hanny v...
Allen> Boere...Hanny v...
re: DROODLEP...wijnand
re: Boerenve...wijnand
re: Boerenve...Heracli...
re: VRIJE GE...Erik Le...
re: Boerenve...Erik Le...
re: Veske visDiddy
re: Veske visMarcel
re: Boerenve...Diddy
re: GRATIE A...DiotheC...
re: Trager w...Marcel
re: OndraaglijkDiddy
re: wat nuDiddy
Allen> Ondra...Hanny v...
re: wat nuHanny v...
re: GRATIE A...Hanny v...
re: Trager w...Diddy
re: formele ...Diddy
re: formele ...Diddy
re: formele ...Marcel
re: GRATIE A...Marcel
re: Ondraaglijkevamaria
re: wat nuDiddy
re: wat nuevamaria
re: Britsgeh...Diddy
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
Koorddansere...Hanny v...
Expo shockDiddy
GazelleDiddy
dagmerrieDiddy
DROODLEPOWERErik Le...
VRIJE GELUID...Erik Le...
Diddy
Veske visdegon valk
BoerenverstandHanny v...
Trager was d...Marcel
GRATIE AAN I...Erik Le...
formele logicaErik Le...
retour Diddy
BritsgeheimenDiddy
SprekendDiddy
OndraaglijkHanny v...
ZelfkennisMarcel
nog steedsDiddy
koffietijd Diddy
pauzeDiddy
voorspellingDiddy
Alles draaid...Marcel
De luie dichterMarcel
SabaDiddy
De waarde va...Hanny v...
 Meer gedichten
Nomanie - Afl. 1 van 2
 Henk Gruys - 16:12 18-06-2017 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

