Hoofdmenu
    Hoofdpagina
    Gedichten
    Auteurs
    Zoeken
    Reacties
    Insturen
    Voorwaarden
    Greencard
    Contact

  Inloggen
 

  Registreren
  Wachtwoord vergeten

  Laatste 35 reacties
 
 Meer reacties

  Laatste 25 gedichten
 
roerloosDiddy
DruktemakerMarcel
OgenschijnlijkMarcel
Op dementiecoolbur...
Gasthuiswijnand
Kung fu figh...Claudel...
Saint-Luc ?Claudel...
PelgrimstochtMarcel
Jouw ademDiddy
VerzetHanny v...
een zesde va...Diddy
*-~-* P L U...Erik Le...
vroeger was ...DiotheC...
breuklijnamarins
Vergeet mij ...mima
De laatste r...milou
OntsporingHanny v...
Men$enrechten ?Claudel...
Ontmoeting m...Stanislaus
Te weinigMarcel
De briefErik Le...
de sexengelthomas ...
SjoegeDiddy
dichtende ni...wijnand
Recht zo die...Hanny v...
 Meer gedichten
Een Afspraak - (slot)
 Henk Gruys - 09:49 21-12-2016 Stuur e-mail  Profiel bekijken van Henk Gruys  Bekijk statistieken van dit gedicht 

                    Een Afspraak (slot)


Een tijdlang spraken ze niet, alsof wat er nog gezegd had kunnen worden, reeds was gedaan en zelfs meerdere malen. In hun huwelijk dat zich al vijftig jaar voortsleepte.
– Na een bocht zagen ze dat de weg sterk begon op te lopen. Toch was er in de hele omgeving geen brug met ijzeren leuninkjes of een water te bekennen.
    "Wat is dat nu weer?" klaagde de vrouw; "we lopen maar en we lopen maar... ik met mijn zere voet, wat eigenlijk helemaal niet mag, en nergens een boerderij; ik zie nu door die helling alleen maar de lucht. – Ik zeg je nogmaals: dat we te laat uit zijn gestapt. Daarom dwalen we nu.Ik ben hier beslist nog nooit geweest. Nog nooit. En ik heb altijd gelijk, dat weet je. "
    De man antwoordde niet; nors en onwillig liep een paar passen achter haar. Hij zag dat het verband weer was losgeraakt, zodat zij een witte spiraal van een halve meter achter zich aan trok. Het rolde af en toe voor zijn voeten. Hij dacht: als ik op die losse sliert ga staan, en zij verzet net haar been, dan valt zij plat op haar gezicht. Dat zou hem wel vermaken.
    "Help eens even," zei de vrouw, "maak dat verband weer eens in orde. Want dat doe je steeds niet goed, en daarom gaat het los." Ze hielden halt en de man knielde om te proberen de pleisters weer vast te plakken. –
    Toen ze bovenop de weghelling waren zagen ze beneden dat de weg eigenlijk dood liep. Er dwars op stond een kleine, halfverzakte molen op een stenen onderbouw, met een boogpoort in het midden, afgesloten met een zware houten deur. Ondoordringbare bosjes groeiden aan weerszijden. Links nog steeds weiden met slootjes. Nergens boerderijen.
    "Zie je nou wel?" zei de vrouw, "geef toe dat we hier nog nooit zijn geweest, ik zei het je. We zullen nu weer helemaal terug moeten."
    De man zweeg nors, hij duwde aan de poort, om zich doorgang te verschaffen, maar daar was geen beweging in te krijgen; en hij blikte omhoog naar de molen. De ruwe bonkige stenen lagen meest los en de rieten kap was gedeeltelijk ingestort tot een massa grauwe sprieten. Naast de poort stond een scheef arduinen zuiltje met een ronde opening aan de bovenkant. De man dacht dat het een klok geweest was, maar deze had slechts één wijzer. Er was ook geen binnenwerk; in de verroeste klokkast lag alleen een gekreukeld tempozakdoekje en een blinkend vijftig centsstuk. De man pakte de munt, bekeek hem even en stak hem in zijn zak.
    "Nou, dat heb je weer subliem geregeld, Sijgie." –
    "Geef mij de schuld maar. Met mijn zere poot! Het doet al de hele tijd vreselijk pijn. Doordat we veel te lang hebben gelopen. En nu zullen we zelfs weer helemaal terug moeten, Ap, helemaal terug; er zit niks anders op. Weer naar die bushalte!Ik zei het je toch? Maar jij luistert nooit!Omdat je zo eigenwijs bent als de pest."
    De man bleef heen en weer drentelen, alsof hij daardoor het gejeremieer van de vrouw minder hoefde te horen. Hij keek steeds naar rechts,naar die hellende afgrond met dat groen en die gele bloemenzee onder het immense blauw van de hemel, – waardoor het anders leek dan een gewoon landschap, eigenaardig ver weg, men wist niet waardoor.
    Hij kreeg de drang om Sygie hier achter te laten. "Kan ze in haar eentje van het uitzicht genieten." Bitter sarcasme steeg op; hij had al veel te lang gemopper en kwalijk humeur verdragen; als zij het dan allemaal zo goed wist, dan moest zij dat ook zelf maar in praktijk brengen. Hij zou haar gewoon achterlaten. Maar niet definitief, – nu nog niet – misschien een uurtje, om haar goed schrik aan te jagen. Dan zou zij wel redelijker en aardiger worden. Het was een lang gekoesterde wens, die nu uit zijn cocon brak.
    Opeens lachte hij baldadig. Want hij had een zijpad ontdekt, een pad dat begon naast de weg, ongeveer in de looprichting van de weg, maar dalend. – We kunnen niet verder? dat dacht je maar!zei hij bij zichzelf. Hij stapte onverwijld over de grasrand en begon het zanderig pad af te lopen, zonder zich om zijn vrouw te bekommeren. Hij hoorde haar iets roepen, van: Ap, wat doe je nou!" Maar hij keek niet meer om.
    De eerste meters ging het weinig naar beneden, maar allengs werd het pad stijler. En hij moest opletten, want langs de zijkanten lagen ruwe stukken baksteen, met cement er nog aan; sommige beroet als van oude schoorstenen. De restanten van de boerderijen dacht hij. Misschien is die van Annie ook wel weg. Die afspraak vergeten we. Of die doet ze zelf maar. Over veertien dagen of zo, haha!
    Hij maakte soms dartele sprongen bij het hollen; het leek wel of hij zweefde. Wat ga ik hard! dacht hij; en dat voor iemand die al in geen dertig jaar meer hard heeft gelopen! Dat is de verrassing, zodra je kiest voor vrijheid! Hij kreeg had allengs het gevoel nu de juiste beslissing te hebben genomen. Sterker nog: dat dit de enig juiste beslissing was in zijn hele leven. Je eigen pad kiezen! Dat had hij al veel eerder moeten doen.
    Hij moest steeds sneller naar beneden hollen. Aan zijn rechter zijde bloeiden immense velden met koolzaad in het geel, en alles leek geel te kleuren. Hij holde voort langs het vaalrode puin langs de kant; op zijn kale hoofd brandde de zon zomers heet. Het nog iets stijler, en de stenen waren talrijker en groter; ook in het midden lagen zij.
    – Toen, zonder dat hij er iets tegen kon doen, stootte zijn schoen tegen een obstakel en hij klapte in volle snelheid voorover. Geen tikje alsof je je hoofd stootte, maar een immens zware, krakende klap tegen zijn schedel en kaken.
    Een wijd wit licht scheen daarbij; hierna viel hij vredig in slaap.

Hoog bovenaan de helling was de vrouw blijven staan en keek, de hand boven de ogen, naar de man die dwars over het pad lag. Nog even leek het of zij probeerde het pad met de stenen af te dalen, maar bevond dit voor haar handicap toch te zwaar.

Niets bewoog meer nu. En geen enkel geluid was er in de wijde omtrek te horen.

Reactie insturen
Graag eerst...

Inloggen of Registreren

De gedichten die ingezonden zijn op de website van de lettertempel en e.v.t. toekomst projecten die gekoppeld zijn aan de lettertempel blijven ten alle tijden eigendom van de feitelijke auteur van het gedicht. Zonder toestemming van de feitelijk auteur mogen de gedichten niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen op deze site en indien hier toestemming voor gegeven is door de feitelijke auteur het uitgeven van de gedichten door lettertempel zelf. Mocht er sprake zijn van misbruik van de content en de gedichten die gepubliceerd zijn op deze site door wat dan ook dan zullen er hoe dan ook (in samenspraak met de auteur) stappen worden ondernomen.
2006-2017 © Bizway - BTW nr. NL821748014.B01 - KvK 28086287