                    Nomanie

Omdat ik van plan was mijn oude moeder, die in de noordkop woont, te bezoeken, ging ik, – na lang uitstel en met tegenzin, – op weg. Het was avond en herfstachtig. De laatste busverbinding miste ik doordat de dienstregeling was veranderd, wat ik niet wist, – en zo eindigde mijn bezoektocht midden in het niemandsland. Ik dacht aanvankelijk nog een provinciestadje te kunnen bereiken, maar ik verdwaalde hopeloos in de duisternis.
    Wat moest ik? Het beste was dan maar om door te lopen, tot de ochtend, om warm te blijven. Bijna een halve nacht was ik onderweg, moe en verstijfd. Als men te voet gaat valt op dat de provincie uit veel wijd, opengelegd gebied bestaat; eigenlijk dun bevolkt is, en weinig verstedelijkt, vreemd genoeg. Maar ik raakte verveeld en te moe om mij daarmee bezig te houden.
    Het laatste dorp was zonder straatverlichting; alles was donker of het oorlog was. Het begon weer te miezeren. Ik sloop langs de afrastering van een vrijstaand huis, in de hoop ergens een tijdelijke schuilplaats te vinden.
    Ik kwam op een nagenoeg leeg achterom, en ik wilde alweer weggaan, toen iets mijn aandacht trok; midden op het erf stond een soort kast of kubus van donker hout.
    Op een of andere wijze leek het buitensporig, – zelfs onbestaanbaar dat zoiets daar stond. – Was het volgende moment toeval of ingrijpen van de voorzienigheid? Toen hoorde ik zingen. Een vrouwenstem.
    Maar ik zag niemand. Ik liep het erf op. Dat gezang! De woorden kon ik niet verstaan, al dacht ik twee keer het woord "liefde" op te vangen.
    Het had de fascinatie in de duisternis van een melodie uit vroegere schooljaren. Kwam het uit die kist? Ik werd nieuwsgierig, opende voorzichtig de deurdeksel bovenop en keek naar binnen. Mijn ogen wenden en ik zag beweging. Er bevond zich een jonge vrouw in; ze vulde haar voor meer dan de helft. Ze sloeg de ogen op en glimlachte. Omdat het niet zo donker meer was kon ik dat goed zien. "Je bent welkom," zei ze, "kom maar hier, want je zult het wel koud hebben met die regen."
    "Ik wist niet dat jij hier was," stamelde ik. – "Geeft niet", zei ze, kom maar." Haar stem was donker en welluidend, had een vreemd onverschillige intonatie. –
    "Ik ken je van vroeger," zei ik aarzelend, "alleen weet ik je naam niet meer..."
    Ik was zeer verlegen geworden, maar stapte toch over het dekdeel en klom in de kist; de bovendeur deed ik achter mij dicht; maar niet geheel zodat er nog wat lucht binnen kwam.
    Er was weinig ruimte, de kist werd door ons twee๋n nagenoeg geheel gevuld met armen, benen en lichamen. Ik voelde mij in haar warmte opgenomen en die reikte tot diep in mijn binnenste.
    "Stom niet, zo hier te zitten," zei zij, "maar dat doe ik wel vaker als ik niet slapen kan."
    Ik kroop dichter tegen haar aan. "Dat deed jij h่, dat zingen? Dat was mooi, zo in de nacht als het stil is."– Haar warmtegloed straalde; ik had het gevoel of ik bevroren was en nu ontdooide. "Ik ken je van vroeger, maar weet je naam niet meer. En evengoed heb ik je gevonden. – Hoe heet je?" – "N๓manie." – "O ja." (Ik vond het te onnozel om eraan toe te voegen: nu weet ik het weer). "Woon je in dit huis?" – "Ja in dit huis," antwoordde ze wat verstrooid. Ze bewoog en kwam een stukje naar voren. "Kun je niet iets leuks vertellen, dan voel ik mij misschien minder somber, zoals ik in de ochtend vaak ben."
    Natuurlijk wilde ik haar een mooie geschiedenis vertellen, een kinderlijk sprookje waarin koningen, prinsen en engelen voorkwamen. Ik zocht in de diepste hoeken van mijn geheugen, maar vond toch niets mooi genoeg om aan haar op te dragen, want zo afgeleid bleef ik door haar aanwezigheid, dat ik amper kon denken. "Zal ik je vertellen hoe lang ik al onderweg ben om jou te vinden?" zei ik toen maar, "hoeveel jaren?.."
    "Ik wil je kussen," fluisterde ik; het leek als was dat een alternatief voor het verhaal dat ik anders zou moeten verzinnen. De ruimte stond weinig beweging toe, maar ik slaagde er toch in te doen wat ik wilde. Ik voelde allang geen koude meer en geen regen, – enkel haar warme aanwezigheid. Er kwamen nu voldoende sprookjes in mijn hoofd, maar het was onmogelijk haar die als keuze voor te leggen.
    Door haar kussen werd ik als dronken. "O Nomanie," bracht ik uit, "ik houd zoveel van je; zoveel heb ik nog nooit van iemand gehouden. We moeten altijd bij elkaar blijven. Je moet mij nooit meer verlaten. Ik zal je alles geven; en eeuwig, eeuwig verliefd op je blijven."
    Bij elke gedachte over de liefde kuste ik haar. Daarna huilde ik enige tijd in haar armen.
    Tenslotte viel ik in slaap.

Ik ontwaakte in het licht. Hoeveel uren hadden wij zo dicht bij elkander geslapen? Nomanie sloeg het deksel op en keek omhoog naar de hemel, die grijs en bewolkt was. We klommen naar buiten en stonden bij elkaar op het thans in-sombere achtererf.
    Nu pas kon ik haar goed zien. Zij was meer dan een half hoofd groter dan ik; zij droeg een loshangend cr่me hemd en een lichtblauwe spijkerbroek, en haar lichtblonde haren waren bijeengebonden in een staart. Haar gezicht scheen niet eens bijzonder, maar als je goed keek gaven haar wangen een betoverende zachtheid weer. Haar gentiaanblauwe ogen keken mij aan en straalden kalme rust en eeuwig weten uit. Ik keerde mij naar haar toe, telkens, om dat bevestigd te zien.
    "Ik moet alweer verder," zei ik dof. "Maar dan alleen als je met mij mee wilt gaan, want zonder jou zal ik geen rust meer vinden."
    "Waar was je dan naar onderweg?"
    "Naar mijn moeder voor belangrijke hulp. Dat zou gisteren al, maar ik werd opgehouden door tegenslag, verdwaling en duisternis. – En gelukkig maar," zei ik met een lachje. "Anders had ik jou niet ontmoet."
    "Als je nu op weg moet, dan loop ik wel met je mee," zei zij simpel.
    "O Nomanie!"
    "Dan gaan we nu. Over alle bekende wegen weer terug..." vulde zij aan.
    Een constatering die logisch was, maar mij toch, vreemd genoeg, enigszins verontrustte.

Wij wandelden door een dompig, bruin landschap, dat er zowel uitgedroogd als sponzig uitzag, dat zelfs hier en daar in brand leek te hebben gestaan. Er stonden nergens huizen; eindeloos was het heidegroeisel. Door de kartonnen hemel leek het of er nieuwe regen in aantocht was.
    Ik voelde me nerveus en verkrampt, en had het gevoel te moeten huilen, alweer... Ik fluisterde onhoorbaar:
    – Ik was mijn hele leven al verliefd op je, al wist ik dat niet. Het is de waarheid, die mij zo bezighoudt dat ik niet aan iets anders kan denken. Ga niet weg. Want zulk afscheid kan ik niet verdragen. Ik kan een verliefdheid als deze niet dragen, een liefde die zwaarder weegt dan de moeilijkste opdracht, die men moet volbrengen. Ik wil telkens halt houden en je kussen, maar ben bang dat je dat vreemd en onbegrijpelijk zult vinden, en dat daarom dit ons samenzijn tot een plotseling einde zal voeren, hetgeen mij bezwaart als een tragisch vooruitzicht. Tot nu toe verdraag je mijn aanwezigheid naast je – hetgeen ik bijna niet kan begrijpen, maar niet anders kan beschouwen dan als een gunstig teken dat zegt dat je ook mijn liefde verdraagt.
    Maar ik sprak dit alles niet uit.

Toch dacht er steeds aan dat Nomanie ieder moment afscheid zou kunnen nemen, – en wel plotseling, – omdat het onvermijdelijk was. Maar ik durfde er niet over te denken. Opnieuw drong het besef door: dat Nomanie onbereikbaar was en zij dat ook zou blijven, – dat ik haar kwijt zou raken. Omdat alles een droom was geweest. Een droom waarin zij niets minder was dan een godin. Wat voor haar zeer gemakkelijk was, want zij is immers een godin.
(Wordt vervolgd met nog ้้n aflevering)

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren
re: Nomanie - Afl. 1 van 2
Reactie gegeven door Henk Gruys - 08:58 19-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
Jij vindt het "een beetje te simpel-romantisch" en "nogal pathetisch".
En dat kan natuurlijk.

Volgens mij valt dat nogal mee. Waarom zou de ik niet kunnen denken dat hij al zijn hele leven verliefd op haar was? Ik vind dat wel een mooi idee.

Anders is wel mogelijk, maar dan krijg je ook een heel ander verhaal.

Bedankt voor je lezen en reactie, milou

re: Nomanie - Afl. 1 van 2
Reactie gegeven door milou - 19:43 18-06-2017 Stuur e-mail Profiel bekijken van voet
"Nu moet ik alweer verder" in plaats van "Ik moet ik alweer verder", neem ik aan.
Het hoofdpersonage, de ik-figuur is voor mij een beetje te simpel-romantisch om mij echt in het verhaal in te leven. 'Eeuwig verliefd op je blijven', 'koningen, prinsen en engelen' , 'mijn hele leven al verliefd op je'...het klinkt mij nogal pathetisch in de oren.
Voor de rest vind ik het goed geschreven, maar uit ren ver vervlogen tijd inderdaad.

milou***


De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287